'Saddam zal koning Hussein en Arafat meesleuren in val'; Linkse Palestijnen blijven strijden; 'Koeweiti's hadden meer respect moeten tonen'; 'Er mankeert wel eens wat aan ons leiderschap'

DAMASCUS, 31 jan. - Palestijnse en Libanese guerrillastrijders hebben de afgelopen dagen tientallen Katjoesja-raketten afgevuurd op Israel en op Israelische stellingen in Zuid-Libanon.

Volgens Israel gaat het om de hevigste aanvallen op de 'veiligheidszone' van de joodse staat sinds vijf jaar.

De guerrillastrijders geven met dit offensief duidelijk gehoor aan de oproep van de Iraakse leider Saddam Hussein om de oorlog in de Golf uit te breiden tot een conflict dat het hele Midden-Oosten in vuur en vlam zet. Voor Syrie, dat in naam de Palestijnse zaak steunt maar tegelijkertijd aan de Amerikaanse kant staat in de Golfoorlog, komt het opleven van de vijandelijkheden aan de Israelisch-Libanese grens bijzonder ongelegen. Met stilzwijgende instemming van de Verenigde Staten en Israel deelt het de lakens uit in Libanon. De officiele propaganda van Damascus verwijt Saddam Hussein dat hij zonder overleg en op het verkeerde moment de confrontatie met Israel zoekt. Maar president Hafez al-Assad biedt intussen nog steeds onderdak aan de meest radicale groeperingen binnen de PLO en voor deze Palestijnen is de oorlog met Israel, met of zonder Syrische instemming, wel degelijk begonnen.

ACHTER SADDAM

“Het geschil tussen Koeweit en Irak had vreedzaam kunnen worden opgelost als de Koeweiti's wat meer respect hadden getoond. Maar nu de VS samen met Israel Irak hebben aangevallen, staan wij vierkant achter Saddam Hussein”, zegt Abu Layla (een schuilnaam), lid van het politburo van het Democratisch Front voor de Bevrijding van Palestina (DFLP) in zijn zwaarbewaakte hoofdkwartier in de kelder van een flatgebouw in Damascus. “Wat ons betreft is de oorlog in Libanon nooit gestopt, maar na de oproep van Saddam Hussein proberen we al onze krachten te mobiliseren om de gevechten te intensiveren”, zegt zijn evenknie Omar Kuliesh van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP) in een niet minder degelijk beveiligd gebouw een paar straten verder.

DFLP en PFLP vormen samen met de bijzonder kleine Palestijnse Communistische Partij de linkervleugel van de PLO. Beide groeperingen beroepen zich op marxistisch-leninistische beginselen - hun kantoren zijn gesierd met rode vlaggen en posters van Fidel Castro aan de muur - en om die reden zijn zij in het door de Sovjet-Unie gekoesterde Syrie altijd bijzonder welkom geweest. De twee organisaties verschilden in het nabije verleden nogal van opvatting over zaken van praktische aard. Volgens de DFLP-woordvoerder was het zijn leider, Nayef Hawatmeh, die als eerste binnen de PLO pleitte voor het stichten van een eigen staat naast Israel, ook als de consequentie daarvan de erkenning zou zijn van de joodse staat en dus het opgeven van een belangrijk deel van Palestina. Dr. George Habash, de voorman van de PFLP, heeft zich altijd verzet tegen deze gedachte, die ruwweg overeenkomt met resolutie 242 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Toen Yasser Arafat, leider van de grootste Palestijnse organisatie (Al-Fatah) en voorzitter van de overkoepelende PLO, twee jaar geleden resolutie 242 aanvaardde, heeft Habash hem publiekelijk uitgedaagd. Habash voorspelde dat de pogingen van de PLO om voor beschaafd en vredelievend door te gaan geen enkel tastbaar resultaat zouden opleveren voor de Palestijnse zaak. “Arafat heeft twee jaar lang bij de Egyptenaren, de Russen en de Amerikanen aangeklopt zonder gehoor te vinden”, zegt Kuliesh. “Niemand kon of wilde druk uitoefenen op Israel om aan de onderhandelingstafel te gaan zitten. In een van zijn laatste gesprekken met Mubarak heeft Arafat toegegeven dat Habash gelijk heeft gehad. Alleen geweld maakt kennelijk indruk. De Palestijnen beseffen dat hun zaak met de wapens in de hand moet worden gediend.”

Eenheid bevorderd

Beide woordvoerders menen dat de keuze van Arafat voor Saddam Hussein de eenheid binnen de PLO zeer heeft bevorderd. Habash en Hawatmeh zijn na het uitbreken van de crisis wekenlang voor overleg in Bagdad geweest. Tot dan toe hadden zij de Iraakse hoofdstad gemeden, omdat zij zich als bondgenoten beschouwden van de Syrische president Assad, die al jaren bijzonder slecht overweg kan met zijn buurman, en omdat zij bezwaren hadden tegen de binnenlandse politiek van Saddam Hussein. Arafat op zijn beurt is al meer dan drie jaar niet meer welkom in Damascus, omdat hij het niet eens is met de Syrische rol in Libanon.

Al deze tegenstellingen zijn wat betreft de Palestijnen nu vergeven en vergeten, of ten minste naar de achtergrond gedrongen. Binnen de PLO bestaat volgens Abu Layla en Omar Kuliesh nauwelijks oppositie tegen de huidige koers. Verontwaardigd wijzen zij de gedachte van de hand dat de moord op PLO-voorman Abu Iyad, twee weken geleden in Tunis, een interne afrekening zou zijn in verband met een te gematigde stellingname. Zij zien er het werk in van de Israelische geheime dienst, de Mossad.

De PFLP verwierf in de jaren zeventig vooral bekendheid door een reeks vliegtuigkapingen, soms met bloedige afloop. Kuliesh sluit echter uit dat zijn organisatie in de komende tijd zal teruggrijpen naar deze vorm van politiek geweld. “Wij hebben het terrorisme tegen burgerdoelen al vijftien jaar geleden afgezworen. Wij willen geen onschuldige slachtoffers meer maken. Dat is slecht voor onze naam. Wij willen ons richten tegen militaire en economische belangen van de VS en Israel over de hele wereld en op de strijd aan de grens met Israel, met name in Zuid-Libanon.”

De linkse Palestijnen zijn zich ervan bewust dat Syrie op dit moment niet erg gediend is van hun plannen. Het land staat nog altijd in Washington op de zwarte lijst van naties die het terrorisme steunen, en probeert daarvan af te komen. Damascus zal de respectabiliteit die het nu bezig is te verwerven niet in gevaar willen brengen, geven Omar Kuliesh en Abu Layla toe. “Maar tot nu toe leggen ze ons weinig in de weg”, zegt laatstgenoemde. “Wij hebben nu eenmaal andere belangen dan president Assad”, meent Kuliesh. “Laten we hopen dat ze ons er hier niet uitgooien.”

Een hoge Syrische regeringsfunctionaris zegt desgevraagd dat zijn overheid de DFLP en de PFLP gastvrijheid biedt “omdat ze dat nu eenmaal altijd heeft gedaan”. Hij verzekert echter dat politie en leger zullen ingrijpen wanneer de organisaties vanuit Damascus tot geweld zouden overgaan, “al kunnen we de toestand in Zuid-Libanon helaas niet helemaal controleren”. “Beschouwt u onze tolerantie tegenover de Palestijnen maar als een teken van zelfvertrouwen”, voegt hij daaraan toe. “Israel noch Syrie zal bij deze oorlog betrokken worden. Dat staat vast. We moeten medelijden met de Palestijnen hebben. Het is per slot van rekening een volk zonder land en, onder ons gezegd, met hele onbekwame leiders.”

Abu Layla weigert voorlopig te praten over de mogelijkheid van een Iraaks-Palestijnse nederlaag. Hij gelooft ook niet dat die consequenties zou kunnen hebben voor de positie van Yasser Arafat. “Er mankeert wel eens wat aan ons leiderschap”, zegt hij. “Dat moet dus verbeteren. Maar een volk met een beetje nationale trots kiest zijn leiders niet op grond van de overweging of zij aanvaardbaar zijn voor het buitenland.”

KISSINGER

Omar Kuliesh wil evenmin spreken over 'tactische fouten' of 'wedden op het verkeerde paard': “Saddam Hussein heeft ons niet geraadpleegd voor hij Koeweit binnenviel. Daarna hadden we geen keus.” Hij houdt echter wel degelijk rekening met een Iraakse nederlaag. “In dat geval zullen er drie leiders sneuvelen in het Midden-Oosten: Saddam Hussein, Hussein van Jordanie en Arafat. De eerste door geweld, de tweede door economische druk en de derde door politieke machinaties. Ik acht het niet ondenkbaar dat na een overwinning van de Amerikanen het scenario wordt gevolgd dat Henry Kissinger een paar weken geleden schetste: het creeren van een kleine Palestijnse staat onder de hoede van de gematigde Arabische landen. Dan staat de PLO buitenspel. Het zou een zware klap voor ons zijn, maar niet de eerste en niet de laatste. Er zijn meer tegenslagen geweest in de afgelopen veertig jaar en toch zijn er altijd weer jonge Palestijnen gekomen die de gewapende strijd wilden voortzetten. Misschien kunnen wij elkaar over een half jaar niet meer in Damascus ontmoeten, hier in dit kantoor. Dan zult u ons moeten zoeken in de woestijn of in een grot in de bergen. Als het niet anders kan, dan zij het zo.”

    • H. M. van den Brink