Chemisch geluk

A. Michaelis. Drugs: Religion's chemical surrogate. Current contents, December 10, 1990.

Een van de grootste zorgen in alle grote steden van de Westerse wereld is de drugsverslaving onder jongeren. Sommigen rekenen daaronder ook het vrij onschuldige marihuana, maar de echte problemen worden gevormd door andere natuurprodukten als cocaine en heroine.

De cocaplant en de papaver worden verbouwd door arme boeren in de Andes, het voorgebergte van de Himalaya en de gouden driehoek tussen Birma, Laos en Thailand en de drugslandbouw is een van de meest profijtelijke exportprodukten van arme landen geworden.

Alleen al in Colombia worden jaarlijks ruim 200.000 ton cocabladeren in primitieve laboratoria verwerkt tot cocainepoeder. Alle pogingen om de arme bevolking met subsidies iets anders te doen verbouwen, hebben gefaald en de regeringen van arme landen tolereren de drugslandbouw als bron van welvaart voor hun straatarme inwoners. De opbrengst maakt het mogelijk de wapenhandel te bekostigen en de verzetsstrijders van Afghanistan betaalden hun raketten en munitie met opium van eigen teelt en hetzelfde gebeurt in de valleien van Libanon.

De produktie aan de bron, in verafgelegen bergstreken lijkt onbeheersbaar en bestrijding van de tussenhandel die het ruwe produkt straatklaar maakt en exporteert naar de kleine dealers in het rijke westen, heeft evenmin effect. Spectaculaire drugsvangsten doen vermoeden dat een tienmaal groter deel zijn bestemming heeft bereikt met alle ellende van dien. Geweld, ziekte en dood, waaronder die door AIDS zijn het gevolg.

De aanjager van dat alles is de toenemende behoefte van een welvarende maar vervreemde jeugd en soms ook ouderen naar drugs die de belevingswereld veranderen, ondanks het prijskaartje, in geld en gezondheid. Alle gepropageerde en geprobeerde methoden om drugsverslaving werkelijk aan te pakken hebben gefaald. Gedwongen ontwenning, vervanging door mildere verslaving via methadon, vrije heroineverstrekking aan extreme verslaafden, draconische straffen voor bezit of gebruik hebben nauwelijks enig effect gehad, al is misschien de groei van het gebruik enigszins afgeremd of maatschappelijk beheersbaar gemaakt, maar de vraag blijft bestaan.

De echte uitbanning van drugs door strenge controle en bestrijding op alle fronten lijkt theoretisch effectief, maar de herinnering aan de Amerikaanse drooglegging, van de twintiger jaren tot 1933, stemt weinig hoopvol gezien de kolossale ontduiking en criminaliteit. Aan de andere kant is in hetzelfde Amerika de roker van sigaretten een vrijwel uitstervend soort door een puriteinse propaganda die hem brandmerkt als een sociaal ongewenst individu dat zichzelf en zijn omgeving vervuilt, een incontinente melaatse die niet mag vliegen en in het hotel een donker kamertje naast de lift krijgt.

De samenleving heeft echter een nog wat diepere afkeer van de verlopen en verzopen druggebruiker die zich al buiten de maatschappelijke orde heeft opgesteld, maar dat heeft geen werkelijke indruk gemaakt. Maatschappelijke uitstoting en drugsgebruik gaan meestal samen.

De vraag is natuurlijk waarom jonge mensen in het welvarende Westen zo graag drugs willen gebruiken. De verklaringen zijn even moraliserend als ontoereikend. Sommigen denken dat het verval van religie mensen naar nieuwe extase drijft, anderen menen dat de armoede, verpaupering en uitzichtloze werkloosheid in de getto's van binnensteden vooral etnische minderheden tot druggebruikers en doorverkopers maakt, een bestaan van en door drugs. Cocaine is anderzijds een recreatiemiddel voor hoger opgeleide blanken met een redelijk inkomen en alcoholmisbruik komt zogezegd in de beste kringen voor maar zelden onder islamieten.

Misschien is voor velen, incidenten als Vietnam of de Golf daargelaten, het leven in het Westen saai en vlak, zonder diepere betekenis en zoeken wij ontsnapping naar een nieuwe wereld vol kleur en avontuur, zoals in Camel en Stuyvesant advertenties, in het gebruik van drugs.

Een literair advocaat van die theorie was in ieder geval de auteur Aldous Huxley. In de jaren vijftig beschreef hij zijn ervaringen met mescaline, een hallucinaties opwekkend produkt, afkomstig uit de peyote, een Mexicaanse cactus. De Huichol-indianen in Mexico gebruiken het bij hun religieuze pelgrimages waardoor zij met hun goden kunnen communiceren door een hallucinogene hostie en hun textielschilderingen zijn vaak onder invloed gemaakt.

Het Amerikaanse Hooggerechtshof verbood de Indianen in 1990 het religieuze gebruik van mescaline, hoewel er niet van verslaving of criminaliteit sprake was. De wet verbiedt immers alle burgers alle drugs.

Huxley vond dat onder drugs de deuren van alledaagse waarneming opengingen en nieuwe vergezichten, waarnemingen en gevoelens van welbevinden ontstonden. Hij vond dat met zoveel nieuwe kennis van de farmacologie een ideale drug synthetisch in het laboratorium zou moeten gemaakt worden en beschikbaar moest zijn voor wie het wilde. Die gelukspil voor mystieke ervaring had hij al in 1932 als Soma beschreven in Brave New World, maar een kwart eeuw later leek het hem een sociaal gewenste mogelijkheid. Behalve geluksgevoel, prettige hallucinaties en bewustzijnsverandering zou de drug geen schadelijke effecten als verslaving of kater moeten hebben, maar dat leek een chemisch oplosbaar probleem. De tot dusver illegaal geproduceerde synthetische drugs als amfetamines, crack, het rookbare cocainebase en engelenstof, het phencyclidine blijken zowel in werking als in neveneffecten levensbedreigend te kunnen zijn.

Het slaapmiddel rohypnol heeft enige legenden doen ontstaan, maar het maakt een mens maf en niet blij, evenmin als alcohol, een enkel glaasje Bourgogne daargelaten.

Niettemin is gecontroleerd drugsgebruik met mystieke doeleinden in vele culturen gepraktizeerd, vanaf de heilige paddestoel Amonita uit Brahmaanse rituelen ver voor Christus, tot cactus, schimmelextracten en ook weer paddestoelen bij Azteken en Indianen. Een warrige Engelse theoloog die het christendom als een historische samenzwering zag, beschreef zijn oorsprong ook als een geheime paddestoelencultus. .

Vele 19e-eeuwse schrijvers, van Quincey tot Coleridge en van Baudelaire tot Verlaine gebruikten hashish, opium in een drank bekend als laudanum, soms met absinth en andere stimulantia. Het waren meestal matige gebruikers want junks worden zelden dichters.

Aan het eind bleek, naar het boek van Baudelaire, het resultaat een onecht paradijs dat de deuren van hun waarneming niet werkelijk had opengedaan. De spuit met injectienaald, pas na hen in gebruik, maakte hogere concentraties en heviger beleving mogelijk, bijvoorbeeld bij soldaten in de Amerikaanse burgeroorlog, zonder tevreden gebruikers te creeren. Die waren er tenslotte alleen in ziekenhuizen waar morfine een buitengewoon effectieve pijnbestrijding veroorzaakt bij hartinfarct, ongevalsletsel en kanker met kalmering van angst en onrust en soms, in mensen van goede wil, een zeker welbehagen.

Aldous Huxley vond dat waar mensen zich niet meer door aanbidding, goede werken en feestelijke oefeningen boven het bestaan van alle dag konden uittillen, het zoeken naar een chemisch vervangsmiddel voor religie zinvol zou zijn.

Hij werd er in de jaren vijftig om gehoond maar zijn zoon Matthew pakte in 1976 de draad weer op met het idee van de maatschappelijk aanvaardbare drug, waar de farmaceutische research zijn speurzin toe diende aan te wenden en produktie mogelijk te maken. Verstrekking zou aan strikte regels moeten worden gebonden en de uitreiking beperkt tot controleerbare openbare gelegenheden met vergunning, de chemische koffieshop of bruin cafe. Die oproep werd recent weer doorgegeven door een illuster Engels chemicus, dr. Anthony Michaelis, in Londen in een interessante beschouwing. De voorwaarde is echter dat een dergelijk middel geen verslaving of kater geeft, wat zelfs van religie niet gezegd kan worden, als we ons even sectoren van de Islam of Noord-Ierland willen herinneren.

De vraag is of er een chemisch surrogaat bestaat voor echte gevoelens en beleving van vreugde, geluk en verbeelding. Immers alle eerdere surrogaten hebben niet alleen onechte paradijzen maar ook de echte hel voor velen opgeleverd.

Het is een mooie gedachte een ontkerstende, materialistische en laag bij de grondse wereld opnieuw de deuren naar hogere beleving chemisch te willen openen maar ik zou het maatschappelijk experiment vrezen. Aan weerskanten van het Golfconflict worden God en Allah door beide partijen voortdurend aangeroepen, al lijkt hij op de hand van de grootste divisies als Heere der heirscharen. Je moet er niet aan denken wat een slecht gemaakte pil, zoals ooit met Softenon, ons nog aan verkeerde belevingen zou kunnen opleveren. Dan maar liever niet de hogere lucht in, in deze brave new world. Marx noemde de religie de opium, het zoethoudertje van het volk. De hemel moge ons bewaren voor een samenleving waarin een verbeterd opium de religie van het volk wordt.

In Japan is juist dit waarden- en normensysteem sterk ontwikkeld en dat heeft gevolgen voor de psychische huishouding en de stoornissen. Druggebruik en geweldsdelicten komen in Japan veel minder voor. De Japanse psycholoog Mori vergeleek in een studie de identiteitsvorming onder Japanse studenten met Amerikaanse. De Japanners bleken hoog te scoren op identiteitsconflicten; hierbij stonden twijfels tussen individualistische neigingen en de verwachtingen van de samenleving (collectivisme) centraal. De Amerikanen ervoeren veel minder identiteitsconflicten, waren meer egocentrisch en trokken zich minder van andermans problemen aan. De Japanners bleken pas omstreeks hun dertigste jaar beide attitudes beter te integreren in hun persoonlijk leven.