Margaret Boden over creativiteit en computers; 'Ik kan niet geloven dat Bach en Mozart zoveel anders waren dan wij'

Creativiteit is bestudeerd, geanalyseerd, ontleed en gedocumenteerd, maar een algemeen aanvaarde verklaring voor het fenomeen is nog altijd niet gevonden.

Freud omschreef kunstenaars als 'in de kern introverte persoonlijkheden die maar een enkele stap zijn verwijderd van de neurose'. Ook Arthur Koestler kwam in zijn overigens zeer erudiete studie 'The Act of Creation' niet veel verder dan de beschrijving van het begrip 'bisociatie', de manier waarop ideeen zouden worden gecombineerd en nieuwe inzichten zouden worden gevormd. Koestler dacht dat creativiteit voortkwam uit de confrontatie van perspectieven die voorheen niet als bijeen-te-brengen werden beschouwd.

Vaak blijkt dat het opdoen van ervaringen buiten het eigen interessegebied de kans verhoogt op invallen die tot oplossing van creatieve problemen kunnen leiden. De wiskundige Henri Pointcare kreeg zijn belangrijkste invallen tijdens een geologische excursie en een strandwandeling. De beroemde Duitse chemicus Friedrich von Kekule heeft beschreven hoe bij hem de ontdekking van de structuur van de benzeenring tot stand kwam. De onderzoeker zonk in een ondiepe slaap en zag de atomen voor zijn ogen dansen. 'Lange rijen, vol afwisseling, elkaar naderend, met elkaar verbonden, allemaal in beweging, kronkelend en draaiend als slangen. Een van de slangen greep zich in zijn staart en dit beeld tolde spottend voor mijn ogen.'

In haar onlangs verschenen boek 'The Creative Mind: Myths en Mechanisms' (Weidenfeld en Nicolson) schrijft Margaret Boden, hoogleraar psychologie en filosiofie aan de Universiteit van Sussex in Brighton, dat computers ons kunnen helpen bij het analyseren van het creatieve proces. Boden verwierf in de jaren zeventig bekendheid met het boek 'Artificial Intelligence and Natural Man', waarin zij Kunstmatige Intelligentie definieert als 'onderzoek dat relevant is voor menselijke kennis en psychologie'.

In haar nieuwe boek beschrijft Boden een aantal computerprogramma's die men tot op zekere hoogte creatief zou kunnen noemen. Deze programma's vergaren kennis door uit een of meerdere voorbeelden regels af te leiden, of door geheel nieuwe regels te verzinnen en na te gaan of die in de gegeven omstandigheden effectief zijn (inductief leerproces). Verschillende van deze regels bleken zelfs zo uniek te zijn dat ze werden gepatenteerd. Een van deze programma's, EURISKO, 'verzon' bijvoorbeeld een heel nieuwe symmetrie voor VLSI-chips. Dit programma bleek ook menselijke tegenstanders te kunnen verslaan in een gesimuleerd oorlogsspel door op een zeer onorthodoxe wijze oorlogsschepen te construeren.

Komt Uw interesse voor creativiteit voort uit Uw belangstelling voor Kunstmatige Intelligentie?

Boden: 'Nee, als psychologe ben ik altijd al in creativiteit geinteresseerd geweest. Ik schreef er al over in 'Artificial Intelligence and Natural Man'. De KI-gemeenschap kwam er pas veel later mee. Mijn opvatting is dat als we achter het geheim van de creativiteit kunnen komen, iedereen daar profijt van zou kunnen hebben. En computers kunnen ons daarbij van dienst zijn.'

Volgens sommige aanhangers van Kunstmatige Intelligentie is het menselijk brein niets anders dan een rekenmachine en zijn onze gedachten het produkt van logische processen. U noemt deze overtuiging van cognitieve wetenschappers 'computitionele psychologie'.

'Het begrip bestaat al heel lang. Al in 1943 zagen W. S. McGulloch en W. Pitts van de Universiteit van Illinois intrigerende overeenkomsten tussen elektronische schakelsystemen en de neuronen of zenuwcellen waaruit de hersenen zijn opgebouwd. Psychologen als George Miller hebben die ideeen verder uitgewerkt. Een zeer invloedrijk boek in dit verband is Plans of the structures of Behaviour, waarin logische modellen worden gebruikt om uiteenlopende denkstrategieen in mens en dier te verklaren. Sommigen weigeren te geloven dat dergelijke modellen ook van toepassing zijn op eigenschappen als emotie en motivatie. De grootste tegenstanders van deze denkbeelden zijn overigens psychologen die zich nauwelijks in de materie hebben verdiept.'

Creativiteit wordt nog steeds opgevat als een 'goddelijke vonk'. De dichter William Blake schreef dat hij dag en nacht onder ingeving stond van 'hemelse boodschappen'.

'Kunstenaars en wetenschappers weten niet hoe zij aan hun ideeen komen. Het ontbreekt ons aan fundamentele inzichten over wat creativiteit nu precies is. Zelfonderzoek zal ons niet verder helpen, want dan worden we als de duizendpoot die bij elke stap gaat zitten denken welke poot hij het eerst zal verzetten.'

In uw boek onderscheidt U twee soorten creativiteit: P- en H-creativiteit. In beide gevallen gaat het om het maken van iets nieuws. P-creativiteit is uitsluitend nieuw voor het individu, terwijl bij H-creativiteit het 'nieuwe' van meer algemeen sociaal en cultureel belang is. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het in beide gevallen om precies dezelfde denkprocessen gaat. Is iemand die erin slaagt een ingewikkelde som op te lossen niet even creatief als de wetenschapper die een historisch belangrijke ontdekking doet?

'Alle H-creatieve ideeen zijn per definitie P-creatief, maar andersom niet. En daar gaat het nou juist om. Ik vermoed dat mensen als Mozart en Shakespeare meer P-creatieve ideeen hadden, waardoor zij ook H-creatief waren.'

U gelooft dat zij over een groter 'kennisreservoir' beschikten. De geest van de geleerde of kunstenaar moet als het ware in gereedheid worden gebracht om de creatieve gebeurtenis ook inderdaad als een inval te kunnen opvatten.

'Ja, ik kan niet geloven dat Bach en Mozart zoveel anders waren dan wijzelf. Maar misschien was het voor een componist als Mozart makkelijker om mentaal op verkenning uit te gaan omdat hij - ik zeg nu maar wat - zijn korte termijn-geheugen beter benutte. Misschien kon hij recente indrukken langer vasthouden en kon hij daardoor meer gedachten met elkaar combineren.'

U gebruikt voor dat verkennen de analogie van het raadplegen van een driedimensionale kaart.

'Misschien gaat het wel om meer dimensies. Zelfs op een normale landkaart vind je meer dan twee dimensies, zoals hoogte-aanwijzingen en het contrast tussen land en water. Er zijn ook kaarten die de bevolkingsdichtheid aangeven. Sommige kunstenaars moeten een zekere ruimheid van geest hebben, in ieder geval een weinig rechtlijnige mentaliteit, waardoor zij beter in staat zijn om al die dimensies te onderscheiden, of om er mee te kunnen experimenteren.'

De omstandigheden waaronder creatieve ideeen ontstaan kunnen vaak wel worden aangegeven. Creatieve persoonlijkheden blijken zich grote inspanningen en zelfs ontberingen te getroosten om een oplossing voor hun probleem te vinden. Ook het fundamentele wetenschappelijke proces wordt gekenmerkt door toespitsing. Zijn doorzetters creatiever dan luie mensen?

'Om echt creatief te kunnen zijn zul je je flink in je onderwerp moeten verdiepen, maar dat is niet voldoende. Je kunt nog zo je best doen, je wordt nooit een Mozart of Shakespeare. Je moet wel over flink wat zelfvertrouwen beschikken. Je moet op onderzoek durven uitgaan. Ik denk dat veel mensen niet creatief durven te zijn omdat ze gauw ontmoedigd raken.'

James Watt werd geinspireerd door de deksel van de theepot, die op en neer ging door de druk van de stoom. William Harvey's beschrijving van het hart en bloedvatenstelsel als een hydraulisch systeem hielp hem allerlei zaken te ontdekken. Waarneming tegen de achtergrond van een probleem kan tot verrassende resultaten leiden. Je kunt je daarin ook trainen.

'Er zijn allerlei methoden waarmee je het creatieve denkvermogen kunt stimuleren: dat kan door divergentie (zijstapjes maken) of door positieve zaken negatief te maken. Er zijn aanwijzingen dat talenten als Mozart daar optimaal gebruik van hebben gemaakt. Je kunt kan overigens alleen als je over een zeer breed referentiekader beschikt. Jonge kinderen kunnen bijvoorbeeld geen meerhoofdige mannen tekenen, omdat ze nog niet weten wat je allemaal met een hoofd kunt doen. Kinderen die dit soort informatie sneller leren absorberen, zouden hun mentale flexibiliteit ongetwijfeld kunnen vergroten.'

In Uw boek noemt U onder meer de computerprogramma's die op grond van een aantal basisprincipes geheel zelfstandig tekeningen kunnen maken. Het computerprogramma BORIS schrijft verhalen die volgens U beter zijn dan de gemiddelde detectiveroman. Is dit wat we onder machinale creativiteit moeten verstaan?

'Nee, een van de voorwaarden van machinale creativiteit is dat er nieuwe principes worden ontwikkeld en dat doen deze computers niet. Een bekend expert-systeem als DENDRAL kan uit experimentele gegevens de structuurformule van een groep complexe organische moleculen afleiden, en het doet dat door alle mogelijkheden af te tasten. Als ik U een heel lang woord opgeef waarvan U zoveel mogelijk nieuwe woorden moet maken, dan zult U ongetwijfeld een paar woorden vergeten. Maar als U er een paar maanden voor uittrekt lukt U het misschien ook. Op deze manier vinden computerprogramma's combinaties die nog niet eerder waren opgemerkt, maar die zou ik niet als H-creatief willen kenschetsen. Daar is meer voor nodig.'

Het grootste probleem lijkt me dat machines niet in staat zijn hun eigen werk te beoordelen, terwijl dat toch een belangrijk kenmerk is van creativiteit. Een kunstenaar die niet tevreden is over een schilderij zal het vernietigen of oververfen. Kan de computer dit ook?

'Er zijn programma's die regels veranderen en dan kunnen nagaan of die regels effectief zijn. Minder relevante regels worden dan genegeerd. In dat opzicht is er geen verschil met de manier waarop kunstenaars hun werk analyseren. Een creatieve computer moet natuurlijk weten wat in de kunst relevant is of niet. Hij zou uit kunstkritieken algemeenheden kunnen afleiden.'

Maar is creativiteit nu juist niet het volledig overboord gooien van bestaande opvattingen? De computers waarover U praat kunnen alleen maar iets voortbrengen dat algemeen aanvaard is. Ze zijn een beetje creatief.

'Iets dat volledig anders is, zal niet als creatief herkend worden. Men zal het rommel vinden. Of dat nu terecht is of niet, kunst is niet waardevrij. Uw tweede opmerking zou ik willen bestrijden. Sommige programma's zijn wel degelijk in staat om voor bepaalde oplossingen geheel nieuwe heuristische methoden te vinden en die zijn er door de programmeur echt niet ingestopt.'

Stel dat het werken met computers ons iets leert over de creatieve processen in onze hersenen, wat kunnen we dan met die kennis doen?

'We zouden mensen kunnen stimuleren tot een beter gebruik van hun creatieve vermogens. Door creatief te denken zouden we ons denken in het algemeen beter kunnen organiseren. Het gaat er mij niet om dat mensen even creatief worden als Mozart of Shakespeare, maar wel dat we hun creatieve vaardigheden heel gericht zouden kunnen stimuleren.'

Binnenkort verschijnt bij uitgeverij De Haan een Nederlandse vertaling van 'The Creative Mind' onder de titel 'Creativiteit: Mythen en Mechanismen'.

    • Jan Libbenga