Irak bewapende zich ook met Westers antisemitisme

In de berichten en de analyses over de Golfoorlog hebben de media in binnen- en buitenland te recht veel aandacht besteed aan het feit dat het westen Irak de afgelopen jaren zo sterk bewapend heeft, waardoor het nu het nu in de lopen van de geweren kijkt die het zelf aan Bagdad heeft geleverd.

Maar vreemd genoeg hebben diezelfde media nauwelijks door dat Irak niet alleen militaire maar ook van ideologische wapens geleverd kreeg, bijvoorbeeld het Westerse antisemitisme.

Het hanteren van deze ideologische wapens heeft in eerste instantie te maken met de wijze waarop Irak en andere landen in het Midden-Oosten op de stichting van de staat Israel in 1948 reageerden. In de meeste Arabische landen maken journalisten van dag- en weekbladen, radioreporters, schrijvers, filmregisseurs, geestelijke leiders, onderwijzers en hoogleraren nog steeds nauw met elkaar samen om antizionistische programma's op te stellen. Als gevolg van de stichting van de staat Israel in 1948 werd de situatie van de joden in Bagdad, Damascus, Beiroet, Kairo en Amman steeds slechter. In Irak werden joden gevangen genomen en gefolterd, van hun bezittingen beroofd en uit talrijke ambten ontheven. Bovendien moesten strenge wetten hun bewegingsvrijheid beperken. Zionisten worden in Bagdad als halsmisdadigers gezien, die af en toe in het centrum van de stad voor het oog van het winkelende publiek worden opgehangen. Toch slaagden duizenden joden erin het land te ontvluchten, nadat ze verschrikkelijk veel geld hadden betaald voor een uitreisvisum.

Omdat de Iraakse regering in steeds grotere financiele problemen kwam nam het parlement in 1950 een wet aan, die joden de gelegenheid bood het land voorgoed te verlaten. Joden konden een uitreisvisum krijgen, nadat al hun roerende en onroerende goederen zijn geconfisqueerd en hun bankkredieten bevroren. Bovendien verloren ze door te emigreren hun Iraakse nationaliteit. Vlak voordat het parlement deze wet heeft aangenomen, zei Nuri Said, die veertien keer minister-president van Irak is geweest, dat hij het 'joodse vraagstuk' in zijn land definitief wil oplossen en vertelde hij aan de Britse ambassadeur in Jordanie, sir Alec Kirkbride, dat het grootste deel van de joodse gemeenschap in Irak met geweld bij elkaar gedreven moest worden, in militaire vrachtwagens geladen en begeleid door pantserwagens naar de Jordaans-Israelische grens gebracht!''

Stereotypen

In 1951 en 1952 emigreerden honderdduizenden joden naar West-Europa, Noord- en Zuid-Amerika en Israel, waar de meesten terechtkomen. Toch bleven nog enkele duizenden in Bagdad achter. De oorlogen van 1948 en 1956 en vooral de zesdaagse oorlog in 1967, waaruit Israel als overwinnaar tevoorschijn kwam, hadden grote gevolgen voor het lot van de joden in Irak. Toen duidelijk werd dat Irak en andere Arabische staten in de oorlogen tegen Israel de ene nederlaag na de andere lijden en zij ook niets wisten te bereiken door economische sancties tegen Israel, maakten zij nog meer van de wapens van het Westerse antisemitisme. Typisch Westerse stereotypen van de jood werden overgenomen om vijandschap en haat tegen de nog resterende joden in Bagdad en tegen de staat Israel aan te wakkeren.

In Irak ziet men door de eeuwen heen (overeenkomstig de traditie van de islam) de jood als een gemeen, verraderlijk, lui, kwaadaardig en geniepig persoon en vooral als de onverzoenlijke vijand van de islam. Maar, afgezien van enkele uitzonderingen, zag men hem tot 1956 nog niet (overeenkomstig, wat volgens mij Westerse traditie is) als de incarnatie van de duivel, zoon van de satan, bronnenvergiftiger, kindermoordenaar, bloeddorstige misdadiger en als de goddeloze samenzweerder die de hele mensheid aan zich wil onderwerpen.

Sinds 1956 neemt Irak alle typisch Westerse stereotypen van de jood over. Antisemitische publikaties uit het westen worden sindsdien in Irak en in het hele Midden-Oosten op grote schaal verspreid. Er verschijnen nieuwe Arabische vertalingen van 'Der Talmudjude'(1871) van kanunnik August Rohling, hoogleraar aan de katholieke universiteiten van Munster en Praag die meende te kunnen bewijzen dat joden in de Talmoed een verderfelijke leer en moraal leren en de de toekomst van kerk en samenleving op het spel zetten. Dat boek heeft in het Westen in de 19de en 20ste eeuw voor het lot van de joden onheilspellende gevolgen gehad.

Bedriegen

Arabische auteurs publiceren de laatste jaren tientallen boeken en artikelen, die op het werk van Rohling teruggaan. In een werk van Asad Razzaq (Al-Tamud wa'l-sahyuniyya, 1972) over de immorele Talmoedjood, lezen we: “Een niet-jood bedriegen heeft niets met bedrog te maken, maar met plicht, omdat de jood al het geld van een niet-jood als zijn rechtmatig bezit beschouwt. Daarom ziet de jood het bestelen van een moslim niet als diefstal. De immoraliteit die joden in Europa en Amerika verspreiden - en die ze al tot een 'ethisch' systeem hebben uitgewerkt toen ze eeuwen geleden uit Irak (Mesopotamie) vertrokken om het land Kanaan te veroveren - houdt onder meer het volgende in: het is de plicht van een jood om vrouwen van andere religies te verkrachten. Als een joods meisje geslachtsgemeenschap met een Moslim of christen heeft, is dit geen vorm van ontucht, omdat hiervan volgens de Talmoed alleen maar sprake is, als twee mensen in het spel zijn. Welnu, joden zien niet-joden niet als mens maar als dier. Daarom is hier geen sprake van een misdrijf.”

Bovendien verschijnen er in het Midden-Oosten negen nieuwe Arabische vertalingen van de in Rusland gepubliceerde anonieme 'Protokollen van de wijzen van Sion', die diepe wortels hebben in christelijke literatuur. Het waren katholieken en protestanten, die in de jaren '20 in het Midden- Oosten de eerste twee Arabische vertalingen van de Protokollen verzorgden. Zij werden in het Westen in de handen van Hitler en de nazi's een legitimatie voor volkerenmoord.

De obsessie van een joodse samenzwering is in Irak en het hele Midden-Oosten een denkkader en een allesomvattende verklaring voor alle mogelijke crisissen. In de Protokollen wordt het spookbeeld van de jood (zionist) opgeroepen, die vervuld is van duistere krachten. Vooral het regime in Irak onderschrijft hetgeen de Egyptische wetenschapper Yahya al-Rakhawi in juli 1981 in een artikel zei. “In het Arabisch-Israelisch conflict kunnen wij alleen maar de gestalte van die grote man Hitler (moge God hem genadig zijn) voor onze geest halen, die de meest wijze van alle mensen was. Toen hij met het joodse vraagstuk werd geconfronteerd, heeft hij uit medelijden met de hele mensheid geprobeerd alle joden uit te roeien. Maar hij twijfelde er wel aan of hij dit kankergezwel in het lichaam van de mensheid zou kunnen genezen. Vandaag wordt de juistheid van zijn diagnose bevestigd. Als wij nu niet in staat zijn het joodse kankergezwel uit het lichaam van de mensheid weg te snijden, zal dit kunnen leiden tot de vernietiging van de hele mensheid.”

Het werk van Hitler en de zijnen moest nog worden voltooid. Eichmann werd tijdens zijn proces te Jeruzalem in Arabische kranten geprezen, omdat hij vijf miljoen joden heeft vergast, maar ervan beschuldigd dat hij zijn opdracht niet had voltooid. In Irak en andere Arabische staten worden sinds 1967 thema's uit 'Der Talmudjude' van Rohling en de Protokollen niet in de marge behandeld, maar in artikelen in grote dag- en weekbladen, in programma's van staatstelevisie, in schoolboeken en colleges die aan universiteiten worden gegeven. Politici, ideologen, geestelijke leiders, schrijvers, leraren en hoogleraren werken met elkaar samen om het antisemitisme, dat in de Arabische wereld vooral van politieke, ideologische, intellectuele en literaire aard is, onder de jeugd te verspreiden. Wat de laatste decennia in Arabische literatuur over joden is geschreven om vijandschap en haat tegen Zionisten te kweken, is volgens de beroemde Islamdeskundige Bernard Lewis alleen te vergelijken met de Spaanse literatuur in de tijd van de Inquisitie, de Franse literatuur in de tijd van de Dreyfus-affaire, de Russische literatuur in de tijd van de 'Zwarte Honderd' en de Duitse literatuur in het Derde Rijk van Hitler.

Het meest verontrustend is het feit, dat de verspreiding van deze literatuur in Irak sterk is toegenomen, ook al woont er geen enkele jood meer en komt geen enkele buitenlander dit land binnen zonder een niet-joodverklaring. Het is dan ook geen wonder, dat allerlei uitlatingen van Saddam Hussein, de Iraakse vertegenwoordiger in de Verenigde Naties, de Iraakse ambassadeur in Parijs en radioreporters uit Bagdad sinds het uitbreken van 'Desert Storm', ons herinneren aan uitspraken uit Westerse literatuur over joden. Zo zei de Iraakse vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties op 18 januari in een interview voor de Amerikaanse televisie: “De oorlog in het Golfgebied is een samenzwering van de Verenigde Naties tegen Irak. Maar Israel is van deze samenzwering de spil!” Enkele Arabische schrijvers, die tegen deze campagne van vijandschap en haat tegen Israel in het geweer komen, zijn als een roepende in de woestijn.

Geen protest

Ik heb in de afgelopen decennia geen paus, patriarch, bisschop, concilie, synode, Wereldraad van kerken, raad van kerken in het Midden-Oosten en de raad van kerken in Nederland tegen het staats-antisemitisme van Irak - waarin ideologische wapens uit het Westen zo'n belangrijke rol spelen - met even zoveel woorden protest horen aantekenen. Ik weet niet wat erger is: het gebruiken van militaire of ideologische wapens. Het eerste is meestal het gevolg van het tweede. In 1762 krijgt Voltaire, die de Spaanse Inquisitie heeft veroordeeld maar in zijn 'Dictionnaire philosophique' in tientallen artikelen met joden de vloer aanveegt, van de Amsterdamse koopman Isaac de Pinto een brief, waarin hij schrijft: “Is de schade die de pen aanricht minder verderfelijk dan de vlammen van de brandstapel? Is dit kwaad, omdat het door het nageslacht wordt overgenomen, niet nog verterender dan het vuur? Wat heeft dit ongelukkige joodse volk van het gepeupel te verwachten, wanneer de barbaarse vooroordelen zelfs door het beroemdste genie van onze verlichte tijd worden gedeeld?” Een ding is zeker: we hebben haat gezaaid, en we oogsten nu de storm.

    • Hans Jansen
    • Jodendom aan de Vrije Universiteit Brussel