'Entartete' muziek klinkt na zestig jaar opnieuw

Concert: Ebony Band o.l.v. Ivan Fischer en Werner Herbers met Marjanne Kweksilber, sopraan, en Rene Eckhardt, piano. Programma: Adolph Weiss: Chamber Symphony; Norbert von Hannenheim: Pianosonate nr. 12, twee liederen op teksten van Rilke; Erich Schmid: Suite nr. 2 (Rilke Lieder); Roberto Gerhard: Wind Quintet; Nikos Skalkottas: Oktett. Gehoord: 30-1 Vredenburg, Utrecht. Herhalingen: 31-1 Groningen; 2-2 Amsterdam, 5-2 Terneuzen.

Hoboist Werner Herbers is een van die markante figuren die door zijn niet aflatende bezetenheid een heel persoonlijke bijdrage leveren aan het Nederlandse muziekleven. Hij is verslaafd aan het opsporen van interessante muziek en heeft daarbij het vermogen om zijn gaven als musicus, onderzoeker en organisator te bundelen, jarenlang bij het Nederlands Blazers Ensemble en nu bij de door hem geformeerde de Ebony Band. Met dit ensemble brengt hij dit seizoen in wisselende bezetting een interessante concertserie met werken van componisten die door het Duitse nazi-regime werden bestempeld als 'Entartet'.

Veel hinder ondervond Herbers daarbij alsnog van de Duitse 'Grundlichkeit': van veel componisten is inderdaad ieder spoor verdwenen en het concert gisteravond in Utrecht kon alleen tot stand komen dankzij verbeten detective-arbeid. Het programma was exact hetzelfde als op 2 juni 1931 in Berlijn bij een leerlingenuitvoering van de compositieklas van Arnold Schonberg: een kleine persoonlijke triomf van Werner Herbers op het Hitler-regime.

De uitgevoerde werken waren bijna allemaal van jonge buitenlandse componisten die zich nog net op tijd uit de voeten hebben weten te maken. De meest begaafde van hen was echter een Duitser, Norbert von Hannenheim, omgekomen tijdens een bombardement waarbij ook al zijn werk verloren ging. Dat dacht men tenminste tot voor kort, maar Werner Herbers vond in een Zwitserse bibliotheek zijn Pianosonate nr. 12 en twee liederen op teksten van Rilke. De tweedelige Pianosonate maakte een fragmentarische indruk, fascinerende muziek waarbij heel teder allerlei kruipend chromatische stemmen door elkaar heen spreken in een op elkaar betrokken zelfstandigheid. Rene Eckhardt speelde het stuk als een lyrisch betoog zonder stemverheffing of dramatische excessen. Bij Von Hannenheim heeft de tonale schrijfwijze geleid tot een heel eigen idioom.

Ook uit de Chamber Symphony van de Amerikaan Adolph Weiss sprak een intrigerende persoonlijkheid, optimistischer dan Von Hannenheim in zijn gebruik van haast swingende ritmes. In de lessen van Schonberg werden grote klassieke componisten als Bach, Beethoven en Brahms geanalyseerd. “Ik geef geen les in a-tonale muziek maar in muziek!”

Het maakte Schonberg niets uit in welk idioom zijn leerlingen zich uitdrukten, als ze maar iets te zeggen hadden. Toch waren alle composities op deze avond a-tonaal: zonder dat Schonberg het wilde was zijn invloed kennelijk onontkoombaar. En niet allen hadden een zo sterke innerlijke kracht dat zij ondanks het grote voorbeeld toch iets heel persoonlijks wisten te zeggen. Zo maakten de Rilke-liederen van Erich Schmid, het blaaskwintet van Roberto Gerhard en het octet van Nikos Skalkottas op mij een wat conventionele indruk. Maar een eenmalige confrontatie kan misleidend zijn. Gelukkig wordt het programma nog herhaald tijdens een kleine tournee.