Anarchie beheerst economie Roemenie

De overgang naar de vrije markteconomie gaat de Roemenen zeer moeilijk af. Het land verzwakt: de levensstandaard daalt, de betalingsbalans vertoont miljardentekorten.

Het kantoor van Adrian Severin, op de vierde verdieping van het regeringsgebouw aan het immense Overwinningsplein in Boekarest, ziet er nog uit zoals voor de revolutie: vreugdeloze schilderijtjes aan de muren, de onberispelijk glimmende lange houten tafel, de fauteuils, het bureau met een bloemetje, de dubbele deur naar het voorgeborchte met de gebruikelijke secretaresse: een klinisch-koel regeringskantoor zoals er heel veel zijn.

En toch is er een revolutie geweest, ook hier: in een hoek een zwarte geluidstoren waaruit popmuziek klinkt, keihard, ook tijdens het gesprek. Adrian Severin houdt van popmuziek, houdt veel van popmuziek.

Adrian Severin is de Leszek Balcerowicz van Polen, alleen zo mogelijk nog een graadje strenger, radicaler. Hij is vice-premier van Roemenie, verantwoordelijk voor de hervormingen op elk gebied. Een kleine gezette man, met zijn 36 nog een paar jaar jonger dan de Poolse chef-hervormer, een rimpelloos gezicht onder veel grijs haar, vriendelijk maar beslist. Hij is de man die in Roemenie de diagnoses stelt en de kuur oplegt, harde diagnoses en een moeilijke kuur. Hij heeft het er druk mee, verschijnt dagelijks op de tv, in het parlement, in provinciesteden, om de Roemenen de zin van veranderingen uit te leggen. Het is moeilijk, zegt hij, voor elk wetsartikel moet je in het parlement twee uur staan praten.

Roemenie is een conglomeraat van problemen, politieke, sociale, morele, economische. Veertig jaar lang heeft het vorige regime er de zweep over gelegd. Ceausescu heeft het land volgezet met fabrieken waar slechte en vaak ook zinloze produkten worden geproduceerd, fabrieken waar arbeiders werken die gisteren nog boeren waren, arbeiders zonder opleiding, traditie, discipline. Door de razendsnelle industrialisering is de landbouw leeggezogen, het milieu verpest. De levensstandaard is jarenlang alleen maar gedaald en daalt nog steeds sinds in november de meeste prijzen zijn geliberaliseerd en de inflatie met 23 procent in november en twintig procent in december is losgebarsten. De bevrijding en de naderende overgang naar de vrije markt hebben in de economie onzekerheid over de toekomst en onduidelijkheid over de regels en in het kielzog daarvan anarchie gebracht: de produktie zakte tot 79 procent van die in 1989, de arbeidsproduktiviteit tot 77 procent, de export tot 55 procent van het niveau van 1989. Alleen de import rees de pan uit: uit de valutalanden voerden de Roemenen, vrij opeens na zoveel jaar van isolement en misere, 52 procent meer in dan in 1989. Het gevolg: miljardentekorten op de betalingsbalans.

Het ergste is echter iets anders: het ergste is dat de Roemenen - nu na al die jaren van bijna totaal isolement de deur naar Europa is opengezet en het vrije marktmechanisme moet worden ingevoerd - nog veel minder kennis en ervaring hebben dan de Polen, Tsjechoslowaken en Hongaren: wat een vrije markt is weet niemand, niemand weet hoe prijzen tot stand komen, hoe bedrijven winst moeten maken, wat ze met die winst moeten doen, wat voor produkten ze moeten maken. Veertig jaar hebben de Roemenen in een keurslijf van dwangbevelen gevangen gezeten, veertig jaar is hun geleerd voor alles gehoorzaam te zijn en vooral niet zelf te denken. Denken deden anonieme bureaucraten in de ministeries wel, zij bepaalden de prijzen, richtlijnen, kosten, bestemmingen, en dat die bureaucraten zelden of nooit economische criteria hanteerden was niemands zorg. In die veertig jaar is een mentaliteit geschapen die nu, meer nog dan elders in Oost-Europa, de implementatie van hervormingen in de weg staat.

Het is te merken. Het parlement zit vol mensen die vooral met elkaar gemeen hebben dat ze maar bij benadering weten waar het over gaat en die zich - zegt een minister - als ze naar hun kiesdistrict terug moeten het liefst voor hun kiezers zouden verstoppen. “Het parlement is een plek waar geluierd, geschreeuwd en gescholden wordt en de kiezers zien dat op de tv.” In de bedrijven vragen managers hun ministers nog om richtlijnen en om toestemming te investeren, te produceren en te verkopen, dat zijn ze veertig jaar gewend geweest, en dat ze nu zelf verantwoordelijk zijn dringt niet door. “Zelfs de inrichting van hun kantoor zouden ze het liefst bij wet geregeld willen zien”, zegt de minister.

Pag. 20: .

Mentaliteit speelt Roemeense bewind overal parten

Arbeiders nemen het ervan: er is nu democratie, en democratie betekent voor velen de vrijheid absent te zijn. Democratie moet worden geleerd. Economisch denken moet ook worden geleerd, en dat valt niet mee voor wie net uit de jarenlange zwarte dictatuur van Nicolae Ceausescu te voorschijn is gekomen. De minister: “Het geldt voor iedereen. Ook voor mij. Ik ben het denken verleerd.”

Die mentaliteit is mijn belangrijkste hoofdpijn, zegt Adrian Severin, niettemin opgewekt. “Het geldt voor de economie, het geldt voor het parlement.” “ Hij kan weinig meer doen dan hopen dat het de hervormingen niet blokkeert. “Ik leg elk artikel van elke wet uit, en tot nu toe heeft het parlement zich laten overtuigen. Het is nog niet voorgekomen dat een wet zodanig is veranderd dat de zin werd aangetast.”

Bovendien 'sporen' de hervormingen nog: het pakket van hervormingen in de economie is een samenhangend geheel, zegt Severin, en als bepaalde wetten niet tegelijkertijd worden ingevoerd - bij voorbeeld omdat het parlement de behandeling van een ontwerp lang uitstelt - gaat het effect verloren. Maar tot nu toe gebeurt dat niet. “De procedures verlopen langzaam, en de oude denkwijze is moeilijk te overwinnen. Maar we hebben geen keus dan ons daarbij neer te leggen en te blijven proberen.”

De mentaliteitskwestie speelt het Roemeense bewind op alle terreinen parten. De bureaucratie ligt dwars, zegt Severin: “Bureaucraten willen hun belangen, hun werkwijze en hun werk beschermen. Zelfs als ze de zin van hervormingen begrijpen hebben ze geen belang bij de doorvoering ervan. En je kunt bureaucraten wegsturen, maar hun opvolgers denken precies hetzelfde. We hebben in Roemenie geen mensen waar we uit kunnen kiezen.”

Een andere barriere is de sociale druk van het door Ceausescu overijld naar de fabrieken overgeplaatste boerenvolk dat voor een hongerloon slecht werk aflevert en na de bevrijding niet langer accepteert dat de levensstandaard nog verder omlaag moet. De geplaagde Roemenen zijn de afgelopen twee maanden zelfs overgegaan tot een kopersboycot. Op 1 november zijn de meeste prijzen vrijgegeven en fors gestegen. Sindsdien, zegt Severin, is de consumptie dramatisch gedaald en zo is wat de staatskas betreft een belangrijk deel van de voordelen van de liberalisatie teloorgegaan. Severin is niettemin optimistisch, vooral omdat “de vakbonden tot dusverre heel goed begrijpen waar het bij de hervormingen om gaat, en meewerken.”

Severin is niet tevreden over de 'kleine' privatisering, een van de motoren achter de almaar uitblijvende opleving van de Roemeense economie. Er zijn nu rond 40.000 particuliere bedrijven met 300.000 werknemers. “Het proces moet zich versnellen. Het aantal privebedrijven is niet zo belangrijk, wel echter het gebied waarop ze werkzaam zijn. We bedoelen bij prive-initiatief iets anders dan workshops van ambachtslieden die goedkope souvenirs maken. We bedoelen de dienstensector en de produktiesector. Het deel van de bevolking dat in de privesector werkt is te klein en hun bijdrage niet fundamenteel genoeg, “ zegt hij. Maar hij verliest de moed niet: “Laten we kalm blijven. De markt regelt alles.”

De 'grote' privatisering moet binnen drie jaar de helft van de economie in privehanden brengen. Severin: “Het is een voorspelling eerder dan een plan. De landbouw wordt in de loop van dit jaar voor negentig tot honderd procent geprivatiseerd, en omdat de landbouw grote mogelijkheden heeft, wil iedereen daar graag investeren. De kleine bedrijven gaan dit jaar al voor dertig tot veertig procent over in particuliere handen.” Het probleem ligt bij de grote bedrijven. Severin: “Hou het op vier of vijf procent in 1991. Niet omdat we niet meer en sneller willen privatiseren, maar omdat er voor die bedrijven geen investeerders zijn.”

Paul Bran is plaatsvervanger van Adrian Severin. Hij zetelt een verdieping onder zijn chef, zonder popmuziek, want Bran is geen jongeling meer. Hij spreekt tegen dat Roemenie - dat zich eigenlijk pas met ingang van de prijsliberaliseringen van 1 november tot de 'schoktherapie' heeft bekeerd - kostbare tijd verloren heeft laten gaan. Al in april lagen de blauwdrukken voor de hervormingen klaar, zegt Bran, en al op 8 september is de belangrijke wet nummer 15 ( “mijn eerste liefde” ) van kracht geworden. De wet die van de staatsbedrijven zelfstandig opererende firma's heeft gemaakt, zelf verantwoordelijk voor hun rentabiliteit en produktie- en managementmethoden.

Nu wordt hard gewerkt - “we produceren weinig, maar we produceren wel veel wetten” - aan de voltooiing van een wettelijk kader voor verdere hervormingen, aan de stichting van instellingen om die te implementeren, zoals een privatiseringsagentschap, en aan concrete programma's als het sociale netwerk en een prijsbeleid. “Natuurlijk hebben we vertraging opgelopen, “ zegt Bran. “Het is niet simpel in zo'n woelige periode iets op te bouwen. Bovendien is het moeilijk een huis af te breken en weer op te bouwen terwijl je er in moet blijven wonen. Maar de vertraging die we hebben opgelopen bedraagt niet elf, hooguit vijf maanden.”

De grote klus waarvoor Severin en Bran nu staan is de 'grote' privatisering. Vijfentwintig staatsbedrijven - nutsverdrijven als de spoorwegen en de elektriciteitsvoorziening - blijven in staatshanden. De rest wordt omgezet in aandelenbedrijven waarvan dertig procent gratis wordt uitgedeeld onder de bevolking en de rest in termijnen wordt verkocht aan wie er geld voor over heeft. Voorlopig is de animo gering, en gezien de staat van de bedrijven en de aard van het management zal dat niet op korte termijn veranderen. Ook de belangstelling uit het buitenland is gering, want, zegt Bran, men investeert niet in bedrijven met duizend eigenaars: “Het buitenland wacht op de joint venturewet. Het aantal joint ventures groeit, maar groeit langzaam.”

Nog dit jaar krijgen de boeren hun land terug, gratis, via een regionaal (en van de kwaliteit van de grond afhankelijke) verdeelsleutel en met een voorlopig maximum van tien hectaren per gezin. Vijf jaar lang mag niet in grond worden gehandeld; na die vijf jaar wordt het verbod opgeheven, maar blijft de bepaling dat niemand meer dan honderd hectaren mag bezitten: grootgrondbezitters wil Roemenie niet meer.

De privatisering van de grond is van cruciaal belang, want de landbouw moet de motor van de economie worden: als de boeren weer gaan produceren kan Roemenie eindelijk weer gaan exporteren en worden in de steden de rijen, en daarmee veel van de heersende ontevredenheid kleiner. Bovendien zal naar verwachting een groot aantal werklozen in de stad naar de landbouw terugkeren. Een kwart van de industrie-arbeiders in Roemenie werkt in de stad maar woont op het platteland: de stap is klein. Bran: “Maar voor hetzelfde geld kan het op een burgeroorlog uitdraaien: er zullen ongetwijfeld ruzies uitbreken over de vraag wie welk stuk land krijgt, wie dicht bij en wie ver van het dorp af komt te zitten, wie land in het dal en wie land op de helling krijgt, wie wiens buurman wordt. Bovendien zal de produktie niet direct toenemen, want niemand weet op welke produkten de boeren zich gaan concentreren. Druiven, die pas na drie jaar een oogst opleveren? Technische en daardoor moeilijke planten als zonnebloemen? Niemand weet het.”

Severin en Bran koesteren een door de harde Roemeense realiteit getemperd optimisme. Severin: “Een zekere instabiliteit is onvermijdelijk. Als je van een stabiel systeem overgaat naar een ander stabiel systeem wordt de overgangsperiode gekenmerkt door instabiliteit. Maar de hervormingen zijn al te ver om nog teruggedraaid te worden. Te belangrijke segmenten binnen de bevolking zijn straks bereid hun belangen, en daarmee de hervormingen, te verdedigen: het publiek dat aandelen zal bezitten, de boeren die land hebben, de nieuwe bankiers. Zelfs de vakbonden zullen, ondanks consequenties als de werkloosheid, daartoe bereid zijn. Iedereen weet dat de Roemenen geen dictatuur meer accepteren. Politieke partijen kun je vernietigen, sterke vakbonden niet.”

Bran: “Ik wil geen zwartkijker zijn, maar we maken ons geen illusies.” Hij lacht: “Een pessimist is een goed geinformeerde optimist, zeggen we hier. Ik ben niet zo goed geinformeerd. Roemenie is een niemandsland. En Roemenie heeft al heel wat kritieke situaties overleefd, heeft Turken, Russen en Tataren overleefd. Naties sterven niet. Roemenie komt ook deze situatie te boven.”

    • Peter Michielsen