Strategie

In zijn nieuwe encycliek 'Redemptoris Missio' roept Johannes Paulus II op tot een herwaardering van het werk van de missionaris.

Hij is vooral geinteresseerd in het Midden-Oosten en een aantal andere islamitische landen in Azie en Afrika waar christelijk zendingswerk niet toegestaan is. Juist daar moeten 'de deuren voor Christus geopend worden'. De encycliek wordt gezien als een reactie op de mondiale groei van de islam en verschijnt in een wat precaire periode: zolang de Golf-oorlog woedt - en ook nog lange tijd daarna - zullen de hardboiled islamitische landen minder dan ooit geneigd zijn zich open te stellen voor de boodschap van Christus.

Deze encycliek heeft veel weg van een wanhoopsoffensief. Terwijl de paus in zijn eigen kerk tot z'n knieen in het water staat, geeft hij het sein om duizenden kilometers verderop dammetjes te gaan bouwen. Hij veroordeelt het religieus relativisme dat neerkomt op het idee dat de ene godsdienst even goed is als de andere. De dialoog met andere godsdiensten wil hij dan nog wel voortzetten, maar er mag geen misverstand bestaan over wat de weg, de waarheid en het leven is. De katholieke kerk moet weer tanden krijgen en de afbrokkeling van haar invloed moet een halt worden toegeroepen. Met bezorgdheid signaleert hij het groeiende fundamentalisme in het voorheen zo betrouwbaar katholieke Latijns Amerika. Evangelische zendelingen uit de VS verrichten daar stevige arbeid, blijkbaar met succes.

Waarom slagen het christelijk fundamentalisme en de islam, waar het katholicisme faalt? Dat had de paus zich moeten afvragen in plaats van onnadenkend een successtrategie uit vroeger tijden toe te passen. Een missionaris is als een spits in een voetbalteam: als de achterhoede zwak is, krijgt hij geen scoringskansen.

Het katholicisme als volksgodsdienst is al een tijdje op z'n retour. Het is in veel Westerse landen afgezwakt tot een vaag soort van levensbeschouwing zonder veel restricties en ook zonder veel toewijding. Mensen die zich alleen bij doop-, huwelijks- en begrafenisplechtigheden in de kerk vertonen en een enkel keertje de kerstnachtmis meepikken, kunnen zich heel goed 'katholiek' noemen. Het is de paradox van de vrijheid: hoe meer mogelijkheden een club zijn leden biedt om te doen wat ze goeddunkt, hoe minder mensen geinteresseerd zijn om lid te worden of te blijven.

Godsdiensten, of althans de leiders ervan, zijn per definitie conservatief, omdat het ondoenlijk is elke nieuwe mode te incorporeren in het grote geheel. Met de traditie weet je wat je in je hand hebt, een modernisme kan elk ogenblik weer passe zijn. Toch heeft de katholieke kerk een kardinale fout gemaakt door zo'n punt van die anticonceptie te maken. Een paus met een beetje vooruitziende blik had in de jaren zestig kunnen bedenken dat de pil geen wufte rage was en dat anticonceptie niet meer zou verdwijnen. Tegenover zo'n diep in het persoonlijk leven ingrijpende verordening als het verbod op anticonceptie stond een modernisering in uiterlijkheden: afschaffing van kerklatijn, kloosterhabijten en bepaalde misgewaden, instelling van oecumenische samenzang en zaterdagavondmissen die tellen als vervanging voor de zondagse kerkgang. Dit had natuurlijk andersom moeten zijn! De rituelen vasthouden, want dat zijn in een godsdienst de elementen met de grootste bindingskracht (ik ken ex-katholieken die nog steeds op vrijdag een visje eten) en nieuwe uitvindingen niet gemakzuchtig verbieden, maar ze temmen door middel van annotatie. In het geval van de pil had de lijn bij voorbeeld kunnen zijn: verboden, tenzij in het huwelijk. Dat zou ook in overeenstemming zijn geweest met de voorschriften voor geslachtsgemeenschap.

Wat heeft een missionaris van nu een heiden in een ver vreemd land te bieden? De meeste mensen daar hebben al een geloof en houden zich daar strikter aan dan katholieken hier. Het lijkt raadzamer de aandacht op de heidenen in eigen parochie te concentreren. Het Westen is langzamerhand een braakliggend terrein voor de missie. Eenvoudig is het niet. Colporteren van deur tot deur, folders, katholieke koffieshops. Maar vanuit een overlevingsstrategie is het verstandig eerst thuis te consolideren alvorens de wijde wereld in te trekken. Een niet bij voorbaat kansloze onderneming, gezien de massale opkomst op bij voorbeeld EO-landdagen.

    • Beatrijs Ritsema