Verdubbeling deelname van volwassenen aan opleiding

ROTTERDAM, 30 jan. - Het aantal volwassenen dat een beroepsopleiding volgt is in tien jaar bijna verdubbeld.

In 1979 waren er 250.000 deelnemers aan deze zogeheten beroepsgerichte volwasseneneducatie, in 1988 bedroeg hun aantal 414.000.

Op de rijksbegroting zijn de uitgaven voor beroepsonderwijs voor volwassenen gestegen van 700 miljoen gulden in 1985 tot bijna 1, 5 miljard in 1990.

Dit blijkt uit een inventarisatie van het Adviescentrum Volwasseneneducatie, het eerste complete overzicht van deelname aan volwassenenonderwijs in Nederland. De inventarisatie, 'Feiten en cijfers over de volwasseneneducatie', beperkt zich tot de geregistreerde vormen van onderwijs voor volwassenen, omdat gegevens ontbreken van deelname aan volksuniversiteiten, plaatselijk vormingswerk en kunstzinnige vorming, alsmede van het niet-erkende particulier onderwijs.

Het adviescentrum schat dat in totaal 2 miljoen mensen deelnemen aan beroepgerichte en algemene volwasseneneducatie en dat de jaarlijkse uitgaven hiervoor 6, 4 miljard gulden bedragen, 1, 4 procent van het bruto nationaal produkt. Vooral voor beroepsopleidingen hebben bedrijfsleven en overheid de laatste jaren steeds meer geld uitgetrokken. Het aantal deelnemers aan scholing, het door het ministerie van sociale zaken verzorgde beroepsonderwijs voor volwassenen, steeg van 44.000 in 1979 tot ruim 140.000 in 1988. Ook de aantal volwassenen in het leerlingwezen en het deeltijd middelbaar beroepsonderwijs is sterk toegenomen.

Tegenover de groei van de beroepsgerichte volwasseneneducatie staat een daling in de belangstelling voor het algemeen onderwijs voor volwassenen. In het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (de vroegere moedermavo's, nu uitgebreid met HAVO-, VWO- en MEAO-opleidingen) daalde het aantal deelnemers van 80.000 in 1980 naar 37.000 in 1988. Bij het vormingswerk - talencursussen, politieke vorming, lezingen en dergelijke - liep de deelname terug van 118.000 tot 96.000 cursisten. Wel stegen de belangstelling voor de Open Universiteit en de basiseducatie, het laagste niveau van onderwijs voor volwassenen.

Als deze trends doorzetten zullen er volgens het adviescentrum tot 1995 nog zeker 300.000 deelnemers aan beroepsgerichte volwasseneneducatie bijkomen.