Van gokker tot koosjere cateraar

The Plot against Harry. Regie: Michael Roemer. Met: Martin Priest, Ben Lang, Maxine Woods, Henry Nemo, e.a. Rialto, Amsterdam; 't Hoogt, Utrecht.

Martin Priest heeft een bleek en raadselachtig gezicht. Je kunt er lang naar kijken zonder precies te weten wat er in het hoofd omgaat. Het zijn zijn ogen en vooral zijn half geloken oogleden die zijn gezicht steeds een andere expressie geven: hooghartig, geirriteerd, afkeurend. Soms kijkt hij niet-begrijpend en een beetje dom, maar misschien zou je ook kunnen volhouden dat zijn gezicht een permanente lichte verbazing uitdrukt en daar is alle reden voor, gezien de bevreemdende situatie waarin hij zich bevindt in The Plot against Harry, een zwart-wit film uit 1969 van Michael Roemer.

De film portretteert de joodse middle class in New York in de jaren zestig. Martin Priest, die in 1965 een kleine rol had in Roemers film Nothing but a man, speelt nu de onheroische figuur Harry Plotnick die zich zo veel mogelijk afzijdig houdt van het absorberende joodse familieleven. Harry is voortdurend in de weer met louche geldtransacties, maar in feite is hij een weinig succesvolle gokker, zo blijkt al snel. Hij heeft negen maanden in de gevangenis gezeten en nu doet hij zijn best zijn oude levensstijl te hervatten, maar hij stuit op tegenwerking en verzet. Steeds vaker vraagt hij zich af of het niet beter zou zijn als hij een nieuw en ander leven begon.

Op een eigenaardige manier helpt het lot hem hierbij een handje als hij kort na zijn vrijlating met zijn auto botst tegen de auto van zijn ex-vrouw Kay (Maxine Woods) en zijn zwangere dochter; beiden heeft hij twintig jaar niet gezien. Harry raakt door deze ontmoeting meer bij de familie en bij familiezaken betrokken. Zo neemt hij een deel van het koosjere cateringbedrijf van zijn ex-zwager Leo (een prachtige rol van Ben Lang) over, een besluit dat aanleiding geeft tot een paar mooie scenes van Bar Mitswa-feesten en bruiloften.

Het is voor een buitenstaander onbegonnen werk tijdens de duur van de film greep te krijgen op het netwerk van relaties en het is al even ondoenlijk door te dringen in een wereld waarin men er stilzwijgend van uitgaat dat iedereen alle regels en gebruiken kent, maar dat maakt de film paradoxaal genoeg des te intrigerender. Het door Michael Roemer geschreven scenario wekt geen moment de indruk verzonnen te zijn; daarnaast geeft het een innemend en humoristisch beeld van het joodse milieu in New York en de jaren zestig.

Het curieuze is dat men daar indertijd kennelijk anders over dacht: toen The Plot against Harry ruim twintig jaar geleden aan een enkeling werd vertoond, liepen de reacties uiteen van onverschillig tot vijandig. Roemer was daardoor zo ontmoedigd dat hij er vanaf zag de film in roulatie te brengen. Pas in 1989 kwam de film weer tevoorschijn en had toen wel het beoogde succes bij iemand die hem zag. Roemer besloot zijn ondergeschoven kind alsnog naar filmfestivals in New York en Toronto te sturen, waar de film tot zijn verrassing onmiddellijk werd geaccepteerd. Vorig jaar beleefde de film in Cannes zijn Europese premiere en nu is hij dan ook in Nederland uitgebracht.

The Plot against Harry is daarmee terecht gerehabiliteerd. Michael Roemer maakte misschien geen meesterwerk, maar hij toonde aan een onderhoudende, geestige verteller te zijn en hij bleek bovendien een feilloos gevoel te hebben voor de juiste acteurs. De film dankt zijn geloofwaardigheid en charme voor een groot deel aan de natuurlijke vanzelfsprekendheid waarmee wordt geacteerd.

    • Noor Hellmann