De lage-onderhoudstuin

Wat een verschil maken een paar dagen mooi weer in de tuin. In plaats van binnen zitten en tuinboeken lezen kan je nu eindelijk naar buiten en wat doen, met de zon warm op je rug - voor je ogen visioenen van nieuwe mogelijkheden die zich uitstrekken en in je oren de radio's van de werklieden die plotseling alle daken in de buurt aan het repareren zijn.

Karel Capek beschreef een van de eerste tekenen van de naderende lente als de verschijning van de buren in hun tuinen: iedereen is opeens 'in de weer met spaden en schoffels, harken, bindgaren en mest... zij schreeuwen elkaar het heerlijke nieuws over de heggen toe'. Ook in 1932 was dat dus al een auditieve ervaring; wij dachten dat het voorjaar er aan kwam toen we de eerste radio hoorden; toen het er drie of vier waren, allemaal op andere stations, waren we er zeker van.

Een ander onmiskenbaar teken was de totale verdwijning van de sneeuw. Het was interessant om te zien waar het 't langst was blijven liggen, want dat waren kennelijk de koudste en meest onherbergzame plekken van de tuin. En dan was natuurlijk de plek waar de sneeuwman had gestaan; ook hieruit was een les te leren: maak nooit een sneeuwpop op een grasveld als er kans bestaat dat er grind zit in de sneeuw die als bouwmateriaal wordt gebruikt; dat aandoenlijke hoopje met de hoed, de das, de pijp en de wortel verliest veel van zijn aantrekkelijkheid wanneer er grint tussendoor zit.

Een van de plaatsen waar de sneeuw lang bleef liggen is de gure plek onder de Noordmuur, waar vroeger een lelijke conifeer heeft gestaan. De stronk zit er nog, langs de grond afgezaagd, en is wellicht verantwoordelijk voor de kwaadaardige vibraties daar ter plaatse, als een soort botanische Bermuda-driehoek. Een Hosta fortunei 'Aureo marginata' is er al spoorloos verdwenen en ook een Dicentra spectabilis; alleen de etiketten zijn er van over. Ik begin nu ook ernstige twijfels te koesteren aan de levenskansen van de Allium ursinum die nog wel bedoeld was wat leven in die treurige brouwerij te brengen. Misschien heeft elke tuin wel zo'n plek des onheils; we hebben de pech dat de onze zo dicht bij huis is. Het is niet bemoedigend vanuit het eetkamerraam geconfronteerd te worden met het tuinequivalent van de oersoep, woest en ledig, wachtend op wie gek genoeg is er een nieuw slachtoffer aan te wagen.

Ach, hadden we maar een 'lage-onderhoudstuin', zoals aangeprezen door de tuinarchitect David Stevens in zijn recente programma Gardens by Design op de BBC, dan zou dit allemaal uitgesloten zijn. Wat zou hij op die godverlaten plek hebben neergezet? De barbecue, vermoedelijk. De tuintjes die getoond werden in die serie wijken op verschillende essentiele manieren af van de voorstelling die de meeste mensen, of in elk geval de meeste tuiniers, zich maken van een tuin. Iedere volgende was nog stuitender dan de vorige, culminerend in het gedrocht speciaal op maat gemaakt voor de familie Jones, met het openlijke doel het bijbehorende huis in waarde te doen stijgen. Uw bank manager, verzekerde Mr Stevens, zal U met genoegen (L) 10.000 (f. 30.000) lenen voor zo'n prima investering; daarop werd ons een tuin getoond met die bank manager er in, glimmend van welwillendheid, om dat aanlokkelijke aanbod te herhalen.

Iets waar Mr Stevens zelf niet over repte was hoe het de buren de ogen zou uitsteken (vooral als ze horen wat het allemaal kost); die rol werd overgelaten aan Mr Jones (niet voor niets heette dit deel van het programma 'Keeping up with the Joneses'): toen hem werd getoond hoe in een alternatief ontwerp een kunstmatige rivier stroomde door zijn voorstedelijke lap grond, zei hij: 'Oh, wat zullen de buren daar wel van zeggen? '.

Wat is er te koop voor (L) 10.000? Letterlijk een kamer buitenshuis, met alles er op en er aan, maar in miniatuur: patio (twee voor de Joneses), serre (met bijbetaling), ingebouwde barbecue, fietsenschuur, kruidentuintje, vijvertje, slingerend paadje, grasveldje en een boel plavuizen. Je krijgt zelfs, als een soort extra aanbieding, zowaar ook een paar planten, alles laag-onderhoud natuurlijk. En zie dan je buren over de gloednieuwe schuttingen hangen, groen van afgunst, voor ze naar binnen hollen om op hun beurt een afspraak te maken met die begrijpende en tuinlievende bank manager.

'We zijn niet zo geinteresseerd in tuinieren', werpen de in het krijt staande eigenaars van dit moderne paradijsje zwakjes tegen: geen nood, hier is uw eigen individuele tuingids, alle planten zijn genummerd, je hoeft alleen maar te kijken, maand voor maand, wat er met ze moet gebeuren. Het is Maart? Dan moeten de oneven takken van Nr 31 worden gesnoeid. Is het Augustus? Dan de vluchten plukken van Nrs 23 en 36. Het is zo eenvoudig als bestellen van een genummerd menu in een Chinees restaurant. Pas op dat U geen nummers verwisselt, en kijk uit, anders trapt U op Nr 16. Misschien is dit de geboorte van een totaal nieuwe manier om tuinen in te delen, waarbij alleen het aantal soorten wordt gegeven: type 50 soorten voor (L) 10.000, het 100 soorten model voor (L) 15.000 enzovoorts.

Wat de beplanting betreft waren alle tuinen merkwaardig eender, maar dat is niet verwonderlijk want het aantal waarlijk lage-onderhoudsplanten is niet oneindig. Je krijgt ook de indruk dat Mr Stevens niet erg geintereseerd is in de planten zelf, en daarin staat hij dan niet alleen: de befaamde tuinarchitect Sir Geoffrey Jellicoe gaf onlangs toe dat de planten voor zijn ontwerpen werden uitgekozen door zijn vrouw.

Het boek dat bij deze inspirerende televisieserie hoort staat, zie ik, bovenaan de 'bestseller lijst voor handboeken' van de Sunday Times. Maar misschien betekent het alleen maar dat de markt voor boeken met het woord tuin in de titel onuitputtelijk is.