Heupdysplasie

Bart Meijer van Putten doet in het artikel 'Aangeboren heupdysplasie valt goed te verhelpen' (W en O 24-1) verslag van een recentelijk in het Britse medische tijdschrift 'The Lancet' beschreven onderzoek van de Rijksuniverseit van Leiden naar aangeboren heupdysplasie.

De laatste alinea, waarin hij stelt dat “ we er zorg voor moeten dragen dat er een systematische screening komt, want daarmee kunnen we zoveel ellende voorkomen”, noopt mij tot een aanvulling.

In Nederland worden de zuigelingen, die het consultatiebureau bezoeken, door de arts nagekeken o.a. op aangeboren heupdysplasie, in principe bij elk onderzoeksmoment. Een van de vele taken van het consultatiebureau is immers vroegtijdig onderkennen van ontwikkelingsstoornissen.

Door deze herhaalde onderzoeken kan de consultatiebureau-arts zich een vrij goed beeld vormen van de toestand van de heupen van de individuele zuigeling.

Bij twijfel wordt het kind doorverwezen voor nader onderzoek, een rontgenfoto of een echografie van de heup. Desgewenst wordt de orthopeed geconsulteerd.

De zo gewenste screening is in principe in Nederland aanwezig.

    • Willemien Boland