'De oorlog zal heel wat wonden achterlaten'

Op 15 januari, de dag waarop het VN-ultimatum aan Irak verstreek, drukte deze krant een aantal opinies af over de consequenties van een mogelijke oorlog. Inmiddels is de Golfoorlog twee weken oud. Zal de strijd snel beslist zijn of staat de wereld een slepend conflict te wachten met rampzalige gevolgen voor mens en milieu? Vijf meningen over het verloop van de strijd.

ANNIE M. G. SCHMIDT

“Ik hoopte dat het een korte, snelle oorlog zou worden. Met die enorme luchtmacht en al die spionage was de klus, dacht ik, in enkele dagen of misschien wel in enkele uren te klaren. Ik vind het nu wel lang duren. We wisten kennelijk ook niet dat er in Irak zoveel ondergrondse bunkers en vliegvelden zijn gebouwd. En dat al die mensen ook nog door het Westen zijn geinstrueerd. Gruwelijk.

Marga Minco

Toch was het nog gruwelijker geweest als de geallieerden niet hadden ingegrepen. Die man, Hussein, schreeuwt nu dat er genocide op de Arabische bevolking wordt gepleegd. Maar het enige wat hij hoeft te doen is zich terugtrekken uit Koeweit.

Wel vind ik het jammer dat het toch weer de Amerikanen zijn die de kastanjes uit het vuur moeten halen. Er zijn veel te veel landen die afzijdig blijven. Duitsland mag militair niets doen vanwege de vorige oorlog. Ook Japan is om die reden heel terughoudend. Het is hun oorlog niet. Dat is jammer. Zij horen toch ook bij de Verenigde Naties.

Er is natuurlijk wel iets gebeurd. Nederland heeft fregatten gestuurd en in Frankrijk is een minister aan de kant gezet. Maar het gevoel is toch dat het Amerika is tegen Irak. Amerikanen zijn de diehards. Zij slaan er maar op los, in Vietnam, in Grenada, in Panama. Alsof zij graag oorlog maken. Dat is het image. Ik vind dat niet terecht. Dat komt doordat een eensgezinde reactie van de Europese landen ontbreekt. Ik vrees dat er zoiets als een wereldramp of een ecologische ramp voor nodig is voordat Europa zich aaneen sluit.''

Annie M. G. Schmidt (79), schrijfster

OTTO VON DER GABLENTZ

“Ik ben geen profeet, maar ik denk dat de Golfoorlog nog vier a vijf weken zal duren, langer niet. Het hoeft niet zo te zijn dat het Midden-Oosten in een chaos verandert, want deze oorlog kan juist het fundament leggen voor een nieuwe economische en politieke orde in dit deel van de wereld.

Ik besef heel goed de bijzondere verantwoordelijkheid van Duitsland voor de veiligheid en het bestaan van Israel op grond van politieke, historische en morele overwegingen. Toch zal de Holocaust altijd blijven doorwerken.

Ik spreek veel met Israeli's. Ik ontvang hier in mijn huis delegaties van demonstranten om over de Holocaust en de Iraakse dreiging te spreken. De illegale export van Duitse chemische wapens naar Irak heeft een golf van publieke verontwaardiging veroorzaakt. Als Duitser voel ik een diepe schaamte dat Duitse bedrijven aan de produktie van deze wapens hebben meegewerkt. Als diplomaat zeg ik dat we deze bedrijven duidelijk hebben gemaakt dat ze morele out-casts zijn.

De ambassade bevindt zich nu tijdelijk in Herzliya, op vijftien kilometer afstand van Tel Aviv. Hier vlakbij zijn Scuds neergekomen. Mijn gasmasker ligt in de kelder. Kijk, de raketten zijn van Russisch fabrikaat en bedrijven uit vele landen hebben onderdelen geleverd. Het is begrijpelijk dat de Israeli's er toch een puur Duits etiket opplakken.

Voor mij persoonlijk was het meest indrukwekkende een gesprek dat ik tijdens de eerste luchtaanval met een Israelische man voerde. Om drie uur 's nachts belde hij me op en zei: ik moet nu tegen u als Duits ambassadeur zeggen dat ik hier met mijn oude vader - een overlevende van Auschwitz - in de schuilkelder zit met een gasmasker op. Hij zei dat zijn vader weer aan de gaskamers moest denken. We hebben lang met elkaar gesproken. Openhartig. Deze ervaring zal me altijd bijblijven.

Toen ik hier kwam heb ik gezegd het als een uitdaging te beschouwen Duits ambassadeur in Israel te zijn. Zo denk ik er nog steeds over. Maar ik heb nooit kunnen bevroeden wat me te wachten zou staan.''

Otto von der Gablentz (60), Duits ambassadeur in Israel

PROF. A. LAMMERS

“Ik wil zeker niet het spookbeeld hanteren van een miljard moslims die tegen het Westen ten strijde trekken. Je moet niet altijd van het slechtst denkbare scenario uitgaan.

Ik denk dat de basis waarop Bush steunt heel wankel is en sterk afhankelijk van de successen die hij weet te behalen. Als de oorlog bloediger wordt, zal de vraag bovenkomen: is dit het allemaal waard? Een deel van de Amerikanen zal zeggen: we kunnen niet blijven vechten met een hand op onze rug, maar we moeten alle middelen gebruiken die ons ten dienste staan. Anderen daarentegen zullen van mening zijn dat Amerika bereid moet zijn om concessies te doen en op grond daarvan zich zo snel mogelijk terug te trekken. Dat zijn dezelfde opties die ook al in Vietnam naar voren werden gebracht.

Als Irak chemische wapens inzet tegen Israel wordt het makkelijker voor Bush de strijd tegen Irak te verhevigen. Maar ik denk nog altijd dat opperste zelfbeheersing de beste weg is. Ik ben somber gestemd. We weten eigenlijk niet wat er aan het front gebeurt en de informatie daarover wordt steeds minder. Niet de wapens zullen spreken maar de feiten.

Ik kijk zo veel mogelijk naar de televisie, vooral naar de BBC. Dus ik ben niet zoals veel Nederlanders die zeggen: er gebeurt zo weinig in die oorlog, we vervelen ons en daarom gaan we maar weer veel leuke spelletjes doen.''

Prof.dr. A. Lammers (50), hoogleraar Amerikaanse geschiedenis aan de Universiteit van Leiden

MARGA MINCO

“Het Nederlandse solidariteitsgevoel met Israel komt volgens mij voort uit een verkapt schuldgevoel. Tijdens de vorige oorlog - zo noem ik die nu maar - is er in Nederland veel te weinig gedaan om de joden te beschermen. De schaamte daarover is door degenen die de oorlog hebben meegemaakt doorgegeven aan de volgende generatie. Voor Israel is dat natuurlijk heel plezerig.

Veel Nederlanders voelen zich ook anderszins zo met Israel verbonden dat wanneer er raketten op Tel Aviv worden afgevuurd het net is alsof een verre provincie van Nederland is getroffen. Zelf bel ik regelmatig met mijn vrienden in Haifa. Die manoevreren nu met hun gasmaskers en tijdens het luchtalarm verbergen ze zich in de schuilkelders. Ze klinken steeds optimistisch, maar ik vrees het ergste.

Als Irak raketten met een chemische lading op Israel afvuurt, denk ik instinctief dat in dat geval wraak op zijn plaats zou zijn. Maar mag ik zo iets wel zeggen? Het zou immers een geweldige escalatie van het conflict betekenen. Ik bewonder de moed van de Israeli's dat ze zich tot dusverre hebben weten in te houden.

Na iedere oorlog gaan de mensen toleranter denken om uiteindelijk weer in hun oude houding te vervallen. Geen enkele oorlog levert ooit iets positiefs op, want na afloop moet iedereen eerst zijn doden tellen. Met de dreiging van chemische wapens en het lozen van olie in de Golf is de ramp al bezig zich te voltrekken.

De Tweede Wereldoorlog leeft altijd in mij, daar zal deze oorlog niets aan veranderen. Toen speelde de oorlog zich in werkelijkheid in de huiskamer af, nu zien we alles op CNN - onderbroken door reclames - maar langzamerhand voelen we de dreiging naderbij komen.''

Marga Minco (70), schrijfster

G. WAGNER

“Ik heb nooit geloofd in een snelle, korte actie. Maar de uitkomst van de oorlog staat voor mij vast: Irak verliest. Niet vast staat hoe lang het zal duren en hoeveel slachtoffers het zal kosten. De gedachte hieraan maakt me niet opgewekt.

Als de strijd binnen afzienbare periode is beslecht zijn de materiele gevolgen van de oorlog te overzien. De wereld beschikt over een enorm regeneratievermogen. We hadden al te kampen met een conjuncturele terugslag. Dat is normaal na een periode van groei. Het is ook normaal dat je daar na enige tijd weer uitklimt. Het economisch herstel wordt nu weliswaar doorkruist door de oorlog en kan daardoor langer op zich laten wachten. Maar het proces van herstel gaat wel door.

De energievoorziening kan een stootje hebben. Dat is na twee oliecrises wel duidelijk geworden. Maar het Westen is nog steeds veel te afhankelijk van olie uit het Midden-Oosten. Dat moet worden verminderd. Vooral in de Verenigde Staten is te weinig gebeurd op het gebied van een zuiniger energiebeleid en het aanboren van nieuwe bronnen.

Er zijn veel meer exploratiemogelijkheden van olie en gas in de wereld die beter benut zouden moeten worden. De Sovjet-Unie weet geen raad met de geweldige hoeveelheden gas die het heeft. Er liggen hele dozijnen Slochterens.

Ik ben met Lubbers van mening dat er in Europa meer kan worden gedaan op energiegebied. Alleen zeg ik: begin op bescheiden schaal. Dat wil zeggen, met de exploratie van olie en gas in de Sovjet-Unie. Haal niet alle energievraagstukken van heel Europa tegelijkertijd overhoop. Ik ben bang dat ze daar in Brussel mee bezig zijn. Dat leidt alleen maar tot lange studies en veel bureaucratie. Ook op nucleair gebied kunnen de mogelijkheden worden uitgebreid. Daar moeten we niet zo bang voor zijn.

De oorlog zal in immateriele zin, vrees ik, heel wat wonden achterlaten. Ik ben niet optimistisch over een wereldsituatie waarin conflicten op deze manier moeten worden opgelost. Maar de geallieerden hadden absoluut geen andere keus.''

Mr. G. A. Wagner (74), oud-president-directeur van Shell

    • Alfred van Cleef
    • Michèle de Waard