PvdA-leden worstelen met meedoen aan oorlog in de Golf; Hebben we niet zitten slapen ?

Nu waren ze zonder veel discussie betrokken in een echte oorlog, nota bene onder leiding van hun eigen Relus. In Rotterdam waren ze zelfs vergeten te beslissen over het verladen in de haven van Amerikaanse wapens en munitie voor de Golf. Hoe kan dat nou in een partij die zo voor de vrede is en vol begrip voor de Arabische medebroeder? En zo tegen bewapening en onderdrukking?

Tijdens een inderhaast belegde vergadering voor leden in Heerlen en Kerkrade - de afdeling van fractieleider Th. Woltgens -, kwamen gisteravond een Tweede-Kamerlid en een senator tekst en uitleg geven. Het 'real-politisch' betoog van Tweede-Kamerlid Monique Quint kon veel aanwezigen niet overtuigen. Zij legde uit dat het handhaven van de boycot tegen Irak uiteindelijk meer risico's met zich mee zou hebben gebracht dan de militaire oplossing.

“Hebben we werkelijk wel alles geprobeerd om de oorlog te voorkomen”, twijfelde Arie op de voorste rij. Hij herinnerde zich nog pijnlijk duidelijk de slogans van de demonstraties tegen de kruisraketten. “Toen riepen we steeds: nooit meer oorlog. Nu zitten we hier een lijst van gemiste kansen te maken.”

Het “persoonlijke, individuele” besluit van Eerste-Kamerlid Mieke Smeets om samen met elf andere fractiegenoten tegen de Nederlandse deelname aan de oorlog te stemmen, ontmoette veel sympathie. Natuurlijk, Saddam moest uit Koeweit weg. Maar de manier waarop de Amerikanen dat probeerden door vooral veel troepen over te brengen en vooral niet te veel de boycot de kans te geven, had het wantrouwen van Smeets gewekt. “Hebben wij in het Westen niet te weinig begrip voor de specifieke mentaliteit van het Oosten”, vroeg ze min of meer retorisch. “Daar gun je iemand toch een eervolle aftocht?”

Aanwezige allochtone PvdA-leden scherpten de twijfels over de Westerse superioriteitsgevoelens nog wat aan. De oorlog in de Golf was wat hen betreft niet alleen een conflict van tweeduizend kilometer verderop. “Wie worden weer het slachtoffer? We worden nu al hier regelmatig voor kleine Saddams aangezien.”.

Pag 3: .

'PvdA-fractie is met oorlog in de fuik gelopen'

Een gewezen dienstplichtige die had gediend bij de VN-vredesmacht in Zuid-Libanon vreesde voor de goede naam die Nederland volgens hem in de Arabische wereld had. “Toen ik in Libanon zat werden de Amerikanen Beiroet uit gebombardeerd door hun hautaine houding.” Hoe anders was dat met de Nederlanders in de vredesmacht. “Wij kregen juist veel respect omdat we alles zo goed tegen elkaar weten af te wegen. Dat krediet zijn we na de oorlog nu wel kwijt.”

In Rotterdam waren maandagavond twee Kamerleden en een senator uitleg komen geven. Op de achterste rij zat staatssecretaris Simons, oud-wethouder van de Maasstad, stilletjes mee te luisteren. H. van de Pols vertelde 45 jaar en 8 maanden partijlid te zijn, maar toen hij “een prominent partijgenoot” op de radio een beroep hoorde doen op eenheid in de partij had-ie bijna opgezegd. Dat leek op de doofpot. Ten tijde van Vietnam en Indonesie kon je tenminste nog eerlijk met elkaar van mening verschillen.

Van Woltgens had hij “geen moer” begrepen. De fractie was als een stel “domme makke schapen in de fuik gelopen”. Al die miljarden voor de oorlog hadden aan het embargo besteed moeten worden. Maar ja, “de PvdA is niet wakker geweest”. Ook niet toen Irak jaren geleden de Koerden en Iraanse soldaten met gifgas vermoordden. De partij had de laatste maanden verzuimd een eigen beleid te voeren.

De volgende spreker C. Drijver veronderstelde dat als Koeweit koffie zou exporteren het nu geen oorlog zou zijn. Dat komt ervan als je kapitalisme en religie door elkaar gooit, zo meende zij. Het embargo heeft de VS moedwillig laten mislukken; de wapenindustrie en het “vijanddenken” moest in stand worden gehouden. “Ik sta hier als pacifist”, maar ze riep ook Israel op om zich “niet in de slachtofferrol te laten duwen. Doe iets!” Waarna ze met het voorlezen van een dichtregel van Henriette Roland Holst ( “De zachte krachten zullen overwinnen” ) aangedaan ging zitten.

R. van de Middelkoop had in de NRC echter een bijdrage van prof. H. Wesseling gelezen waarin een aantal gerechtvaardigde oorlogen werden opgesomd. Het Golfconflict viel daar wel onder, vond hij. Wel was de partij er veel te laat achter gekomen waar de besluitvorming in Den Haag toe kon leiden. Het “politieke management” was tekort geschoten, evenals “onze eigen verbeeldingskracht”. Hij voelde zich slachtoffer van een “salami-tactiek”. J. Jansen was niet alleen door de oorlog verrast maar ook door zichzelf. Ondanks twintig jaar activisme in het IKV was hij deze oorlog namelijk als een harde noodzaak gaan zien. Saddam Hoessein vond hij een terrorist van de ergste soort, een “grote boef”, die “naar de eeuwige jachtvelden” gestuurd moest worden. “Terwijl ik ook nog tegen de doodstraf ben”.

Het Kamerlid Frans Moor uit Hoek van Holland probeerde de basis zijn houding in de fractie uit te leggen. Hij was tegen de oorlog: iedereen in de fractie was tegen de oorlog. Voor of tegen de oorlog was eigenlijk een valse tegenstelling. Moor vond alle Arabische leiders dictators “maar als er een land is waar ik een hekel aan heb is het wel de VS”. “Dat walgelijke land” heeft in veel landen “hetzelfde gedaan als Saddam Hoessein”. Alleen was de fractie nu voor de keus tussen twee kwaden geplaatst. Moet Saddam de gelegenheid krijgen Saoed-Arabie aan te vallen en daarna op te rukken naar Israel? En dat in een politiek klimaat waar een paar bommen op Israel de halve Arabische wereld al tot juichen brengen? Nee, dat mag dus niet.

Net als fractiegenoot De Visser had hij bezwaar gemaakt tegen de manier waarop Woltgens de fractie “bij elkaar had geveegd”. Lubbers en Van den Broek hebben de PvdA expres in de problemen proberen te brengen door Relus voor het blok te zetten met het aanbod van Patriot-raketten aan Israel. “Ik kan wel janken dat ik ja tegen de oorlog heb gezegd, maar misschien had ik nog wel harder gehuild als Saddam Hoessein verder was gegaan.”

De verwarring en de schuldgevoelens mondden in Heerlen en Rotterdam uit in goede bedoelingen voor de na-oorlogse tijd. Dan zullen “armoede en feodalisme” in het Midden-Oosten opgelost moeten worden, zei men in Rotterdam. Nederlandse bedrijven die meededen aan wapen- en gifgasproduktie zouden voor een apart tribunaal gedaagd moeten worden. Ook het Palestijnse probleem moest nu toch eindelijk eens opgelost worden.

Limburg voegde er nog wat zaken voor de binnenlands-politieke agenda aan toe. “De waardige discussie met respect voor elkaars mening” zou binnen de partij weer meer gevoerd moeten worden. Tegenspel tegen Buitenlandse Zaken waar minister Van den Broek “Amerikaanser dan Amerika” zat te zijn, was geboden, net als tegen het CDA en zijn “cowboy” Gualtherie van Weezel, zo luchtte Kamerlid Monique Quint haar gemoed nog even op de valreep. Rationeel mocht ze zich dan inmiddels bij deelname aan de oorlog hebben neergelegd, emotioneel was ook bij haar de vieze smaak gebleven.

Pag 9: Hoofdartikel .

    • Folkert Jensma
    • Kees Versteegh Heerlen-Rotterdam