Onduidelijk mandaat 'rode partijbaronnen'

De afgelopen week is veel aandacht besteed aan het standpunt van de gewestelijke voorzitters van de PvdA over deelname van Nederland aan de oorlog in de Golf.

Deze gewestelijke voorzitters menen de gevoelens van hun achterban te moeten vertolken. En die gevoelens zouden er in meerderheid toe neigen om de gevolgde handelwijze van bewindslieden, fractie en partijbestuur bij het bepalen van hun stellingname af te wijzen. Partijleden zouden niet in de gaten hebben gehad dat na 15 januari door de coalitie geweld zou kunnen worden gebruikt en de partijtop heeft hen daarover niet ingelicht, zo luidt het verwijt. Was dat wel gebeurd dan zou er waarschijnlijk een ander standpunt over de Nederlandse deelname zijn ingenomen. Want de meeste partijleden zouden ongetwijfeld hebben aangedrongen op meer tijd voor diplomatiek overleg, volgens de ex-voorzitter van het gewest Groningen.

Hieruit blijkt dat er niet zozeer iets mis is met de stellingname van de partijtop als wel met de organisatie van de partij. 'Partijbaronnen' kunnen maar stellingen innemen namens andere leden zonder de moeite te doen hen te raadplegen. Want deze uitspraken zijn gedaan tijdens het informele overleg tussen gewestelijke voorzitters en de partijvoorzitter ten behoeve van onderlinge afspraken en lobbies voor het aanstaande partijcongres. Dergelijk overleg, ook wel delegatie-overleg of het gewestelijke-baronnen-circuit genoemd, wordt noch gesanctioneerd, noch gecontroleerd door formele partij-organen. Het is daarom volstrekt niet duidelijk of de uitspraken van deze 'gewestelijke baronnen' zijn gedaan namens anderen dan zijzelf. De uitspraken van de pas afgetreden voorzitter van het gewest Groningen komen in ieder geval voor rekening van hemzelf. Zowel tijdens de vergadering van het gewestelijk bestuur als tijdens de algemene vergadering van het gewest in Groningen op 18 en 19 januari jl. werd wel uit verschillende uitgangspunten over de Golf gedebatteerd maar dat leidde helemaal niet tot een stellingname, zoals die in de dagbladen is terug te vinden.

De suggestie door diezelfde ex-voorzitter gedaan dat de leden en het lokale kader niet door hadden wat VN-resolutie 678 betekende en daarover hadden moeten worden ingelicht door de partijleiding, is een belediging voor het gemiddelde PvdA-lid en een brevet van onvermogen voor alle lokale en regionale PvdA-bestuurders. Zouden zij echt een handleiding van de partijleiding nodig hebben bij het lezen van de krant?