PvdA-leiding zelfverzekerd in Golfdebat

In de discussie over de Golfoorlog heeft de PvdA interne verdeeldheid tot deugd verklaard. Het feit dat er 'grote aarzeling' en 'verscheurdheid' heerst, ook bij degenen die Nederlandse deelname tot nu toe hebben gesteund, wordt als bewijs van een levende en alerte partij gepresenteerd. Kracht door verdeeldheid? Of staat de grote meerderheid toch wel achter de fractie en de PvdA-ministers? Op het PvdA-congres morgen en zaterdag in de RAI in Amsterdam lijkt dat laatste de waarschijnlijkste uitkomst.

DEN HAAG, 31 jan. - Naarmate het PvdA-congres nadert, worden de leiders van de partij zelfverzekerder. De groep die zich tegen het standpunt van het partijbestuur, van de Tweede Kamerfractie en van de eigen ministers verzet, is klein gebleven. Voorzitter W. Koole van het gewest Amsterdam taxeerde vanmorgen de verhoudingen aldus: “Er zullen heel wat kritische noten worden gekraakt, velen zullen zich in de ideeen over wapenexport kunnen vinden zoals die door de groep-Tinbergen zijn uitgesproken, maar aan het einde zal 60, 70 of misschien wel meer procent het tot nu toe gevoerde beleid steunen.”

De gemeenschappelijke lijn die de partij de tegenstanders aanbiedt, is de toekomst. Na afloop van een gesprek met een groep dissidente PvdA-leden zei fractievoorzitter Woltgens daarover gisteravond: “Een ding vinden we allemaal: er mag geen blijvende conflictsituatie in het Midden-Oosten ontstaan na afloop van deze crisis”.

De verdedigingslijn van zowel de politieke als de partijleiding is, sinds er in delen van de achterban wordt gemord, de volgende: De koers van de Verenigde Naties moet worden gevolgd. Nederland en Belgie konden niet samen het handelsembargo verder voeren. Als Saddam Hussein al niet onder de indruk was van een gewapende actie zou hij dat helemaal niet van een verder embargo zijn geweest. En tenslotte (in de woorden van vice-premier Kok): “Je buiten het militair conflict houden is niet van hoger moreel gehalte dan opkomen, met de onontkoombare middelen die daarbij horen, voor het herstel van de rechtsorde.”

Er ontstond vorige week een soort taakverdeling bij de verdediging van het beleid. Woltgens verklaarde de discussie tot deugd: “Over dit soort vragen horen wij als PvdA aarzelingen te hebben. Het grote gelijk of ongelijk bestaat in dit soort kwesties domweg niet.” Partijvoorzitter Sint verdedigde de keuze voor de VN-koers. In een brief aan de leden herinnert ze eraan dat de PvdA al jaren de VN het aangewezen orgaan vindt om op te treden tegen schendingen van het internationaal recht. “Daarom waren wij blij met de onmiddellijke reactie van de VN.” Minister van defensie Ter Beek bestrijdt intussen de indruk dat de PvdA gezwicht is voor druk van het CDA. “Zonder duw in de rug door het CDA ben ik ook zelf tot de conclusie gekomen dat, indien het tot oorlog zou komen, ik het ontoelaatbaar achtte de Nederlandse schepen de steven te laten wenden. Nederland mag niet wegvaren voor zijn verantwoordelijkheid.”

Het Kamerlid Melkert, sinds augustus voor de PvdA-fractie aan het front van de besluitvorming, verspreidt zelfvertrouwen. Hij is er “zeer van overtuigd” dat de grote meerderheid van het congres het beleid zal steunen. “De mensen hebben een groot vertrouwen in de integriteit van de in de fractie gevoerde discussies en in de keuzes die we hebben gemaakt.” Het kernargument van de partijprominenten, onder wie prof. Tinbergen, oud-partijvoorzitter Van den Heuvel en IKV-secretaris Faber, die gisteravond met de fractieleiding praatten, is dat het ultimatum te vroeg kwam; het handelsembargo had langer een kans moeten krijgen. Zij eisen een staakt-het-vuren.

De voorzitters van het gewest Amsterdam en van de twee grootste PvdA-gewesten, Zuid-Holland en Gelderland, hebben dit idee op een slimme manier in een ontwerp-motie geifoutief tekenntegreerd: “Al het mogelijke moet worden gedaan om bij de eerste gelegenheid naast het militair ingrijpen ook langs politieke en diplomatieke weg, bijvoorbeeld door een staakt-het-vuren, het conflict te beeindigen.” Met die motie kan de partijleiding leven.

    • Rob Meines