'Legalisering Koerdische taal is loos gebaar'

DIYARBAKIR, 31 jan. - Het besluit van het Turkse kabinet om het verbod op het gebruik van de Koerdische taal op te heffen is een loos gebaar.

Dat stellen Koerdische opinieleiders in Diyarbakir, de grootste stad van Turkije met een vrijwel geheel Koerdische bevolking.

Vedat Aydin zal een van de laatsten zijn geweest die gevangen heeft gezeten wegens het bezigen van het Koerdisch. Op 28 oktober hield hij een toespraak op een bijeenkomst van de Turkse mensenrechtenorganisatie in Ankara. Omdat hij dat tegen de regels in het Koerdisch deed probeerde de voorzitter hem de mond te snoeren. Toen dat niet lukte liet hij Aydin afvoeren door de politie. Aydin heeft 51 dagen vastgezeten. Zijn proces begint pas volgende maand, maar hij verwacht geen veroordeling meer gezien het kabinetsbesluit van vrijdag.

Het is tekenend voor de situatie van de Koerden in Turkije dat zo'n taalkwestie zelfs in een mensenrechtenorganisatie taboe is. “Met beschaafde Turken kunnen we best samenwerken binnen die organisatie”, zegt Aydin. “Maar op het gebied van de Koerdische problematiek zijn ze niet democratisch en allemaal even chauvinistisch.”

De legalisering van de Koerdische taal die sinds 1983 was verboden, beschouwt hij in het geheel niet als een triomf: “De mensen spreken de taal toch wel, thuis, op straat, alleen niet in regeringsgebouwen. Het verbod had geen praktische betekenis.” Aydin is ervan overtuigd dat het kabinet in zijn besluit is beinvloed door de Europese landen. Turkije wil zich graag afficheren als een democratisch land, redeneert Aydin. En dan kun je geen talen bij wet verbieden.

Leyla Zana, redacteur van het sinds drie maanden verschijnende weekblad Ulke (land) en echtgenote van de in 1980 formeel wegens lidmaatschap van een geheime organisatie veroordeelde burgemeester van Diyarbakir Mehdi Zana, beaamt de invloed van Europa op het kabinetsbesluit. Maar ze gelooft absoluut niet dat dit een eerste stap is op weg naar meer rechten voor Koerden in Turkije. Zij is ervan overtuigd dat die rechten alleen kunnen worden afgedwongen met gewelddadige acties zoals die door de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) in dit deel van Turkije worden gevoerd.

Ulke, dat volgens Zana verschijnt in een oplage van 30.000 exemplaren, is het eerste blad dat uitgebreid aandacht besteedt aan de Koerdische kwestie. Het blad verschijnt in het Turks maar heeft het desondanks niet eenvoudig. Van elk nummer wordt wel een deel van de oplage in beslag genomen, de telefoon wordt afgetapt en de uitgever past censuur toe, zegt Zana bondig. Waar die censuur is toegepast wordt in de tekst aangegeven. Volgens Zana is de uitgever bang dat bij publikatie van die fragmenten justitie zijn hele bedrijf zal sluiten. Maar hoewel Ulke nog maar kort bestaat merkt Zana nu al dat de kranten daardoor mee over Koerdische zaken zijn gaan schrijven. Een grote invloed op het regeringsbeleid verwacht ze er niet van.

De Koerdische stem begint echter ook tot het parlement door te dringen. Vorig jaar werden zeven leden van de sociaal-democratische SDPP uit de fractie en uit de partij gezet omdat ze deelnamen aan een Koerdisch congres in Parijs. Dit vormde de aanleiding tot de oprichting van de HEP, de enige legale Turkse partij die in zijn statuten opkomt voor Koerdische rechten. De HEP heeft twaalf leden in het parlement, te weinig om als fractie te worden erkend maar Mustafa Ozer, de lokale HEP-leider in Diyarbakir, verwacht een flinke groei bij de volgende verkiezingen. “Als er nu verkiezingen zouden worden gehouden zouden we de grootste partij worden in Oost-Turkije. In dit deel van het land zijn de meeste SDPP-leden overgestapt naar de HEP.”

Ook Ozer gelooft niet dat de legalisering van de Koerdische taal een eerste stap is van het kabinet om de Koerden meer rechten toe te kennen. De taal mag dan wel niet meer verboden zijn in het dagelijks gebruik, het Koerdisch blijft verboden in het onderwijs en op de door de overheid gecontroleerde radio en televisie. Koerdische schoolboekjes moeten in het geheim worden gedrukt en thuis bestudeerd. De HEP streeft niet naar een zelfstandige Koerdische staat zoals de verboden PKK, maar naar realisering van Koerdische rechten binnen Turkije. Ozer gelooft echter niet dat een loos gebaar als het legaliseren van de taal de steun onder de bevolking voor de gewelddadige acties van de PKK zal doen afnemen.

De Turkse Koerden hebben geen hoop dat hun toestand na afloop van de vijandelijkheden in het Golfgebied zal verbeteren. “Turkije zal er alles aan doen om te voorkomen dat Koerden na de oorlog meer rechten wordt toegekend”, zegt de advocaat Fethi Gumus die veel in mensenrechtenzaken als verdediger is opgetreden. Hij verklaart president Ozals steun aan de Verenigde Staten als een strategie om na de oorlog een flinke vinger in de pap te krijgen bij de onderhandelingen.

Gumus is evenals de andere Koerdische opinieleiders tegen de oorlog. Noch van de Verenigde Staten noch van Irak hebben ze veel goeds te verwachten. En mocht aan deze kant op land een tweede front worden geopend dan zal die slag in elk geval in Koerdisch gebied worden uitgevochten. “Daarbij zullen veel Koerdische dorpen worden verwoest”, voorspelt Gumus.