Niet wegduwen

In W en O van 24.1 stond een uitgebreid artikel van F. v.d. Linden over een onderzoek naar de struktuur van planten.

Volgens de onderzoeker zouden fraktale wiskundige vormen (in de vorm van Fibonnaci reeksen) die in veel planten en bomen waargenomen kunnen worden, verklaard worden uit het 'wegduwen' of 'verdringen' van primordiale elementen in de groeifase. Uit computersimulaties zou als 'waarheid' naar voren zijn gekomen, dat op deze wijze zich in planten specifieke struktuurprincipes zouden ontwikkelen. De auteur ziet de fraktale keuzen niet als oorzaak van dat proces, maar als gevolg. Hij gaat er van uit, dat deze processen niet erfelijk zijn en niet in DNA-kodes liggen besloten. Bepalend zouden de genoemde 'wegduwings'- of 'verdringings'-processen zijn. Deze termen vormen het centrale verklaringsmonument in v.d. Lindens theorie.

Op dit punt nu richt zich mijn kritiek. Als groeiprocessen op primordiaal niveau, voor wat betreft hun uiterlijke strukturele vormen, opgevat worden als niet aan erfelijke, maar stochastische grootheden onderworpen processen, dan is het de vraag, waarom die stochastische processen betiteld moeten worden met strijd-kategorieen als 'wegduwen' en 'verdringen'.

De keus voor deze termen is een niet beargumenteerd aspekt van V.d. Lindens theorie. In tegenstelling tot door de auteur gekozen terminologie, kan men evenzeer besluiten tot de gedachte, dat het bij primordiale groei zou gaan om 'processen van symbiotische ruimtegeving'.