Werkloosheid noorden relatief snel omlaag

GRONINGEN, 30 JAN. De werkloosheid in de provincies Groningen en Friesland zal voor het eerst sinds tien jaar sneller dalen dan het landelijk gemiddelde.

Deze verbeterde economische positie van het Noorden voorspelt de Sectie ruimtelijke economie van de Rijksuniversiteit Groningen in haar 'Regionale economische verkenningen 1991'.

Zelfs als de export daalt als gevolg van de Golfoorlog zal dit in het noorden van het land minder te merken zijn, omdat daar meer voor de binnenlandse markt wordt geproduceerd. De economische groei is volgens de onderzoekers mede een gevolg van het feit dat de nationale economie zich nu geleidelijker ontwikkelt na het spectaculaire herstel in het begin van de jaren tachtig en daardoor meer wordt verdeeld over de verschillende sectoren.

Voor Groningen en Drenthe verwachten de onderzoekers dit jaar een groei van de produktie die gelijk is aan het landelijk gemiddelde van 2, 75 procent. Friesland blijft daarbij achter met een groei van 0, 25 procent. Dat komt door een achterblijvende groei in de industrie, veroorzaakt door de relatief geringe export (33 procent, tegen Groningen en Drenthe veertig procent). In totaal wordt dit jaar een groei van de werkgelegenheid verwacht 1, 5 procent in Groningen, 1, 2 procent in Friesland en 1, 6 procent in Drenthe. Landelijk ligt dat op 1, 7 procent.

Die iets geringere werkgelegenheidsgroei is een gevolg van een beperkte stijging van het arbeidsaanbod, veroorzaakt door een afname van de bevolking en het vertrek van een deel van de actieve beroepsbevolking naar het westen. De werkloosheid daalt in Groningen van 9, 3 procent in 1990 tot 8, 4 procent dit jaar. In Friesland is het percentage werklozen dit jaar 6, 1 tegen 6, 6 vorig jaar. In Drenthe daalt de werkloosheid tot 4, 7 procent (tegen 5, 5 procent in 1990).