Chirurg naar Golf: desnoods opereer ik ze met mes en vork

EDE, 31 jan. - Om te zeggen dat hij er zin in heeft is veel te zwak uitgedrukt. Kolonel H. J. de Smet, in het dagelijks leven chirurg in het Sint Maartensgasthuis te Venlo, staat werkelijk te popelen om naar het front in Saoedie-Arabie af te reizen.

Zondag vertrekt hij, samen met nog dertig artsen, verpleegkundigen en ziekenverzorgenden naar Al Jubal in Saoedie-Arabie waar zij in een Brits veldhospitaal worden ingezet voor de behandeling van de slachtoffers van het front.

De groep van 31 Nederlanders - 26 mannen en 5 vrouwen - zal volgens hoofd legervoorlichting luitenant-kolonel W. Hartman onderweg naar Saudi-Arabie worden ingelicht over het Britse leger. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de groep eerst naar Groot-Brittannie zou gaan om daar kennis te maken met de gebruiken van het Britse leger. Maar het team wordt nu vanaf Soesterberg met een Brits Hercules-toestel via Cyprus naar Saoudi-Arabie gebracht, waar zij zondagavond of maandag zal arriveren. Het verblijf in het Golfgebied duurt maximaal een half jaar.

Het medisch team bestaat uit artsen, verpleegkundigen, ziekenverzorgers en verbindingsmensen. Detachementscommandant T. W. H. Herweijer is behalve kolonel-arts ook verbindingsofficier. Behalve een reservist zijn allen beroeps- of dienstplichtig militair bij de landmacht.

De enige reservist is chirurg De Smet uit Venlo: “Dit is mijn laatste kans. Over twee maanden word ik zestig en dan had ik niet meer mee gemogen. Ik had mijn diensten ook al aangeboden aan een collega in Haifa. Ik stel me voor dat ik in Saoudi-Arabie geen last heb van de bureaucratie van de gezondheidszorg. Ik kan daar improviserend als een echte chirurg werken. Ik had nog wel dichter bij het front willen zitten, om alles van nabij mee te maken. Zelf snel beslissingen nemen hoe de gewonden aan te pakken. Dat spreekt me wel aan”.

Er bestond voor hem geen enkele twijfel over de vraag of hij wel moest gaan: “Ik moest natuurlijk toestemming vragen aan de directie van het ziekenhuis. Maar mijn besluit stond toch al vast. Ook mijn vrouw heeft geen bezwaar gemaakt. Die wist ook wel dat ze me toch niet kan tegenhouden. Dit is voor mij de kans om echt levensreddende chirurgie te bedrijven en van de oorlog ben ik ook niet vies”.

De Smet presenteert zich als een ruwe bolster, maar volgens mensen die hem kennen heeft hij wel een blanke pit. Zo weet men in het ziekenhuis te Venlo dat De Smet scheldend en tierend door het ziekenhuis kan lopen als hij op zijn tafel een klein kind ter behandeling krijgt na een auto-ongeluk. Zonder een blad voor de mond hekelt hij dan alle automobilisten.

Bang voor 'oorlogsstress' is hij ook al niet. “Ik heb in mijn leven al zo'n beetje anderhalve divisie geopereerd. Dat betekent 22.000 operaties. Als ik er nu nog niet tegen bestand ben, dan leer ik het nooit meer”.

De Smet schijnt op alles voorbereid en maakt niet de indruk dat hij zich door de eerste en beste tegenslag uit het veld zal laten slaan. “Als er niet voldoende apparatuur aanwezig is dan opereer ik ze desnoods met mes en vork. Die soldaten moeten worden gered”.

    • Henk Kool