Op naar de weegschaal; Vermageren

De eerste hoofdwet van de thermodynamica geldt ook voor mensen die hun vet kwijt willen. Die wet van behoud van energie, halverwege de vorige eeuw opgesteld, is onverbiddelijk. Pas als iemand meer energie in verrichte arbeid en geproduceerde warmte stopt dan er met het voedsel naar binnen is gekomen, wordt het lichaam zelf aangesproken.

Dat is de enige kans om langs metabolische weg vet kwijt te raken. Anders rest slechts plastische chirurgie.

Nu de etalages van banketbakker, poelier en delicatessenwinkel een sober aanzien hebben, de zomervakantiefolders weer lokken en de voorjaarsmode in de winkel hangt, bestudeert menigeen op de weegschaal en voor de spiegel het resultaat van een zware, sociale decembermaand - veel gezeten, lekker gegeten, flink gedronken. De aanblik valt misschien tegen, toch hoeft er medisch gezien nog geen sprake te zijn van overgewicht. De behoefte tot lijnen uit kosmetische overwegingen kan echter sterk zijn.

Overgewicht is in de Verenigde Staten enkele jaren geleden officieel tot een ziekte verklaard. Maar ook lijnen lijkt een ziekte. Tussen medisch en kosmetisch ligt een vage grens. Het ideaalbeeld, vooral van de vrouw, staat steeds minder kilo's toe. En op een enkele couturier na die terug wil naar Rubensiaanse volumes, lijkt een kentering nog niet in zicht.

QUETELET-INDEX

Medisch gezien is de Quetelet-index bepalend voor de grenzen tussen te mager, goed, te dik en vetzuchtig. De Quetelet-index zegt voor volwassenen meer dan de vroeger veel gehanteerde maat van de lengte in centimeters, min honderd, die ongeveer gelijk moet zijn aan het gewicht in kilo's. De Quetelet-index is het gewicht (in kilo) gedeeld door het kwadraat van de lengte (in meter).

De Quetelet is voor volwassenen van alle voorkomende lengten een goede maat. Zware botten en brede bouw worden niet meer als excuus geaccepteerd. Dat is allemaal onderzocht. Preciezer is eigenlijk alleen de verhouding tussen volume en gewicht. Het volume is te bepalen door onderdompeling in een bak water en dan de hoeveelheid uitstromend water te meten. Voor de longinhoud wordt gecorrigeerd. In combinatie met het gewicht is dan de verhouding tussen vet en ander weefsel te bepalen.

In 1984 heeft de Gezondheidsraad bepaald dat iedereen met een Quetelet-index boven 30 veel te zwaar is. Ongeveer 10% van de Nederlandse bevolking lijdt volgens deze maatstaf aan adipositas (vetzucht).

De kans op vetzuchtziekten is dan twee- tot driemaal groter dan in de bevolking met normaal postuur. Wie te zwaar is heeft een verhoogd risico op hartaanvallen, beroertes, gewrichtsaandoeningen (dat extra gewicht moet gedragen worden), suikerziekte en sommige vormen van kanker. De dokter hoort te adviseren om wat gewicht te verminderen.

Ideaal is een Quetelet-index tussen 20 en 25. Met een Quetelet tussen 25 en 30 bent u te dik, maar het medisch risico (25% verhoogd) valt mee. Ongeveer 30 a 40% van de volwassen Nederlandse bevolking heeft een Quetelet boven de 25. De dikke Nederlanders zouden, volgens de Gezondheidsraad, om gezondheidsredenen moeten afvallen als er nog een tweede risicofactor aanwezig is, zoals hoge bloeddruk.

Maar lang niet alle te dikke mensen letten op hun gewicht, terwijl veel sub-vijfentwintigers regelmatig lijnen. Wageningse vetzucht-onderzoekers, onder leiding van dr.ir. J. C. Seidell, vonden bij een onderzoek in Ede bij 70% van de lijnende vrouwen een Quetelet beneden de 25. Van mannen waarbij de huisarts overgewicht (Q>25) constateerde, deed 65% niets aan de lijn. Bij vrouwen lag dat percentage uiteraard lager (36%).

Iemand van 1, 70 meter lengte met een gewicht van 95 kilo heeft een Quetelet-index van 33. Bij de wil om 23 te bereiken, moet er bijna 30 kilo af, tot de weegschaal 66 kilo aangeeft. Drie kilo is bij deze lengte een Quetelet-punt. Bij een lengte van 1, 90 m is een Queteletpunt ongeveer gelijk aan 3, 5 kilo lichaamsgewicht. Bij erg korte mensen komt een Q-punt ongeveer overeen met 2, 5 kilo.

“De echte inspanning, “ aldus Seidell, “ is voorbehouden aan mensen die meer dan tien kilo kwijt moeten. Zij zijn gedwongen hun eetpatroon ingrijpend te veranderen, want dikke mensen eten veel meer dan magere mensen. Niet om steeds dikker te worden, maar omdat dik zijn erg veel energie kost. Iemand die 20 kilo te zwaar is, moet dat allemaal dragen. Ook de hoeveelheid spier- en orgaanweefsel is bij dikke mensen groter en daarom vergt de stofwisseling meer energie.

De meeste mensen denken dat de vetlaag inert is, dat die er alleen maar zit tot hij weer wordt aangesproken. Maar lichaamsvet wordt voortdurend afgebroken en weer opgebouwd. Daar is energie voor nodig - de vetstofwisseling is vrij inefficient.''

OOK TE BEHOUDEN

Het lukt slechts zeer weinigen om na een forse kuur het lagere gewicht ook te behouden. Onderzoekers die ooit een succesvolle afvalkuur begeleidden hebben 15 jaar later hun proefpersonen nog eens opgezocht. Bijna zonder uitzondering waren ze weer op hun veel te hoge gewicht terug, terwijl ze al die jaren poging na poging hadden ondernomen het overtollige vet kwijt te raken.

Veel mensen volgen kuur op kuur, maar niets helpt. Bij een vergelijking van niet-lijners met lijners, in leeftijd varierend van 20 tot 35 jaar, waren de lijners twee jaar later gemiddeld een kilo lichter dan de mensen die niets aan hun overgewicht deden.

Veel dikkerds lijnen zo verbeten dat ze overeten en lijnen voortdurend afwisselen zodat hun gewicht sterk fluctueert. Het zijn de jojo-ers.

Niet bekend

Bij veel en vooral snel afvallen verkeert het lichaam in hongersnood. De temperatuuregulatie is niet meer optimaal; er zijn grote veranderingen in de hormoonspiegels; de schildklier werkt langzamer; de stofwisseling verloopt trager en de vaster wordt traag en lethargisch. Aankomen vergt evenveel van het lichaam. Het moet dan enorme hoeveelheden overtollig voedsel verstouwen.

NIET TE SNEL

Dertig kilo afvallen is heel wat anders dan de drie tot zes kilo waar de meeste mensen zich in deze maand voor gesteld zien. Seidell adviseert in beide gevallen om het niet te snel te doen. Ongeveer een pond per week is een mooi tempo. Het betekent, volgens de eerste hoofdwet, dat er ongeveer 500 kcal per dag minder naar binnen moet. Wie nu 2500 kcal eet, gaat naar 2000. Wie 2100 eet, probeert zich aan 1600 kcal te houden.

Driemaal daags op de weegschaal is funest voor de moraal. Eenmaal in de week is genoeg. In de eerste week gaat vooral vocht verloren. Het hongergevoel verdwijnt op den duur. De vetvertering komt goed op gang als u zich even helemaal leeg voelt. Wielrenners spreken in zo'n geval van een ontmoeting met de man-met-de-hamer

Waarom eigenlijk niet een snelle methode gekozen en een week streng gevast? Seidell: “ Vermageren is eerder een kwestie van nieuwe levensgewoonten aannemen dan van hongeren. Wie erg snel afvalt krijgt geen nieuwe, alleen een tijdelijk uitzonderlijke eetgewoonten. Wie op zo'n manier zijn streefgewicht heeft gehaald, heeft echter nog niets nieuws geleerd en valt meestal weer terug in het oude eetpatroon. De enige manier is om er langdurig aan te werken.”

Bij een zeer laagcalorisch dieet (vasten) verdwijnt bovendien niet alleen veel vet, maar wordt ook 30 tot 40% van de energie uit de afbraak van spierweefsel gehaald.

Mensen die een paar pondjes kwijt moeten hoeven hun eetgewoonten niet direct ingrijpend te veranderen. Maar enige retrospectie van beweeg- en eetgewoonten is op zijn plaats. Wie veel gewicht kwijt moet, doet er volgens Seidell goed aan een dietist te raadplegen. Een aantal voedingsstoffen moeten, ook bij een laagcalorisch dieet, in voldoende hoeveelheid naar binnen.

SPORTEN

Meer sporten tijdens een kuur helpt waarschijnlijk wel, maar de kans bestaat dat de gewichtsafname er langzamer door gaat omdat vet door spieren worden vervangen. Seidell: “ Ongeveer 70% van de energie die we binnenkrijgen wordt gebruikt om het rustende lichaam in leven te houden. Van de rest komt ongeveer de helft als warmte vrij bij de voedselvertering. Dan blijft er nog 15% over die we voor lopen, zitten, staan en werken gebruiken. Je moet dus intensief sporten om er substantiele hoeveelheden energie in kwijt te raken. “

Sommige mensen grijpen naar de vermageringspreparaten of volgen dieten die wonderen beloven. Seidell: “ Jarenlang ging er bij apotheker en drogist naar schatting 30 miljoen om in de vermageringspreparaten. In 1986, toen het brooddieet populair werd, is dat dramatisch gezakt, tot 20 miljoen, maar ik denk dat de omzet nu wel weer op het oude peil is. Allerlei speciale voedingsmiddelen en andere vrij verkrijgbare preparaten zijn daar nog niet bij inbegrepen. De meeste vrij verkrijgbare preparaten zijn niet of nauwelijks onderzocht op hun werkzaamheid en als ze het wel zijn blijkt eruit dat ze geen effect hebben. Er zijn veel dieten bedacht die fysiologisch zeer verkeerd zijn en lichamelijke schade kunnen veroorzaken. Artsen en specialisten die hun afvallende patienten met medicijnen willen helpen hebben weinig keus. Vorig jaar is een verbeterde versie van een medicijn geintroduceerd dat selectief de koolhydraatopname onderdrukt, maar als je de onderzoekresultaten daarvan bekijkt, een lijnende groep met placebo vergeleken met een lijnende groep die isomeride slikte, zie je dat het middel een gemiddeld gewichtsverlies van gemiddeld drie kilo per jaar veroorzaakt. Het helpt dus een beetje, maar de patient blijft degene die het meeste werk moet verzetten.”

Vreemd is dat niet. Een pil die de eerste hoofdwet van de thermodynamica omzeilt zou ook als perpetuum mobile moeten werken en tot dat wonder is zelfs de moleculaire biologie nog niet in staat.

foto: Elizabeth Taylor is een erkende jojo. In 1987 was ze weer eens mager. Bij een toespraak op een bijeenkomst van AIDS-bestrijders liet ze haar slanke hals bloot. Drie jaar later, het onderwerp van de toespraak is niet veranderd, maar de pondjes zitten er weer aan en ze draagt een sjaaltje.