Hudson Bay's Co moet bonthandel liquideren

TORONTO, 31 JAN. Hudson's Bay Company, een van de symbolen van Canada's historie, heeft gisteren aangekondigd volledig te stoppen met de bonthandel waarmee de maatschappij sinds haar oprichting, meer dan drie eeuwen geleden, een formidabele groei doormaakte.

Tot nu toe is de Hudson's Bay Company nog de grootste bont- en huidenhandelaar ter wereld, al was deze sector geslonken tot een miniem deel van de totale omzet. Gedwongen door grote verliezen als gevolg van wereldwijde acties van dierenbeschermers, schakelde de maatschappij tientallen jaren geleden al over op de onroerend goedhandel, kocht een belang in de olie-industrie en richtte een keten van grote warenhuizen in de Canadese steden op.

Directielid M. Barry Agnew moest gisteren met pijn in het hart bekendmaken dat Hudson's zijn hele voorraden bont vanaf 6 februari door liquidatie gaat uitverkopen. “Het is paradoxaal dat de maatschappij zich moet terugtrekken uit de sector die eeuwenlang haar bestaansreden was.” De bonthandel in Canada vertegenwoordigde vorig jaar nog een omzet van 500 miljoen Canadese dollars en verschafte 100.000 mensen werk. In 1987 moest Hudson Bay's al een keten van bonthandels in noordelijk Canada verkopen. Hudson had de grootste varieteit bont en pelzen, van vossen, bevers, otters, muskusratten, stinkdieren, tot wolven, coyotes en lynxen.

In 1670 werd de Hudson's Bay Company in Londen opgericht door een groep adellijke lieden, financiers en handelaren, nadat Engeland herhaaldelijk met Frankrijk oorlog had gevoerd over een groot deel van het huidige Canada. Een koninklijk charter verleende deze geldschieters het monopolie op de jacht en de bonthandel in een gebied dat zeker tien maal zo groot was als het Romeinse rijk. Duizenden jagers, pioniers die tot diep in de bossen rondom de Hudson baai doordrongen, waren de oorspronkelijke werknemers van Hudson's.