Strategische olie nog niet te koop

ROTTERDAM, 30 JAN. De Stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieprodukten (COVA) heeft gisteren overleg gevoerd met de zeven in Nederland opererende oliemaatschappijen om 660.000 vaten van 159 liter ruwe olie uit de strategische voorraden te verkopen. In overleg met het ministerie van economische zaken is echter besloten nog geen offertes voor de verkoop te vragen.

Het gaat om vijf procent van de voorraden die op last van de regering worden aangehouden voor noodsituaties in de olievoorziening. “De aanvoer van olie en de voorraden zijn nu zo ruim dat het nog geen logisch moment is om te verkopen. Maar er is dagelijks contact over. Mocht de olie-aanvoer door de oorlog met Irak verslechteren dan kunnen we direct verkopen”, zegt de directeur van de stichting COVA, ing. H. van Gulick.

Het bestuur van het Internationaal Energie Agentschap (organisatie van de westerse landen en Japan) besloot maandag in Parijs de strategische voorraden voor 1 februari aan te spreken om de markt te verzekeren dat er genoeg olie is, ook al zou de aanvoer in gevaar komen door de oorlog in het Midden-Oosten. Dat besluit kan echter flexibel (afhankelijk van de marktsituatie) worden toegepast. Voor Nederland schuift de datum op, als gevolg van het overleg van gisteren.

Van Gulick zegt dat hij voldoende aanbiedingen zal krijgen op zijn aanbod, omdat aankoop van olie die in opslagtanks zit, goedkoper is en meer zekerheid bij de levering biedt dan via aanvoer met tankschepen. “Je bespaart op vracht- en verzekeringskosten en je hebt geen last van verliezen bij het transport”. Maar de oliemaatschappijen hebben nu ruime voorraden en zitten niet om de strategische olie te springen.

Als het binnenkort tot verkoop komt, zal de strategische olie hoogstwaarschijnlijk direct via pijpleidingen naar een of meer van de raffinaderijen worden gepompt. Er zijn pijplijnverbindingen tussen de centrale opslagtanks (onder meer bij Rotterdam) en alle Nederlandse raffinaderijen en een aantal raffinaderijen in Belgie en Duitsland. Het gaat om Noordzee-olie van een iets zwaardere kwaliteit en iets meer zwavelhoudend dan de gemiddelde 'Brent'-kwaliteit, zegt Van Gulick. De prijs wordt bij opbod bepaald, en met een bepaald verschil (afhankelijk van de vraag een opslag of een korting) gerelateerd aan de gemiddelde dagprijs voor Brent voor directe levering ('free on board') over een periode van vijf dagen, vanaf het het moment dat de offertes zijn gevraagd.