VS missen de vliegtuigen om schade Irak te fotograferen

ROTTERDAM, 31 jan. - Een van de opvallendste aspecten van de wijze waarop het publiek wordt geinformeerd over de voortgang van operatie Desert Storm is het ontbreken van foto's als bewijsmateriaal die de resultaten van de militaire acties tegen Irak ondersteunen.

De briefings die in Riad worden gehouden - zeker die van gisteren van generaal Schwarzkopf - ondersteunen met spectaculaire videobeelden van geslaagde precisie-aanvallen het hoogwaardig technologisch gehalte van de strijd. Geen eindeloze rijen bomkraters over startbanen, geen platgegooide fabriekscomplexen, maar bijna steriele inslagen van laserbommen en televisieraketten in afzonderlijke vliegtuigbunkers en gebouwen.

De enige verkenningsfoto's die na twee weken oorlog zijn vrijgegeven, zijn enkele opnamen van de oliebronnen in Al Wafra in Koeweit, die door Irak zelf in brand waren gestoken. Overzichtsfoto's van de schade die door de Amerikaanse bombardementen in Irak is aangericht ontbreken nog steeds.

De reden daarvan is eigenlijk opmerkelijk simpel: de Amerikaanse luchtmacht beschikt niet meer over spionagevliegtuigen die in een conflict redelijk veilig boven een vijandelijk land kunnen vliegen. Precies een jaar geleden is het toestel dat die rol bijna 25 jaar met succes had vervuld tot verdriet van de luchtmacht uit dienst genomen. Die verkenner, de Lockheed SR-71 Blackbird, schoot zijn plaatjes op een hoogte van bijna dertig kilometer met een snelheid van drie keer het geluid. Geen enkele vijandige machine kon de SR-71 onderscheppen en de honderden raketten die op de Blackbird werden afgeschoten (onder andere boven Vietnam) ontploften allemaal op grote afstand. De befaamde SR-71 sneuvelde vanwege de hoge vliegkosten. Het vergde jaarlijks een bedrag van 208 miljoen dollar om zes Blackbirds in Engeland, Japan en de Verenigde Staten operationeel te houden. Het spionagevliegtuig viel onder de begrotingsbijl van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, ondanks de geslaagde verkenningsmissies van het toestel boven de Golf tijdens de Iraaks-Iraanse oorlog. De Democratische senator John Glenn, die de Blackbird wilde behouden, verklaarde toen dat het gemis van de SR-71 de VS in toekomstige crisissituaties in ernstige problemen zou brengen.

De SR-71 moest concurreren met de nieuwe en zeer kostbare Amerikaanse spionagesatellieten, de KH-11 en de Advanced KH-11, die ongeveer even scherpe foto's kunnen produceren en het voordeel hebben dat ze jaren in de ruimte kunnen blijven. Een extra gemak van de satellieten is dat ze hun digitaal vastgelegde foto's bijna direct naar grondstations kunnen doorseinen, waardoor een snelle 'battle damage assessment' (BDA) door militaire analisten mogelijk is. Daar staat tegenover dat bij een vliegtuig de vluchtplanners beter rekening kunnen houden met de weersomstandigheden. Ook satellieten kunnen door een dicht wolkendek niet echt bruikbare plaatjes schieten. Bovendien is het tijdstip van aankomst van een SR-71 boven een te fotograferen doel niet te voorspellen, terwijl de omloopbanen van een kunstmaan juist gemakkelijk kunnen worden berekend. Een tegenstander kan zo bepaalde wapens - in het geval van Irak bijvoorbeeld mobiele Scud-raketten - voor satellieten verstoppen.

De bevelhebbers van Desert Storm beschikken inmiddels wel over tienduizenden satellietopnamen. Niet een daarvan is vrijgegeven en dat zal als het aan de Amerikaanse inlichtingendiensten ligt ook niet gebeuren. Ondanks de regelmatige aandrang van onder andere Navo-bevelhebbers om satellietfoto's als bewijsmateriaal te mogen presenteren, zijn alle Amerikaanse presidenten tot nu toe gezwicht voor het standpunt van de CIA en het Nationale Bureau voor Verkenningen (NRO) dat de capaciteit van de Amerikaanse spieders in de ruimte geheim moet blijven. In het bijzonder Moskou moet blijven gissen naar de mogelijkheden van Washington om de militaire ontwikkelingen in de Sovjet-Unie accuraat in beeld te brengen. De Amerikaanse angst om de kwaliteit van het satelliet-fotomateriaal te compromitteren gaat zo ver dat in het verleden regelmatig extra vluchten met de SR-71 zijn uitgevoerd om doelen die eerder al waren vastgelegd door satellieten opnieuw te fotograferen. Die opnamen - bijvoorbeeld van Nicaragua, Cuba, Grenada en Libie - werden dan op persconferenties als bewijsmateriaal gepresenteerd.

De Amerikaanse luchtmacht beschikt nu voor fotoverkenning in het Golfgebied slechts over een squadron RF-4C-Phantoms. Het zijn de oudste straaljagers in Saoedi-Arabie. De Vietnam-veteranen maakten tot nu toe met telelenzen foto's op afstand (zoals van de brandende olievelden van Koeweit), omdat ze erg kwetsbaar zijn voor de Iraakse luchtverdediging. Nu generaal Schwarzkopf heeft vastgesteld dat hij van de Iraakse luchtmacht niets meer te vrezen heeft, zullen de Phantom-fotoverkenners wellicht ook plaatjes kunnen maken van de schade die in Irak is aangericht.

    • Dick van der Aart