Het IKV werkte zelf nauw samen met de geheime politie

Met verbazing las ik eind vorige maand het artikel in NRC Handelsblad onder kop 'Heulende kerken zoeken nieuwe moraal'.

' Hoewel de titel misschien niet van de auteur, de secretaris van het Interkerkelijk Vredesberaad, M. J. Faber zelf is, treft deze titel de inhoud precies. Faber veegt de vloer aan met de protestantse kerken in Oost-Europa. Hoewel het getal niet zeker vast staat, suggereert hij toch dat de helft van alle kerkelijke functionarissen in de vroegere DDR 'gespioneerd heeft' voor de Stasi - en in Tsjechoslowakije is het al niet beter, daar gebeurde het 'op grote schaal'.

Is het ten dienste van de 'vrede', dat Faber dit te berde brengt; is dit nieuwe vredespolitiek: haal de ander, die gefaald heeft zoveel mogelijk door het slijk? Dit zonder erbij te zeggen aan welke druk en represailles de mensen in het oosten bloot hebben gestaan. Dit zonder duidelijk te maken, dat elke informant nog niet zo maar als 'spion' kan worden aangemerkt.

“Door de infiltratie door de staat gelaten en stilzwijgend te accepteren, hielden deze reformatorische kerken het hoofd boven water; ze leerden er als het ware mee te leven”, schrijft Faber waarbij hij - weinig reformatorisch denkend - kerkleidingen en gemeenteleden niet onderscheidt. Wie zo iets zegt geeft zichzelf bloot als iemand, die nooit werkelijk met de christenen in het oosten heeft 'meegeleefd', als iemand die geen van deze kerken van binnenuit kent, maar als outsider die erover heeft gehoord. Geen van de Nederlandse theologen, die in de moeilijkste jaren vanaf 1965, een jaar lang theologie in Tsjechoslowakije hebben gestudeerd, zou een dergelijke zin herhalen. Een jaar medeleven is wel genoeg om enige werkelijke kennis op te doen.

De volgende vraag aan Faber zou zijn: het IKV volgde toch een twee-sporenbeleid als de meest juiste en meest efficiente weg om in Oost-Europa voet aan de grond te krijgen. Dat twee-sporenbeleid behelsde nauwe samenwerking met de officiele vredesbewegingen. In goed Nederlands betekende dit 'goede en nauwe samenwerking met de partij en de geheime politie'. Het tweede spoor: contact met dissidenten lag het IKV nauw aan het hart - maar wie twijfelt eraan dat degenen die gedwongen door de geheime politie hun medewerking verleenden niet ook andere zaken hadden die hun nauwer aan het hart lagen.

Verwijt hier niet de pot de ketel dat hij zwart ziet. Het IKV wilde zijde spinnen bij een goede verstandhouding met partij en politie, maar zijn secretaris hoont degenen die in eigen land en onder druk niet bij machte waren pm die druk te weerstaan. Zeker zij hebben gefaald, sommigen hebben grovelijk gefaald - maar het IKV, dat het niet nodig had deze contacten als de meest efficiente weg te bewandelen, weet blijkbaar niets van eigen falen. Faber vertelt in zijn artikel ook niet dat alle kerken in Oost-Europa worstelen met de vraag hoe om te gaan met degenen, die zich hebben laten gezeggen door de Geheime Politie: waar moet gehandeld, waar moet niet gehandeld worden.

De wijze waarop Nederland met de NSB-ers is omgegaan is geenszins voorbeeldig; zo weten ook de Oosteuropese kerken hoe moeilijk zoiets is en zoeken ze nu naar een weg. Worstelt het IKV nu ook om zijn eigen verleden af te rekenen? Om degenen aan de tand te voelen, die het 'twee-sporenbeleid' op touw hebben gezet? En deze meelopende kerken, zo hoont Faber zoeken naar een nieuwe moraal. En het IKV gaat naar Oost-Europa om daar de civiele samenleving op gang te brengen om daar IKV-moraal te planten.

Niemand, noch hier, noch in de DDR of Tsjechoslowakije verdedigt degenen, die met de politie hebben meegewerkt. De goedkope veronderstelling van Faber dat men op het standpunt zou staan van 'accepteer maar stilzwijgend', klinkt daar nauwelijks en van de inzet van de vele 'goede mensen' horen wij niets. En zouden deze 'goede mensen' nu geen recht van spreken hebben in zoverre de kerken werkelijk bezig zouden zijn te zoeken naar 'nieuwe moraal'. De IkV-secretaris vergeet, dat het zoeken naar moraal niet op de weg ligt van reformatorische kerken: hun dienst is een andere en daar zijn ze mee bezig, zoekende en tastende.

    • Hebe Kohlbrugge