Sprankelende dans uit land van de Zijderoute

Gezelschap: Folkloristisch Danstheater. Produktie: Dansend langs de zijderoute. Research en produktie: Maurits van Geel en Ferdinand van Altena. Muziekarrangementen: Theo van Tol. Toneelbeeld: Martien van Stiphout en Feike Boschma. Regie: Ferdinand van Altena. Begeleiding: ensemble van Folkloristisch Danstheater. Gezien 29-1 Stadsschouwburg Amsterdam. Aldaar nog 30-1. Daarna 2-2 Dronten, 3 Den Helder, 5 Haarlem, 8 Gorinchem, 11 en 12 Utrecht. Tot half mei tournee.

Het Folkloristisch Danstheater heeft met de nieuwe produktie Dansend langs de zijderoute nieuwe facetten toegevoegd aan zijn toch al opmerkelijk rijke repertoire aan volksdansen. Waar in het verleden vooral werd geput uit Europese en Amerikaanse bronnen, trokken artistiek leider Ferdinand van Altena en zijn assistent Maurits van Geel ditmaal naar het Verre Oosten om via de historische zijderoute de authentieke muziek en dansen van de daar levende volkeren te bestuderen, vast te leggen en met hulp van choreografen uit die streken in een theatrale vorm te presenteren.

Dat moet al een arbeidsintensief proces zijn geweest, maar het was een nog zwaardere taak die verscheidenheid aan voor westerlingen afwijkende dans en muziekculturen verantwoord te reproduceren. Dat er zo'n sprankelende, sfeervolle en verzorgde voorstelling uit is voortgekomen, mag dan ook een klein wonder heten. Het is fascinerend te zien hoe langs die lange route geleidelijk aan verschuivingen optreden. In China en Mongolie is de aandacht vooral gericht op armbewegingen en harmonieuze beheersing, maar in westelijker streken komen, met name in de mannendansen, kracht en een ritmisch aspect in benen en voeten naar voren. En wie had verwacht dat handelaren in Tibet hun kopers lokken met een roffelende soort tapdans op een meegebracht plankier?

De klassieke Chinese tai-chi-bewegingen zien we terug in het openingsbeeld: het opzienbarende terra cotta-leger van de opgravingen in Xi-An, de plaats waar ooit de zijderoute begon. De befaamde Chinese draak en dansen met sierlijk in- en uitklappende waaiers en lange cirkelende linten ontbreken uiteraard niet.

Moslim-invloeden zijn terug te vinden in de dansen uit Kashgar en Tadzikistan, waarin de armen veelvuldig naar de hemel worden geheven en men vaak in een kring op de grond zit, wiegend en draaiend met de schouders. Uit het gebied van de Himalaya is ook de Indiase Kathak met zijn rinkelende belletjes om de enkels van de driftig-stampende voeten vertegenwoordigd. Met dansen met klepperende lepels uit Turkmenistan komen we al dichter bij huis. En met een wervelende slotdans uit Armenie komt een eind aan de route.

De choreografieen zijn levendig en afwisselend in de ruimte gezet en lopen regelmatig goed in elkaar over. Er is een aantal opmerkelijke solodansen, vooral de zich niet verplaatsende dans met gestileerde armbewegingen van een trotse adelaar uit het Mongoolse hooggebergte. De uitvoerenden van die solopartijen hadden het verdiend met namen in het programma te worden genoemd.

Sommige onderdelen hadden iets korter gekund en het groepswerk in de eerste dansen had nog exacter kunnen zijn. Ook was zichtbaar dat niet iedereen met de ongewone danstechnieken en stijlen optimaal uit de voeten kon. Maar Dansend langs de zijderoute is een schitterend aangeklede produktie waarin met meeslepend enthousiasme wordt gedanst.

    • Ine Rietstap