Tegenvaller van zestig miljoen voor minister Ritzen

DEN HAAG, 30 jan. - Minister Ritzen (onderwijs) kampt met een tegenvaller van ongeveer 60 miljoen gulden bij de uitgaven voor het basis- en voortgezet onderwijs.

Daarnaast is het zeer onzeker of de privatisering van de studieleningen in het hoger onderwijs per 1 januari 1992 kan worden doorgevoerd. Doordat de uitgaven van 400 miljoen gulden daarvoor naar een zelfstandige stichting zouden gaan, zouden de kosten niet meer drukken op de begroting van Onderwijs.

Een woordvoerder van het ministerie noemt de problemen “meer en minder hardnekkig, maar niet echt buiten proportie voor een begroting van meer dan 30 miljard”. De vertraging in de privatisering van de studieleningen is volgens hem een “boekhoudkundig probleem”.

De extra kosten van het basisonderwijs komen voort uit hogere nabetalingen aan scholen voor uitgaven aan materiaal. Uit een brief die staatssecretaris Wallage vandaag aan de Kamer heeft gestuurd blijkt dat deze 43 miljoen gulden extra vergen. Deze komen bovenop de tegenvaller van 350 miljoen die begin vorig jaar bekend werd.

Naast de extra uitgaven voor het Londo-stelsel vergt de grotere deelname aan het voortgezet onderwijs zo'n 20 miljoen gulden extra. Ongeveer 13 miljoen daarvan wordt toegeschreven aan de extra vraag naar onderwijs door de gegroeide stroom asielzoekers.

Het nieuwe bedrag van 43 miljoen is het voorlopig resultaat van een onderzoek dat Wallage heeft laten doen naar de oorzaak van de aanhoudende overschrijdingen in de financiering van het basisonderwijs, het zogeheten Londo-stelsel. Vorig jaar publiceerde het bureau Berenschot een kritisch rapport over de invoeringsproblemen. Uit de brief van Wallage blijkt dat die problemen nog niet verholpen zijn.

De accountantsdienst van het ministerie houdt op dit moment een steekproef onder 300 scholen om te zien hoeveel geld zij nog van het ministerie tegoed hebben. Omdat de resultaten daarvan pas in mei worden verwacht, beschouwt Wallage ook de 393 miljoen extra als “een benadering van het uiteindelijke nabetalingsbedrag.”

Naast deze extra uitgaven staat bij Onderwijs ook nog steeds een bedrag van 300 miljoen open waarvoor nog geen maatregelen zijn genomen. Ook zal het ministerie mee moeten betalen aan de bezuinigingen in het kader van de tussenbalans. Daarover worden later deze week beslissingen verwacht.