De hoofdbewoner en zijn stijgend E-gebruik

Het Nederlandse huishouden bespaart minder energie dan men denkt. Het gasverbruik daalde dankzij isolatie, HR-ketels en thermostaten de laatste tien jaar per huishouden met 30 procent. Maar omdat het aantal huishoudens met 20 procent steeg is de netto-daling maar 16 procent.

Met elektriciteit is het nog erger. Het elektriciteitsverbruik per huishouden was in 1990 nog steeds 88 procent van het historisch maximum dat in 1979 werd gehaald en per hoofd gemeten bereikte het vorig jaar een absoluut hoogtepunt: ruim 1070 kWh (per jaar). Het hoofdelijk E-verbruik is nu acht keer zo groot als in 1950. De hardnekkige stijging van het individuele E-verbruik kwam ter spra ke in Scientific American (september 1990) en in het laatste nummer van het tijdschrift 'Energie en Milieutechnologie' dat ingaat op een studie van het Provinciaal Bureau Energie Noord-Holland (PBE). Ook in het 'Basisonderzoek Elektriciteitsverbruik Kleinverbruikers BEK'89', dat onlangs uitkwam, krijgt het aandacht. Voor BEK '89 zijn 2800 elektrisch aangeslotenen geinterviewd en uitgesplitst: een sociologische Fundgrube die een Boede kijk geeft op de huidige alleenstaande met zijn elektrische kookplaatje en zijn elektrische deken.

Aan verklaringen voor het toenemende E-verbruik is geen gebrek: voor alles is dat de gezinsverdunning die niet te sluiten lijkt. E3 bestond hier in 1950 een gezin nog gemiddeld uit 4, 5 personen, tegenwoordig is dat 2, 5 en het daalt onverkort lineair. In 2020 is elke hoofdbewoner alleenstaande.

METEROPNEMER .

Funest was het verdwijnen van de meteropnemer die maandelijks langs kwam: hij leverde de zo gewenste terugkoppeling tussen aangenaam E-verbrulk en pijnlijk betalen en is nu alleen met kunst-en-vliegwerk terug te halen. Het Amsterdamse GEB roept aangeslotenen op zelf maandelijks in de kast te kijken en het verbruik te vergelijken met een richtverbruik dat met gegevens uit de huis-aan-huisbladen is uit te rekenen. Het GEB van Den Haag begreep dat dat te ingewikkeld is en werkt aan een maandelijkse computer-nota, op basis van een verbruiksmeting via het net.

Verklaringen genoeg. Er brandt meer licht omdat de doorzon-woning verdween en de ramen kleiner werden, en verder omdat er, dankzij de cv, binnen het huishouden sub-huishoudens kwamen waar spelen en leren hand-in-hand gaat met het audiovisuele plezier dat vroeger alleen iii de warme woonkamer werd genoten. Er brandt ook meer licht in opdracht van de verzekeraars: inbraakpreventie.

Dan is er het voortwoekerende douchen als vaste dagopening en het verschijnen van de vermaledijde 'open keuken' die al even krachlig moet worden geventileerd wil het aan de andere kant van de halve muur niet naar spitskool en klapstuk gaan stinken. Er is het elektrisch koken hier voorheen een zeldzaamheid, maar nu een blijk van goede smaak. (BEK'89 signaleert een penetratie van 7, 3 procent in 1988 en al 117 in 1989.)

Er is zoveel ongunstigs: denk aan de afstandsbediening waardoor het TV-toestel voortaan altijd stand-by staat en denk aan de stoet van bizarre elektrische apparaten die de gemiddelde woning binnen marcheert. BEK'89 geeft een onthutsend overzicht van de accessoire-ziekte: de espressomachine heeft een penetratiegraad van 6, 1 procent, de elektrische heggeschaar 11, 3, het wafelijzer 8, 5, de messenslijper 18, 2.

Kern van het probleem is dat dit alles niet wordt goedgemaakt door een toegenomen zuinigheid van de geinstalleerde apparatuur. Toch kan, volgens het PBE, het gemiddelde huishouden zonder enig comfort op te geven 60 procent elektriciteit besparen.

De bulk van het E-verbruik komt (in volgorde) van verlichting, koelkast, cv-pomp en wasmachine en (in nieuwbouw) van de mechanische ventilatie. Stuk voor stuk zijn daarin met het huidige aanbod aan produkten grote besparingen te bereiken (die zich ook altijd in geld terugverdienen): Spaarlampen kunnen gloeilampen vervangen en voor de zwaar overgedimensioneerde cv-pomp is een kleiner type met thermostaatschakelaar te installeren. Er is sinds kort een Deense koelkast leverbaar (door Gram Nederland, Almelo) die een fabelachtig laag E-verbruik heeft dankzij zware isolatie en een zuinige pomp (zie New Scientist, 12 mei 1990). Mechanische ventilatie is vaak niet nodig of kan minstens op halve snelheid worden gezet (wat theoretisch 87 procent aan energie scheelt). Men zou de wasmachine eigenlijk beter op de gewone (gasgestookte) warmwatervoorziening kunnen aansluiten en men zou bij voorkeur alleen op 40 graden moeten wassen.

Veel van dit alles wordt tegengehouden door de hoge afschrijftijd van bestaande apparatuur, de kosten van de nieuwe en de angst een investering niet terug te verdienen. “Hier ligt dus een belangrijke taak voor de overheid “, zegt onderzoeker P. Hoeke van het PBE, die overigens meer kritiek heeft.

“Als de aangegeven besparing in he E-verbruik binnen enige jaren echt gehaald wordt en het rendement van zonnecellen, zoals verwacht, stijgt van 10 naar 20 proccnt dan zou het gemiddelde huis aan een zonnepaneel van maar vier vierkante meler genoeg hebben, in plaats van de 25 m2 die nu minstens nodig is. Dat is goed betaalbaar. De opzet mislukt volkomen als de nieuwe huizen niet goed op het zuiden worden geplaatst. Dan komt schone elektriciteitsproduktie nooit van de grond.”.

foto: Als de elektrische apparatuur veel zuiniger wordt, komt het elektrische zonnepaneel eerder binnen bereik. Nu is het omgedraaid: huizen die bezwijken onder hun paneel en verspillende apparatuur.

    • Karel Knip