Jeugdwerkgarantieplan kende lange aanloop

DEN HAAG, 31 jan. - Na vijf jaar van voorbereiding wordt de Jeugdwerkgarantiewet (JWG) deze week eindelijk in de Tweede Kamer besproken.

Geen enkele jongere tot 21 jaar mag nog langer dan een half jaar tot uiterlijk een jaar werkloos zijn. Daarna moet hij een baan of scholing aangeboden krijgen. In de loop van de jaren moet de werkingssfeer worden uitgebreid naar jongeren tot 27 jaar.

De gemeentes moeten zorgen voor de zogeheten 'garantiebanen'. Dat zijn banen van 32 uur voor diegenen die niet op eigen kracht werk konden vinden. Uiteindelijk moeten er zo'n 20.000 garantiebanen komen. De jongeren krijgen tachtig procent van het minimumloon, en de gemeenten moeten de banen halen uit reeds bestaand werk.

De gemeenten, en ook de sociale partners, die via de nieuwe arbeidsvoorziening moeten zorgen voor de uitvoering van de wet hebben zich altijd verzet tegen de ambitieuze opzet van het plan. De JWG gaat er namelijk van uit dat over een paar jaar geen enkele jongere meer werkloos mag zijn. Een 'sluitende aanpak', heet dat. De gemeenten en sociale partners voelden daar weinig voor. Ze wilden niet worden opgezadeld met een wet die uiteindelijk misschien niet uitvoerbaar blijkt. Toch hielden de politiek vast aan de 'sluitende aanpak'.

Een belangrijk strijdpunt rond de wet was het sanctiebeleid. Oorspronkelijk was het voornemen om jongeren die een garantieplaats zouden weigeren hun uitkering helemaal af te nemen. Door de jongerenorganisaties in de vakbeweging werden de arbeidsgarantieplaatsen lang vergeleken met 'werkverschaffing'. Ze vonden het onterecht om voor jongeren een ander sanctieregime in te voeren dan voor alle andere werklozen, die het recht hebben om arbeid die niet 'passend' te weigeren. Zoals de wet er nu ligt is het sanctiebeleid versoepeld naar drie maanden geen uitkering als een jongere drie maal een aangeboden garantiebaan weigert.