Tekorten in Bulgarije worden dramatisch

ROTTERDAM, 31 jan. - Oost-Europa, dat vorig jaar al op grote schaal is afgestapt van de subsidiering van consumptiegoederen en de prijzen drastisch heeft verhoogd, maakt zich op voor een nieuwe ronde van prijsverhogingen en voor een evenredige verdere verlaging van de levensstandaard.

In de meeste Oosteuropese landen is de afgelopen weken de balans opgemaakt van de sociale en economische gevolgen van de hervormingen van het afgelopen jaar. In de meeste gevallen is men daarbij flink geschrokken, want de erfenis van het oude systeem is bij nader inzien nog veel dramatischer dan het zich aanvankelijk liet aanzien, en de prijs die voor de sanering moet worden betaald valt navenant tegen. In Polen zijn in 1990 niet 400.000 mensen, zoals aanvankelijk werd verwacht, hun baan kwijtgeraakt, maar 1, 1 miljoen en zijn de reele lonen met 29, 1 procent gedaald. Lichtpuntjes, zoals de beteugeling van de inflatie van 1100 naar 250 procent, de snelle ontwikkeling van de particuliere sector en de stijging van de uitvoer, maken de sociale schade van die tegenvallers maar zeer ten dele goed.

De regeringen van Tsjechoslowakije en Bulgarije wagen zich deze week aan een nieuwe fase in het prijshervormingsbeleid: de afschaffing van de subsidies op de belangrijkste levensmiddelen. In Tsjechoslowakije, waar de prijzen in het laatste kwartaal van 1990 al met 18, 4 procent zijn gestegen (terwijl de lonen bevoren bleven), probeert men de gevolgen op te vangen door de invoering van een minimumloon (van tweeduizend kroon, 73 dollar, per maand) en een verhoging van de pensioenen met acht procent. De inflatie zal volgens de officiele verwachtingen dit jaar echter dertig procent bedragen, volgens de onofficiele zelfs vijftig procent. Na deze nieuwe ronde van prijsverhogingen zullen in Tsjechoslowakije nog slechts de prijzen van meel, suiker, vlees, eieren, melk, aardappelen en babyvoeding beschermd blijven.

De gevolgen van de hervormingen in Tsjechoslowakije liggen op straat: het aantal mensen dat tegenwoordig de nacht doorbrengt in het Woodrow Wilson-treinstation en dat in de straten van Praag in de vuilnisbakken woelt op zoek naar etensresten is de laatste maanden toegenomen.

Nog veel dramatischer is de situatie in Bulgarije, waar de nieuwe regering van Dimitar Popov morgen de bescherming van een groot aantal basisprodukten opgeeft. De (nog maar gedeeltelijke) afschaffing van de subsidiering komt neer op prijsverhogingen van vierhonderd tot zeshonderd procent voor elektriciteit, gas en kolen. Een lange reeks andere produkten gaat zevenhonderd tot dertienhonderd procent in prijs omhoog. Zo moeten de Bulgaren vanaf morgen tot zeven keer meer gaan betalen voor brood, zuivelprodukten, vlees en boter.

Ook in Bulgarije wordt gecompenseerd: de salarissen gaan 270 leva omhoog, de pensioenen met 182 leva. Dat is officieel respectievelijk 90 en 60 dollar, maar in werkelijkheid veel minder omdat de officiele koers van de lev niet langer reeel is en dan ook een dezer dagen wordt aangepast van drie tot tien leva voor een dollar. Maar ook hier zijn die verhogingen lang niet genoeg om de gestegen kosten op te vangen en in Sofia is geschokt gereageerd. Het minimumloon in Bulgarije komt met de aanpassingen op 435 leva per maand, maar om te overleven heeft de gemiddelde Bulgaar volgens berekeningen van de regering minimaal 621 leva nodig. Zestig procent van de Bulgaren leeft inmiddels onder de officiele armoedegrens.

De klap zou voor Bulgaren die wel over financiele reserves beschikken om de nieuwe prijen te betalen minder hard aankomen als al die dure produkten ook daadwerkelijk te krijgen zouden zijn. Dat echter is niet het geval, want de afgelopen maanden hebben de schaarsten en tekorten in Bulgarije schrikwekkende proporties aangenomen. Dat geldt onder invloed van de Golfcrisis vooral voor energie. De regering heeft haar laatste energiereserves aangesproken om de kachel aan te houden, maar slaagt daar slechts ten dele in. In een aantal steden, zoals Plovdiv en Vratsa, worden woningen en kantoren al weken niet meer verwarmd. In Plovdiv, de tweede stad van Bulgarije, zijn de scholen gesloten en heeft de burgemeester zich in zijn wanhoop zelfs tot de Turkse consul gewend in de hoop brandstof te bemachtigen. De fabrieken in de stad werken niet meer en zelfs de broodvoorziening is in gevaar gekomen. Plovdiv is inmiddels officieel tot rampgebied verklaard.

In feite is heel Bulgarije rampgebied, zeker nu het na een zacht begin van de winter flink is gaan vriezen. In heel het land is de verkoop van brandstof en benzine gestaakt en rijden geen auto's meer, afgezien van voedseltransporten, politieauto's en het openbaar vervoer. In Blagojevgrad is inmiddels ook dat openbaar vervoer stil komen te liggen, in Vratsa moest de zuivelfabriek haar poorten sluiten en in Roese (ook daar zijn de scholen gesloten) en Hraskovo zijn winkels in paniek leeggekocht na geruchten als zouden de voedselverwerkende bedrijven, inclusief de stedelijke bakkerijen, bij gebrek aan brandstof worden gesloten.

De belangrijkste oorzaak van de schaarste aan energie is de Golfoorlog. Irak staat bij Bulgarije voor liefst 1, 3 miljard dollar in het krijt en zou die schuld in olie betalen. Die leveranties blijven uit. Iran heeft als gevolg van de oorlog 300.000 minder ton olie kunnen leveren dan was afgesproken en tenslotte blijft de Sovjet-Unie in gebreke. De Sovjet-leveranties zijn net voldoende om de belangrijkste petrochemische fabriek, die in Boergas, op minimumcapaciteit draaiende te houden. En valuta voor de aankoop van olie elders is er niet; al sinds maart vorig jaar kan Bulgarije niet meer voldoen aan zijn internationale betalingsverplichtingen. Ook op andere gebieden naderen de schaarsten in Bulgarije de grens van wat nog te verdragen is. In Sofia heeft het grootste ziekenhuis laten weten bij gebrek aan levensmiddelen de hartpatienten niet langer te kunnen verzorgen; in de winkels is al wekenlang geen boter, suiker, kaas, bakolie en melk meer gesignaleerd en de Bulgaarse media hebben melding gemaakt van doodgevroren bejaarden. Voor sommigen biedt de zwarte markt, waar men vijf keer meer voor vlees betaalt dan in de winkels, nog uitkomst, maar dat helpt de meerderheid van de bevolking niet aan vlees en de stedelijke autoriteiten in Sofia hebben deze week alle zeilen moeten bijzetten om te voorkomen dat de winkels honden- en kattenvlees zouden gaan aanbieden. Eerder deze week maakte de gemeentelijke overheid van Sofia bekend wat ze nog voor de miljoenenstad voorradig heeft: vijftig ton vlees, negentig ton kasjkaval (kaas), vijftig ton meel, dertig ton bonen. “En geen gram suiker, en geen gram witte kaas”, zo besloot gemeenteraad lakoniek de opsomming.

De stemming is echter al lang niet lakoniek meer. De nieuwe minister van industrie, handel en diensten, Ivan Poesjkarov, beschreef deze week, geconfronteerd met al deze narigheden, het beleid van zijn communistische voorgangers als “een misdaad tegen de natie” en sprak van “een bewuste vernietiging van de Bulgaarse economie”. De Unie van Democratische Krachten (SDS), die inmiddels met de (ex-communistische) Bulgaarse Socialistische Partij in de regering zit, heeft die ex-communisten verweten nog eind vorig jaar voor Bulgarije onvoordelige handelsakkoorden met de Sovjet-Unie te hebben gesloten. Op grond van die verdragen moet Bulgarije de Sovjet-Unie voorzien van graan, vlees, babyvoedsel, kaas en medicamenten die het zelf niet heeft, in ruil voor olie die niet wordt geleverd, aldus de SDS. De BSP sloeg terug met boze verwijten aan het adres van de Amerikanen, die maisleveranties zouden achterhouden en de Bulgaren in het handelsverkeer vernederend zouden behandelen.

Dat zijn echter politieke ruzies waar de gewone Bulgaren zich niet meer over opwinden: het dagelijks leven is in Bulgarije al tezeer in het teken van het fysiek overleven komen te staan. En de enige zekerheid die ze voor de komende maanden hebben is dat de situatie voorlopig alleen maar nog moeilijker wordt.