Anti-Europese wind in Washington

WASHINGTON - Wie of wat zijn de slachtoffers van de oorlog in de Golf? Een van de slachtoffers zou Europa zijn, het Europa van de Politieke Unie, van de federale of confederale eenheid en van de opening naar het Oosten.

Veel van de anti-oorlogsstemming en van het daaruit voortvloeiende anti-Amerikanisme in de Bondsrepubliek kan worden verklaard uit de diepe teleurstelling over het abrupte einde van de even snel als onverwachts opgekomen euforie over vrede en veiligheid op het oude continent. Nog in de zomer van 1989 belastte de Amerikaanse president Bonn met het leiderschap in dat nieuwe Europa en een paar maanden later toonde kanselier Kohl met zijn adequate en moedige reactie op de vrijwording van de DDR zich dat leiderschap meer dan waardig. Thans staren de Amerikaanse leiders met verbijstering naar de zich alsnog en geheel vrijwillig en spontaan neutraliserende economische supermacht in het hart van een werelddeel in opspraak.

Is Europa uiteengespat onder de vuistslagen van Saddam Hussein? Is de tere kasplant van de eenwording al verschroeid door een hete woestijnwind? Het lege gepraat sinds de Europese dooi over allerhande Europese instituties onttrok juist aan het oog dat er helemaal geen noemer was voor een gemeenschappelijk beleid, hooguit een flauwe notie dat 'de markt' nu ook in Oost-Europa in werking moest treden terwijl het slechts zeer langzaam begon te dagen wat de kosten van een dergelijke onderneming zouden zijn. Zelfs in het West-Europa van de Gemeenschap was er inhoudelijk geen begin van overeenstemming over de plaats van Europa in de wereld, zelfs niet over welke landen op welke termijn tot een politiek en economisch georganiseerd Europa zouden moeten behoren. Er is niets verloren gegaan want er was niets.

De Franse socialisten laten zien dat het bezit van de macht in de staat niet tot uniform denken leidt, al werd de vertegenwoordiger in de regering van de dissidenten, minister Chevenement, gedwongen zijn neus in de door president Mitterrand aangegeven richting te laten wijzen. De werkelijkheid is veelzijdig: een land als Frankrijk heeft verschillende, soms tegengestelde belangen, dan wel acht die te hebben - belangen waardoor het in uiteenlopende richtingen wordt getrokken. Zo wil Parijs tegelijkertijd zijn onafhankelijkheid demonstreren, Europa's eerste gesprekspartner met de Arabische wereld zijn en invloed behouden op de politiek van de grootste bondgenoot, Amerika. Het was niet moeilijk gedurende de opeenvolgende fasen van de crisis in de Golf van deze drie stromingen (de reeks is niet uitputtend) een afspiegeling te zien.

Wie graag belangstelling vraagt voor de as Bonn-Parijs kon het afgelopen halfjaar slechts op een leegte wijzen, ondanks het document dat Mitterrand en Kohl eind 1990 over Europa publiceerden en dat in Den Haag althans tot grote verontrusting aanleiding gaf over de mate van Duitse trouw aan federale en democratische uitgangspunten. In de belangrijkste ontwikkelingen van 1990 - de Duitse eenwording annex de Duitse orientatie op Oost-Europa en de crisis in de Golf - vertoonde de as een opvallende rust. Duitsers en Fransen gingen ieder hun eigen weg. De opzienbarende Franse diplomatie om oorlog te voorkomen en het Duitse verzet tegen de oorlog nadat deze was uitgebroken, had en heeft een respectieve eigen, geisoleerde bron.

Is er dan sprake van een herleving van de 'entente cordiale'? Fransen en Britten staan en vliegen immers zij aan zij om Saddam Hussein Koeweit te ontnemen? Alweer, ieder heeft zijn eigen redenen die liggen verankerd in traditionele politiek zoals deze door de tegenwoordige generatie politieke leiders wordt begrepen. Het is meer een toevallige samenloop dan wat anders. Dat de drie grote Europese landen elk hun eigen missionaris in Bagdad hebben gehad - achtereenvolgens oud-premier Heath, oud-kanselier Brandt en oud-presidentieel woordvoerder Vauzelle - wijst niet op een verspeelde kans op eensgezindheid, maar op de als normaal te beschouwen algemene politieke behoefte verschillende ijzers tegelijk in het vuur te houden.

Al met al is er geen reden tot grote treurnis. Eerder mag er tevredenheid zijn dat de aantrekkelijkheid van de Europese droom het ontwaken niet onmogelijk heeft gemaakt. Het terrein is te overzien, zij het dat het vol obstakels ligt. De oorlog in de Golf wordt volgens Amerikaanse inzichten gevoerd. Dat staat vast. De deelname van een aantal Europese landen is juist genoeg om Amerikaanse ontevredenheid over de beperkte omvang van die deelname voor het ogenblik binnen zekere grenzen te houden. Wel mag Europa alvast rekening houden met een anti-Europese 'backlash' in de Verenigde Staten zodra het slagveld bloediger wordt. 'Never again', zei een Amerikaanse waarnemer dezer dagen - en hij bedoelde dat de bondgenoten voortaan zelf hun kastanjes uit het vuur zullen mogen halen. De anti-stemming in de VS zal voel- en zichtbaar worden zodra de verwachte grondoorlog zal uitmonden in een gestage stroom van 'body-bags'.

De aanslag van Saddam Hussein op Koeweit begin augustus trof een Europa-met-vakantie. De plannen voor de opbouw van een verenigd Europa waren even opgeborgen, de leden van de werkgroepen genoten van hun rust. Bij terugkeer van politici en ambtenaren en professionele waarnemers in de verschillende hoofdsteden bleek de wereld binnen een jaar voor de tweede maal ingrijpend veranderd. De pas ontloken theorie van de veranderde rangorde - de economen zouden op het hoofdtoneel de plaats van de militairen hebben ingenomen - was alweer achterhaald. Het 'vredesdividend' kon niet worden uitgekeerd. De veronderstelde multipolaire wereld waarin Europa bedachtzaam zijn plaats zou innemen, had nog steeds haar zwaartepunt in Washington. Was het vreemd dat onder die omstandigheden het juiste antwoord niet vanzelf sprak?

De snelheid waarmee sinds de zomer van vorig jaar in de wateren van de Golf en in de woestijnen van Saoedi-Arabie een Amerikaanse buffer werd opgetrokken, hield de Europese staten in de luwte. Volledige soevereiniteit gaat gepaard met onbegrensde risico's, met niet door anderen gepareerde gevaren. Die toestand is in Europa onbekend, in het Westen omdat er sinds mensenheugenis een protector is, in het Oosten omdat ook maar het geringste verweer altijd onmogelijk was. Amerikaanse verwijten aan Europa zijn begrijpelijk maar onlogisch. Vele jaren Atlantische bescherming staan er tussen het oude continent en de harde werkelijkheid.

De door Saddam Hussein toegebrachte schok heeft de Europeanen verdoofd, in het ene land is dat meer het geval dan in het andere. Maar er zal onontkoombaar een moment van bezinning aanbreken waarin het duidelijk wordt dat de oude Atlantische orde is verstoord, dat het restant van Amerika's militaire aanwezigheid in Europa niet meer zal zijn dan een aanvulling op een verzekering die Europa opnieuw en nu voor eigen rekening zal moeten afsluiten. Dan pas zal blijken of er voor het Europa van de staten een nieuwe Europese politieke identiteit en Europese voorzieningen voor de eigen veiligheid in de plaats zullen komen.

    • J.H. Sampiemon