Franse televisie botst met de autoriteiten

PARIJS, 31 jan. - De Franse televisiezenders raken steeds meer bekneld tussen het belang van militaire geheimhouding en de plicht de kijkers zo goed mogelijk te informeren.

De Franse regering handhaaft een streng regime ten aanzien van de berichtgeving over de Franse troepen in de Golf, wat al enige keren tot conflicten met tv-verslaggevers heeft geleid.

Alle Franse journalisten die naar de Golf zijn gereisd moesten voor hun vertrek een overeenkomst tekenen met de militaire voorlichtingsdienst Sirpa dat ze geen gegevens melden of uitzenden die de belangen van de nationale defensie kunnen schaden. De Franse militaire autoriteiten in Saoedi-Arabie hebben die overeenkomst tot nog toe zeer restrictief uitgelegd.

Hoewel alleen al in de Saoedische hoofdstad Riad 106 Franse journalisten en technici zijn, heeft het Franse tv-kijkende publiek elf dagen moeten wachten op een reportage over de stemming onder de Franse troepen. In de uitzending, van de tv-zender TF-1, kwamen vier soldaten aan het woord die zich uiterst sceptisch toonden over het doel van hun aanwezigheid in Saoedi-Arabie. Volgens de beste militaire tradities beklaagden de met zonnebrillen uitgedoste militairen zich “dat ze niets wisten” en “nooit iets te horen kregen”.

De Hoge Raad voor de audio-visuele media, een 'waakhond' van de regering, reageerde woedend omdat de reportage niet ter goedkeuring aan de militaire censors was voorgelegd. Bovendien zou de presentator hebben gesuggereerd dat de uitspraken van de ondervraagde soldaten representatief waren voor het moreel bij de troepen. Sirpa-chef generaal Germanos noemde de uitzending “volkomen onverantwoordelijk”. TF-1 wees de beschuldigingen als ongefundeerd van de hand.

Het station had zich al eerder de woede van premier Michel Rocard op de hals gehaald. Rocard was geschokt door de Iraakse tv-beelden van Amerikaanse en Britse piloten die na hun gevangenneming kennelijk onder zware druk verklaringen aflegden dat ze het niet eens waren met de oorlog. De premier nodigde direct alle Franse tv-stations uit voor overleg en dwong de afspraak af dat dergelijke beelden niet zouden worden uitgezonden als de Iraakse televisie met Franse krijgsgevangenen propaganda zou gaan maken. Alleen TF-1 ging niet op de uitnodiging van Rocard in met het argument dat de journalistiek zelf wel kan uitmaken wat wel of niet “in strijd is met de menselijke waardigheid”, zoals Rocard later in een brief aan de Nationale Federatie van de Franse pers schreef.

Een verslaggever van La Cinq, een andere tv-zender, werd onder druk van de Franse legerleiding in Saoedi-Arabie naar Frankrijk teruggeroepen nadat hij op eigen houtje een reportage nabij de Saoedische grens met Koeweit had gemaakt. Directeur en hoofdredacteur van La Cinq werden bij premier Rocard ontboden en kregen te horen dat hun alle medewerking zou worden ontzegd als de reportage zou worden uitgezonden. De leiding van La Cinq gaf toe en de reportage ging het archief in.

De informatie die de Sirpa op de dagelijkse persconferentie over de activiteiten van de Franse troepen geeft is uiterst schaars, zoals alle andere informatie die maar iets met de oorlog in de Golf te maken zou kunnen hebben. Zo ontdekten de Franse graanhandelaren enige dagen geleden tot hun verbazing dat alle indicaties over de graanoogsten in het Midden-Oosten gecensureerd worden, omdat ze van “strategisch belang” zouden zijn.

    • Jan Gerritsen