EG komt VS tegemoet in ruzie over Airbus

ROTTERDAM, 31 JAN. De kans is aanzienlijk dat de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten hun vierjarige conflict over het subsidieren van vliegtuigbouwindustrieen weldra laten uitmonden in een compromis.

Tegelijkertijd heeft de Nederlandse vliegtuigbouwer Fokker goede hoop dat het de nadelige gevolgen van zo'n compromis kan omzeilen.

Als EG-commissaris Frans Andriessen (buitenlandse handel) aanstaande maandag van de Europese ministers van buitenlandse zaken formeel een onderhandelingsmandaat krijgt, zal hij de Amerikanen twee voorstellen doen. [Gisteren hebben de twaalf permanente vertegenwoordigers van de lidstaten de Europese Commissie al het groene licht gegeven.]

Allereerst mag de produktie van nieuwe vliegtuigen en onderdelen niet meer door overheden worden gesubsidieerd. En verder mogen overheidsbijdragen aan de 'ontwikkeling' van nieuwe toestellen maximaal 45 procent bedragen.

In ruil daarvoor wordt van de Amerikanen verwacht dat zij hun klachten tegen lopende subsidieregelingen in de EG laten varen. Die betreffen onder meer de Duitse garantie aan Daimler-Benz dat Bonn de dollarkoersverliezen zal dragen die het Duitse concern lijdt als gevolg van de overname, twee jaar geleden, van Airbus-partner Messerschmidt-Bolkow-Blohm (MBB) - als de dollar onder de 1, 80 mark daalt tot minimaal 1, 60 mark; nu staat de koers al op 1, 49 mark. Volgens Brusselse bronnen zijn de Amerikanen daartoe genegen.

De afgelopen jaren eisten de Verenigde Staten dat de Franse, Duitse, Britse en Spaanse regeringen de subsidiering van Airbus Industry zouden staken omdat Amerikaanse firma's als Boeing en McDonnell Douglas onder deze concurrentievervalsing zouden lijden. De Europeanen kaatsten terug dat Washington zijn vliegtuigbouwers door het toekennen van defensie- en research-contracten indirect subsidieerden.

Een half jaar geleden liepen de emoties nog hoog op toen Airbus met een gewiekste combinatie van speciale kortingen en zachte leningen 121 van zijn A-320 toestellen wist te slijten aan de Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen Northwest Airlines en American West en daarmee voor het eerst vaste voet kreeg op de Amerikaanse markt.

De gemoederen bedaarden enigszins toen het Europese consortium eenvoudig kon aantonen dat de Amerikaanse concurrenten met precies dezelfde lokmiddelen werkten. Niettemin bleef Washington dreigen met het indienen van klachten bij het GATT (Algemeen akkoord inzake tarieven en handel) of met speciale toeslagen op in Amerika verkochte Airbus-toestellen.

Dat de EG zich de afgelopen maanden tijdens overleg met Washington soepeler opstelde, had niet alleen met die dreigementen te maken. Ook het feit dat het Airbus Industry in 1990 zeer voor de wind ging, zou hebben meegewogen. Het Europese consortium - dat bestaat uit het Franse Aerospatiale (37, 9 procent), het Duitse MBB (ook 37, 9 procent), het Britse Aerospace (20 procent) en het Spaanse Casa (4, 2 procent) - wist vorig jaar immers een recordaantal van 404 vaste orders binnen te halen en daarmee zijn wereldmarktaandeel op te schroeven tot 35 procent. Ook maakte Airbus Industry voor het eerst in zijn twintigjarige bestaan een bescheiden winst van 120 miljoen dollar.

Ondanks de toegenomen harmonie liggen er bij het komende (slot? )overleg tussen de EG en Washington ook nog enkele geschilpunten op tafel. Zo biedt de Gemeenschap weliswaar aan de ontwikkelingssubsidies tot maximaal 45 procent te laten oplopen, maar de Amerikanen geven de voorkeur aan 25 procent. Een ander punt van mogelijke frictie blijft de vraag welke toestellen onder een eventueel akkoord vallen.

Tijdens eerder Amerikaans-Europees overleg over subsidiebeperking ging men uit van toestellen van honderd stoelen of meer. Dat raakte direct de positie van Fokker, dat met zijn F-100 een 'honderdzitter' in huis heeft en over enkele jaren ook nog een '13-zitter' op de markt hoopt te brengen, maar dat zonder overheidssteun vrijwel zeker geen nieuwe vliegtuigen kan ontwikkelen. Vandaar dat Fokker via Economische Zaken in Den Haag de Brusselse bureaucratie verzocht om de onderhandelingen met de Verenigde Staten te beperken tot de grotere toestellen waarop grote vliegtuigbouwers als Boeing en Airbus het patent hebben. Fokker kreeg daarbij steun van zijn grote concurrenten British Aerospace en het door Deutsche Aerospace beheerste International Commuter. Beide bedrijven hopen in de verdere jaren negentig ook nieuwe '130-zitters' te lanceren. Als het even kan met overheidssubsidies.

Volgens Fokker-zegsman B. van Veen heeft de Europese Gemeenschap inmiddels besloten om tijdens het komende overleg met de Verenigde Staten slechts te praten over grotere vliegtuigen met minimaal 140 stoelen. Of de Verenigde Staten dat zullen slikken is overigens nog de vraag. Want de Amerikaanse firma's hebben de lucratieve markt voor kleinere verkeersvliegtuigen inmiddels ook ontdekt. Boeing brengt zijn verkleinde 737-500 en McDonnell Douglas de MD-87 op de markt. En om alles nog ingewikkelder te maken: Airbus Industry speelt ook nog met de gedachte om de markt op te gaan met een verkleinde versie van zijn succesvolle A-320, die 120 passagiers zou moeten vervoeren.