Gemor in de PvdA

HET HEEFT LANG geduurd voordat de twijfels naar buiten kwamen, maar nu is de discussie binnen de Partij van de Arbeid over de Nederlandse deelname aan de oorlog in de Golf dan ook in alle hevigheid losgebarsten.

Brieven van verontruste leden, een sussende brief van de partijvoorzitter aan alle leden, het verzoek aan een dissident Kamerlid zich op zijn functioneren in de fractie te beraden en ten slotte nog het partijcongres van komend weekeinde dat voor het belangrijkste deel aan de Golf zal zijn gewijd.

Zo rustig als het de afgelopen maanden was in de PvdA, zo onrustig is het nu. Eindelijk, want het was wel opvallend stil in de partij die jarenlang zo geobsedeerd is geweest door 48 kruisraketten dat het dragen van regeringsverantwoordelijkheid daardoor naar het tweede plan verdween.

Zijn we te snel in oorlog gegaan, vraagt het verontruste deel van de PvdA-achterban zich af. In elk geval zijn voor dit deel de afgelopen maanden de ontwikkelingen in het denken van leidende PvdA-politici te snel gegaan. Er zijn dan ook enkele forse stappen gezet. Ruim drie jaar geleden sprak de toen nog in de oppositie verkerende partij zich bij monde van het Kamerlid Ter Beek uit tegen een toen neutrale operatie als het sturen van twee mijnenvegers naar de Golf. In augustus van het afgelopen jaar zwaaide dezelfde Ter Beek in zijn hoedanigheid als minister van defensie twee fregatten uit die richting Golf vertrokken om toe te zien op naleving van het embargo tegen Irak. Een missie waarvan toen al bekend was dat deze in de zeer nabije toekomst wel eens verder zou kunnen gaan. Desondanks schaarde de PvdA-fractie zich achter het kabinet.

HET VERWIJT van de verontruste leden is dat er sinds de Iraakse inval in Koeweit in de PvdA onvoldoende is gediscussieerd over “de middelen waarmee in de jaren negentig de internationale rechtsorde het best kan worden verdedigd”. Nu is die principiele vraag binnen de PvdA-fractie de afgelopen maanden ook nauwelijks aan de orde geweest. Terwijl de datum van het aflopen van het ultimatum van de VN steeds dichterbij kwam, bekommerde de fractieleider Woltgens zich in de Tweede Kamer over de vraag of het besluit van het kabinet de Nederlandse schepen een ruimere taak te geven dan alleen het handhaven van het embargo nu ook het ultieme besluit was.

Uitvoerig werd er pas in de fractie over gesproken op 16 januari, vijf dagen nadat de Kamer akkoord was gegaan, het ultimatum tegen Irak reeds een dag was verstreken en de geallieerde strijdkrachten zich opmaakten de aanval in te zetten. Dat er binnen de PvdA-achterban gemor is ontstaan over een onheldere koers is dus wel begrijpelijk. Temeer als PvdA-bewindslieden zoals minister Pronk de onduidelijkheid vergroten door zich achteraf openlijk af te vragen of de opbouw van een grote militaire macht nu wel zo verstandig is geweest.

MAAR VAN BELANG is nu dat alle politiek verantwoordelijken in de PvdA de conclusie hebben getrokken dat voortzetting van het economische embargo geen alternatief meer was en dat Nederland medeverantwoordelijkheid diende te dragen voor het internationale militaire optreden tegen Irak. Dat het congres van de PvdA daarover nu achteraf stevig zal discussieren en een uitspraak doet, hoort in de democratische traditie van deze partij.

Anders wordt het als het Congres ook uitspraken gaat doen over het verdere verloop van de oorlog. De verontruste briefschrijvers hebben al gesuggereerd dat de Veiligheidsraad opnieuw bijeen moet worden geroepen. Die zou dan moeten bezien of alle vreedzame middelen zijn uitgeput. Het is een punt dat niet aan de orde hoort te zijn. Een vorige PvdA-minister van defensie zei ooit: Congressen kopen geen vliegtuigen. Aan PvdA-leider Kok de taak zijn partijgenoten duidelijk te maken dat congressen niet beslissen over oorlog.