Irak en Koeweit waarnemers bij ontwapeningsconferentie

GENEVE, 31 jan. - Golfoorlog of niet, Irak is vanmorgen, net als Koeweit en vier andere Golfstaten, als waarnemer toegelaten tot de ontwapeningsconferentie van de Verenigde Naties (CD).

In dit sinds 1969 voortslepende overleg bespreken veertig lidstaten, samen met 34 waarnemers, de komende tien weken onder andere een verdrag over chemische wapens, dat behalve het gebruik, ook de ontwikkeling, de produktie en de opslag van strijdgassen moet verbieden. Het ontwerp-verdrag voorziet bovendien in de vernietiging van bestaande voorraden.

De aanvaarding van Irak als waarnemer, een beslissing die de CD vanmorgen zonder bezwaren nam, in weerwil van het gebruik van gifgas tijdens de oorlog tegen Iran van 1980 tot 1988 en herhaalde dreigementen door Saddam Hussein aan het adres van de geallieerden en van Israel, onderstreept de noodzaak van een spoedige afsluiting van de moeizame onderhandelingen. “De Golfoorlog vergroot het belang van de CD en verhoogt de urgentie van een verdrag”, aldus ambassadeur Hyltenius, de Zweedse voorzitter van het ad-hoc-comite, dat de vele haken en ogen in het ontwerp-verdrag over chemische wapens moet zien weg te werken. Hij droeg deze taak vanmorgen over aan zijn Sovjet-tegenvoeter, ambassadeur Batsanov.

Deelnemers zijn minder optimistisch over een tijdig resultaat dan voorheen. In de Algemene Vergadering, eind vorig jaar, wees de Britse VN-gezant erop dat het momentum, de geest die na de Parijse conferentie van januari 1989 uit de fles was gekomen, begint te haperen. De malaisestemming noopte de Algemene Vergadering tot het aanvaarden van een resolutie die tot extra spoed maande.

Met het oog op de Golfoorlog veroordeelden de VN in een tweede resolutie, ingediend door Australie, bij voorbaat “alle schendingen en dreigende schendingen” van het Geneefse Protocol uit 1925. Dit verdrag, waaraan ook Irak is gebonden, verbiedt het gebruik van chemische en biologische wapens.

De VN roepen alle verdragsstaten nog eens op de letter en de geest van dit verdrag te respecteren en vragen om grotere bevoegdheden voor de secretaris-generaal van de VN.

Perez de Cuellar riep vorige week, bij de openingszitting van de CD-1991, op tot een ministersconferentie teneinde alle uitstaande geschilpunten snel uit de wereld te helpen. “Alle noodzakelijke voorwaarden voor een evenwichtig compromis zijn vervuld”, zei hij bij die gelegenheid. En in typisch VN-jargon voegde hij eraan toe: “Het laten vervagen van het bestaande politieke momentum brengt onberekenbare gevaren met zich.

Het overleg zit vast op de noodzakelijke uitwisseling van saillante gegevens, die tot dusver zorgvuldig als militair geheim bewaard bleven, onder andere over de grootte van bestaande arsenalen. Ook het verificatiemechanisme, de controle op naleving van een verdrag, hapert nog.

Het is buitengewoon moeilijk de chemische industrie te overtuigen van de noodzaak van zogeheten uitdagingsinspecties, zonder aankondiging vooraf. Sommige chemische bestanddelen zijn voor meerdere doeleinden bruikbaar. Thyodiglycol bij voorbeeld, dat bij het aanmaken van verdelgingsmiddelen op grote schaal wordt aangewend, is in combinatie met zoutzuur dodelijk: de verbinding resulteert in mosterdgas.

“Het krijgen van toestemming om fabrieken te inspecteren is een kwestie van wederzijds vertrouwen”, zegt dr. Hendrik Boter, deskundige van TNO en technisch adviseur van de Nederlandse delegatie bij de CD. In de Sovjet-Unie is dat steeds minder een probleem, ook geavanceerde industrieen in het Westen geven schoorvoetend gehoor aan oproepen van regeringen en zelfs in landen als India stuiten inspecties door het internationale team van deskundigen niet langer op onoverkomelijke weerstand.

Niettemin blijft de politieke wil tekort schieten die nodig is om op zijn vroegst voor het eind van dit jaar tot overeenstemming te komen. De technische aspecten zijn wel oplosbaar, zo beweren deelnemers aan het overleg.

Sommige delegaties van niet-gebonden lidstaten maken zich zorgen over het bilaterale beginselakkoord tussen de VS en de Sovjet-Unie dat de vernietiging van bestaande voorraden chemische wapens beperkt. Twee procent wordt achtergehouden totdat het verdrag universeel is aanvaard.

De groep van 21 neutrale en niet-geallieerde landen in de CD verzet zich tegen maatregelen die mikken op een non-proliferatieregime op het gebied van chemische wapens. De groep is ervan overtuigd dat alleen “een volledig en alomvattend verbod” op chemische wapens non-proliferatie, dus een verbod op verspreiding, mogelijk maakt.

De VS en de Sovjet-Unie willen deze twee procent echter handhaven om druk uit te oefenen op landen die moeite hebben met de ondertekening. Er zijn tal van overwegingen van politieke aard om de eigen voorraden voorlopig te handhaven. Zo heeft Iran te kennen gegeven geen enkel verbod op chemische wapens te respecteren, zolang in het Midden Oosten geen blijvende vrede is bereikt. Andere lidstaten weigeren chemische wapens te verbieden zolang ook potentiele militaire tegenstanders zich hiertegen verzetten.

Westerse delegaties achten het om deze reden van groot belang dat reele en potentiele producenten van gifgas, zoals Irak, maar ook Israel, Iran, Libie, Syrie, Vietnam en China, direct bij de onderhandelingen over een algeheel verbod zijn betrokken.

Zij wijzen op de tekortkomingen in het protocol van 1925. De VS, maar ook Nederland, hebben een voorbehoud gemaakt bij dit verdrag. Deze staten willen het recht om met gelijke middelen terug te slaan zodra een tegenstander als eerste chemische wapens inzet in de strijd. Ook internationaal gewoonterecht tolereert “een proportionele wraakoefening” ofwel het betalen met gelijke munt.

Indien Irak zijn dreigementen uitvoert en zijn totale produktie van naar schatting 3000 tot 13.000 ton inzet in het Golf-conflict kan dit leiden tot chemische strijdgassen op ongekende schaal. De vernietiging van bestaande voorraden krachtens een internationaal verdrag verdient daarom de hoogste prioriteit. 'Oorlog in Golf maakt afspraken over chemische wapens urgent'