Ouderen en wonen: het wooncentrum; 'Net of je in een normaal huis zit'

Nederland vergrijst in snel tempo. In 2038 zal het aantal 65-plussers zijn verdubbeld tot 3, 8 miljoen. Ook het aantal voorzieningen voor ouderen zal flink moeten toenemen. Het traditionele bejaardenhuis verliest intussen terrein. Sinds kort kent Nederland ook het 'wooncentrum voor ouderen'. Het tweede deel in een serie over ouderen en wonen.

NIJMEGEN, 31 jan. - De witte schort, het uniform van het personeel in de meeste verzorgingstehuizen, ontbreekt in Nieuw Doddendaal, een 'wooncentrum voor ouderen' in het hart van Nijmegen. “Zo'n jurkje geeft het verzorgingstehuis onnodig een medisch karakter”, zegt directeur M. K. W. Schanzleh. “Het is allemaal zo ziekenhuisachtig.”

Te vaak worden ouderen betutteld en van hun autonomie beroofd, vindt Schanzleh, terwijl ze juist moeten worden gestimuleerd zoveel mogelijk zelf te doen. Voorwaarde is wel dat ze daar de mogelijkheden voor krijgen. “We willen mensen hier laten wonen en leven zoals ze dat altijd hebben gedaan, de overgang naar een verzorgingshuis zo klein mogelijk houden.” In een notedop is dat de filosofie achter Nieuw Doddendaal, sinds eind 1989 een van de vele experimenten in de ouderenzorg.

Het wooncentrum is weliswaar een verzorgingstehuis maar dat woord wordt zorgvuldig gemeden. Het wordt een beetje als een vloek beschouwd, niet in de laatste plaats door de 39 bewoners, die samen een dwarsdoorsnede vormen van de ongeveer 1.500 verzorgingstehuizen in Nederland. De verschillen tussen Nieuw Doddendaal en het doorsnee verzorgingshuis zijn dan ook aanzienlijk. De nadruk ligt er niet op de zorg, maar op wonen. En daar is zorg een onderdeel van.

Het meest in het oog springend is de minimale personeelsbezetting in het drie verdiepingen tellende complex. Een coordinator heeft de verantwoordelijkheid voor de dagelijkse gang van zaken, een 'contactpersoon' onderhoudt de contacten tussen de (potentiele) bewoners en alle betrokken hulpverleners van buiten het wooncentrum. De directeur begeleidt het experiment. Ten slotte zijn er vijf part-time receptionistes, die allen een opleiding verzorging of verpleging achter de rug hebben.

Enkele jaren geleden dreigde sluiting voor het verouderde verzorgingstehuis Doddendaal, maar acties om het voor de binnenstad te behouden hadden succes. De provincie Gelderland gaf toestemming voor nieuwbouw en gedeeltelijke renovatie om een nieuw verzorgingscomplex tot stand te brengen. Inclusief een nieuwe filosofie - de zelfstandigheid van de bewoners is heilig - waarmee het door de provincie tot experiment werd gebombardeerd.

Voordat nieuwbouw en renovatie begonnen werden alle bewoners verspreid over andere verzorgingstehuizen in de stad en kreeg het personeel ontslag. Door deze forse ingreep kon Nieuw Doddendaal met een schone lei beginnen. Schanzleh: “Het idee om het anders aan te pakken is geboren vanuit alle kritiek die ik hoorde van mensen die zeiden dat ze nooit in een verzorgingstehuis zouden willen wonen. Zelfs het personeel van het oude Doddendaal zei er niets voor te voelen daar ooit te gaan wonen. Dat is een toch teken dat je als tehuis niet goed bezig bent”.

“Je leeft hier net of je in een normaal huis zit”, zegt de 78-jarige mevrouw E. G. van den Broek. “Wil je eruit, dan ga je eruit. Zonder dat te hoeven melden bij de receptie. En zo hoort het ook.” Elke dag kookt ze voor zichzelf en een goede vriend in het wooncentrum, een mogelijkheid die in de meeste verzorgingstehuizen niet bestaat.

De wensen van de bewoners zijn individueel vastgelegd in een 'dienstenplan', waarin staat wie wat wanneer voor de bewoner doet. Behalve de maaltijdverzorging betreft dat bijvoorbeeld taken die de familie op zich neemt en afspraken met het kruiswerk en de gezinsverzorging, dank zij een volgens Schanzleh “uniek contract” met die instellingen.

De drie gezusters Sluijters, 80, 91 en 94 jaar, zitten vandaag precies een jaar in Nieuw Doddendaal. Ze wonen in een grote kamer, de ruime slaapkamer ligt op een paar stappen aan de andere kant van de gang. Ze willen best iets vertellen over hoe het in de nieuwe woning bevalt, maar het zes-uur journaal van Veronique gaat voor. Na tien minuten vertellen ze dat ze graag uit hun vorige woning weg wilden, maar uitsluitend als ze met z'n drieen samen in een ruimte konden wonen. In Nieuw Doddendaal was dat geen probleem. De overstap van de eerste etage in de nabijgelegen Bloemenstraat naar de derde verdieping in de Parkdwarsstraat betekende vooral een verbetering voor de 91-jarige S. F. T. H Sluijters. Omdat ze een versleten heup heeft en een lift in de vorige flat ontbrak, kwam ze nooit buiten. In de flat was ook nauwelijks plaats om het looprekje te parkeren. “Het stond altijd in de weg”, zegt de jongste van de drie, die zo goed mogelijk voor haar oudere zusters probeert te zorgen. Schoonmaken kan ze niet meer, “maar we zorgen wel zelf voor onze broodmaaltijd”.

In tegenstelling tot wat gebruikelijk is in verzorgingshuizen worden vrijwel alle diensten van buiten Nieuw Doddendaal betrokken. Er ontbreekt bijvoorbeeld een centrale keuken waar warme maaltijden voor de bewoners worden bereid. Van hen kookt 25 procent zelf, terwijl de meesten (65 procent) hun maaltijd thuisbezorgd krijgen door een cateringbedrijf. De overige bewoners maken andere eet-afspraken, bijvoorbeeld met familieleden.

Nieuw Doddendaal mist een gemeenschapsruimte, maar grenst aan een 'open wijkvoorziening' waar onder meer een koffiebar annex zaal, het kantoor van de ouderenbonden, de wijkraad en de wijkkrant zijn ondergebracht. Schanzleh: “In plaats van allerlei activiteiten binnen de muren van het tehuis te halen moet je op een goede manier gebruik maken van de bestaande diensten.

“Nieuw Doddendaal past zich aan de bewoner aan in plaats van wat in de meeste verzorgingstehuizen gebruikelijk is, namelijk het omgekeerde. Daarom kun je spreken van een radicaal andere opzet van het verzorgingstehuis. Uiteraard is dit niet het ideaal, maar het laat wel zien dat het anders kan. “

Het eerste deel van deze serie verscheen gisteren.

    • Ward op den Brouw