Kinderleed

De dans van de ijsberen (The Dance of the Polar Bears). Regie: Birger Larsen. Met: Anders Schoubye, Tommy Kenter, Birthe Neumann. Amsterdam, The Movies; IJmuiden, Witte Theater.

Dat er in Scandinavie, vooral Denemarken, heel aardige kinderfilms gemaakt worden, mag langzamerhand bekend verondersteld worden. De Deense film De dans van de ijsberen maakt op het eerste gezicht geen uitzondering op de regel. Het debuut van regisseur Birger Larsen is vlot amusement, dat zonder te willen beleren of moraliseren, de emotionele verwerking door een twaalfjarig jongetje van de scheiding van zijn ouders aan de orde stelt.

De handeling is gesitueerd in een niet nader aangeduid verleden, dat je op grond van bepaalde gegevens (er is al kleurentelevisie, wielrenner Ole Ritter is het idool van de hoofdpersoon, zijn vader zweert bij Elvis Presley) op einde jaren zestig moet schatten. De verlichte geest van die periode en de confrontatie met de kleinburgerlijkheid van toen bepaalt nog steeds menige jeugdfilm uit Denemarken. Zoals zijn bekendere collega Bille August in Twist and Shout speelt Larsen zulke aantrekkelijke dramatische en voor de ouders nostalgische elementen redelijk bekwaam uit. Als de hoofdpersoon met zijn moeder moet gaan wonen bij een deftige tandarts, veel minder aardig dan zijn proletarische, vrijgevochten vader, krijgt hij een brilletje, een nette jas en een scheiding in zijn haar. Relatief klein leed, maar ieder tijdperk kent zo zijn eigen drama's.

Toch valt in vergelijking met andere Deense kinderfilms De dans met de ijsberen een beetje tegen. Onhandigheidjes in de regie, de gebrekkige karaktertekening in de relatie tussen kind en moeder (zo terloops geintroduceerd dat de band tussen beiden de rest van de film nooit meer helemaal goed komt) doen de futiliteit van het thema pijnlijker ervaren dan wanneer een doorgewinterde vakman hetzelfde verhaal aangepakt zou hebben.

    • Hans Beerekamp Marc Leijendekker