Ondergrondse opslag bedoeld om kleine velden optimaal te benutten; Nederland 'hamstert' eigen aardgas

ROTTERDAM, 31 JAN. Nederland exporteert veel aardgas en verdient daaraan miljarden per jaar.

Tegelijk zijn we gas aan het 'hamsteren', zij het niet heimelijk. Het regeringsbeleid om de grote gasbel in het Groningse Slochteren te sparen en tegelijkertijd de dagelijkse behoefte zoveel mogelijk te dekken uit de produktie van kleinere gasvelden, is zo succesvol dat een flink deel van dat gas ondergronds moet worden opgeslagen. Die opslag dient twee doelen: het zo veel mogelijk benutten van de weinig flexibele produktie uit de kleine velden en het opvangen van verbruikspieken in de winter.

Gisteren maakten de Nederlandse Aardolie Maatschappij en de Gasunie plannen bekend om in het Dentse Norg ondergronds, in een gedeeltelijk leeggemaakt gasveld, drie miljard kubieke meter van de nationale bodemschat op te slaan. Daarvoor zijn bovengrondse installaties en vijftig kilometer leiding nodig, een totale investering van een miljard gulden.

Het aandeel van de produktie van kleine velden is volgens cijfers van Gasunie gestaag toegenomen, van 25 procent in 1985 tot 59 procent vorig jaar. Nederland heeft nu 200 kleine velden in produktie, waarvan ongeveer de helft op de Noordzee. Uit die veldjes kwam afgelopen jaar 34 procent van de totale hoeveelheid die in Nederland en in het buitenland is afgezet. Dat betekent een steeds grotere varieteit aan gassoorten die door bewerking en menging geschikt moet worden gemaakt tot de constante kwaliteit die nodig is voor het verbruik. Om de gasvoorziening steeds op peil te kunnen houden, moet dit gas tijdelijk worden opgeslagen.

Een tweede reden voor het opslagplan is dat er tijdens strenge winters, wanneer plotseling pieken in de vraag naar gas voor vermarming kunnen ontstaan, een buffervoorraad nodig is. Tot nu toe fungeerde het grote Groningse veld als de nationale buffer. Maar de rol van Slochteren is bewust teruggebracht tot 38 procent van het verbruik. Een nieuwe veld bij Oude Pekela heeft de bufferfunctie gedeeltelijk overgenomen. De produktie daarvan wordt 's winters opgevoerd.

De Gasunie bezit al een bovengrondse opslag voor vloeibaar aardgas, op de Maasvlakte. Daarmee kan een deel van de winterpieken worden opgevangen door de vloeistof snel in gas om te zetten. Als het opslagveld bij Norg er komt, kan de Slochterenbel nog meer worden gespaard.

Omdat vooral de offshore-gasvelden alleen bij een constante produktie economisch rendabel zijn, ontstaat in het zomerseizoen een overproduktie uit die velden die ergens naartoe moet. De buitenlandse afnemers kunnen al een constante hoeveelheid per dag, onafhankelijk van het seizoen, afnemen doordat zij beschikken over (ondergrondse) opslagplaatsen. In Europa zijn al 95 van deze opslagkelders in gebruik. De Verenigde Staten die ook veel aardgas winnen - de winterpieken in het verbruik zijn daar nog veel hoger - beschikken over 400 opslagplaatsen.

NAM en Gasunie hebben de keuze op het 'oude' gasveld in Norg laten vallen, omdat dit qua omvang, ligging - vlak aan het hoofdtransportnet - en eigenschappen het meest geschikt is. De hoeveelheid porien en de doorlaatbaarheid in het zandgesteente ter plaatse maken dit veld geschikt om het gas dat er onder hoge druk wordt ingepompt, weer snel naar boven te krijgen als er behoefte aan is.

Met behulp van grote compressoren en leidingen die drie kilometer diep de grond ingaan, wordt het gas weer onder de oorspronkelijke druk van 300 atmosfeer gebracht. Op die manier kan circa drie miljard kubieke meter gas worden geborgen, ruim zeven procent van het binnenlandse jaarverbruik. Per dag kan het vernieuwde veld dan een produktie van 36 miljoen kubieke meter leveren. De bedoeling is om daar in de winter constant een deel van te benutten en bij strenge koude het maximum. In de zomerperiode wordt het reservoir weer volgemaakt.

In een betrekkelijk zachte winter, zoals nu, bedraagt de produktie van Gasunie 300 tot 350 miljoen kubieke meter per dag, bij strenge kou loopt dat cijfer op tot 400 a 500 miljoen kubieke meter.

Gasunie heeft in de jaren tachtig geprobeerd een ondergrondse opslag te krijgen in zoutcavernes, diep in de bodem onder het Groningse Onstwedde. Maar milieugroeperingen wisten dat plan toen te verijdelen. Het was namelijk de bedoeling het zout in de Waddenzee te deponeren. De Raad van State vernietigde de vergunningen voor proefboringen die de Gasunie op grond van de Mijnwet had gekregen omdat de boringen niet tot doel hadden delfstoffen aan te tonen.

Nu hebben Gasunie en NAM de provincie Drenthe en de gemeente Norg beloofd het beoogde terrein van twintig hectare boven het gasveld te beplanten en geluidswering rondom de compressoren aan te brengen. De installaties produceren geen afvalstoffen, zegt een woordvoerder van de NAM.

Het plan in Norg is een eerste stap naar meer opslagplaatsten die er op langere termijn moeten komen. Nederland heeft nu nog reserves voor veertig jaar binnenlands verbruik en 35 jaar export op het huidige niveau. Als de bel in Groningen opraakt, zal veel meer gas moeten worden geimporteerd. Noorwegen, dat nu nog maar in drie procent van onze gasomzet voorziet, kan dan veel meer leveren. Het energieplan van premier Lubbers is er ondermeer op gericht in de volgende eeuw grote hoeveelheden aardgas uit de Sovjet-Unie te importeren.

    • Theo Westerwoudt