Rechterlijke censuur

Het systeem van geheime belastingrechtspraak kan leiden tot grove rechtsongelijkheid.

Dit bleek toen pas onlangs een proefprocedure openbaar werd die nog van februari 1990 dateert. De fiscus had de procedure verloren, maar kon onder dekking van de geheimhouding bijna een jaar lang doorgaan met te hoge belastingaanslagen.

De fiscus moet belasting heffen op grond van de wet. Die regelt evenwel niet alle zaken tot in detail. Daarom mag de minister van financien soms eigen regels stellen om wetsbepalingen te kunnen uitvoeren. Als ook die regels niet duidelijk genoeg zijn, kan de staatssecretaris van financien de belastinginspecteurs dwingende aanwijzingen geven over de interpretatie van een regel. Dat alles moet binnen de oorspronkelijke wetsregels blijven.

Het zou te gek zijn als de fiscus via zulke aanwijzingen meer geld weet binnen te halen dan de wet hem toestaat. Toch gebeurt dat in de praktijk een enkele keer. Dan kan men de zaak voorleggen aan de belastingrechter: de zogenaamde Belastingkamer van een van de vijf Gerechtshoven.

Er is iets uitzonderlijks aan de hand met die belastingrechtspraak: alle belastingzaken worden achter gesloten deuren behandeld. Derden kunnen in beginsel niet weten over welke zaken wordt geprocedeerd en wat de uitkomst is. Dit betekent dat alleen de belastingdienst alle procedures kent. De fiscus is immers partij bij elke procedure! Die vonnissen kan men evenwel niet bij de fiscus opvragen; ook de pers mag dat niet. Behalve de inspecteurs is iedereen dus afhankelijk van de fiscale vakbladen. Deze publiceren sommige procedures. Die bladen zijn op hun beurt afhankelijk van de belastingrechters die hen zaken toesturen.

Terug naar de uitvoeringsregelingen die naar de mening van een rechter in strijd zijn met de wet. Als de staatssecretaris het rechterlijk oordeel deelt, dan is het met die regeling gedaan. Het ministerie geeft de belastingambtenaren dan opdracht de regeling met onmiddellijke ingang niet meer toe te passen. Al is het alleen maar om te voorkomen dat iedereen met zo'n zaak naar de rechter zal stappen. Mensen die voor dat moment op grond van de ingetrokken regeling belasting hebben voldaan, hebben eigenlijk te veel betaald. Dat te veel geinde belastinggeld geeft de fiscus evenwel niet terug. Alleen de belastingzaken die hij nog niet definitief heeft afgehandeld, worden alsnog herzien.

Zo'n geschil over uitvoeringsbepalingen ontstond in 1988 over de regels die de inspecteurs in 1986 kregen voor de berekening van de Bijzondere Verbruiksbelasting (BVB). Dat is een eenmalige heffing op personenauto's en motorfietsen. Die belasting kan oplopen tot meer dan twintig procent van de catalogusprijs.

In negen van de tien gevallen merken alleen de importeurs van nieuwe auto's iets van de BVB. Maar ook personen en bedrijven die zelf een auto invoeren, krijgen ermee te maken. Over gebruikte auto's moet men net zo goed BVB betalen, zij het dat er een reductieregeling geldt. Hoe ouder de auto, des te meer belastingreductie is te krijgen. Die reductie is nergens echt goed geregeld, vandaar dat de belastingambtenaren van het ministerie van financien een gedetailleerde berekeningswijze voorgeschreven kregen.

De BVB-specialist van het belastingadvieskantoor Meijburg in Amstelveen, mr. D. J. van Vliet, bemerkte evenwel dat die berekeningswijze kan leiden tot een hoger belastingbedrag dan de wet toestaat. Hij begon een proefprocedure over deze zaak en won die glansrijk bij de Amsterdamse belastingrechter mr. G. L. Dutmer. De staatssecretaris bleek overtuigd door de argumenten van het Gerechtshof. Hij zag er van af de zaak voor te leggen aan onze hoogste rechter, de Hoge Raad.

Tot zover gaat het om een zaak die alleen voor enkele specialisten spectaculair is. Maar dan gebeuren er onverteerbare zaken die een ruimere aandacht verdienen. Staatssecretaris Van Amelsvoort (financien) trekt de voorgeschreven berekeningswijze niet in, hoezeer hij er van overtuigd moet zijn dat ze kan leiden tot te hoge belastingbetalingen. Sterker nog, hij laat zijn ambtenaren zelfs niets over de verloren procedure weten.

De ambtenaren heffen tot op de dag van vandaag in sommige situaties meer belasting dan van de rechter zou mogen. Een woordvoerder van de bewindsman kan wel meedelen dat er (inmiddels al bijna een jaar) een herziening van de betrokken wetsregel in de pen zit.

De bedoeling is die regel kloppend te maken met de aanwijzingen die de inspecteurs hebben gekregen. Dat lakse optreden zou op zichzelf nog geen ramp zijn als de auto-importeurs met het vonnis in de hand naar de inspecteur zouden kunnen stappen om de fiscus tot juiste belastingheffing te dwingen.

Maar niemand in de auto-branche kent het Amsterdamse vonnis; zelfs de BVB-specialisten van de BOVAG niet. Alleen mr. Van Vliet heeft het vonnis op zak. Dat komt doordat het Amsterdamse gerechtshof bijna een jaar heeft gewacht met het openbaar maken van zijn beslissing. Een jaar lang hebben de klanten van Meijburg dus exclusief kunnen profiteren van de wetenschap dat een onderdeel van de belastingheffing in strijd kan komen met de wet.

Pas vorige week stuurde het Amsterdamse gerechtshof de op 27 februari 1990 achter gesloten deuren gedane uitspraak, geanonimiseerd, naar de fiscale vakbladen. Informatie bij het Amsterdamse Hof leert dat men daar niet warm of koud wordt van deze vertraging; er komen wel landuriger vertragingen voor. Ook bij de andere gerechtshoven duurt het maanden voordat ze de geselecteerde uitspraken openbaar maken. Dit illustreert de nadelen van geheime rechtspraak. Of en wanneer de buitenwereld de rechterlijke beslissing te weten komt, hangt in eerste instantie van de rechter zelf af. Dit systeem zorgt voor rechtsongelijkheid. Verscheidene mensen die toevallig geen client waren van mr. Van Vliet, hebben nu te veel belasting betaald. Geld dat ze niet terug kunnen krijgen. De geheime belastingrechtspraak heeft zeker goede kanten. Als we onze financiele zaken aan de rechter voorleggen, willen we immers geen pottekijkers. Maar deze BVB-zaak toont aan dat aan het gehanteerde systeem van selectieve en vertraagde openbaarmaking onaanvaardbare nadelen zijn verbonden.

De Europese Gemeenschap heeft het internationale handelsklimaat verziekt door met stug volgehouden bescherming van het boerenbelang de onderhandelingen over handelsliberalisatie in het kader van de GATT te laten mislukken. De GATT-ronde wordt in februari wellicht weer vlot getrokken, maar in de industrielanden groeit een stemming van toenemend protectionisme. Failliete banken, verlies aan vertrouwen en handelsbescherming vormden in de jaren dertig de ingredienten voor de grote depressie.

    • Aertjan Grotenhuis