'Pitbull-terrier' Booster vertrekt als officier van justitie; Wie tussen zijn tanden kwam liet hij niet meer los tot de veroordeling volgde

ROERMOND, 30 jan. - Praten over zichzelf vindt de scheidende hoofdofficier van justitie mr. J. Booster in Roermond 'not done'. “Je laten interviewen is een vorm van ijdelheid, waar ik niet van hou”. En onmiddellijk daarop: “Misschien ben ik wel zo ijdel dat ik het niet wil.”

Journalisten, met wie hij altijd goede connecties wilde onderhouden, kregen van hem desgevraagd voor het schrijven van een afscheidsartikel kranteknipsels over zijn wapenfeiten.

De 'pitbull-terrier' van de staande magistratuur nam gisteren afscheid met de woorden: “Lange leve het openbaar ministerie, de cavalerie van de rechterlijke macht.” Wie tussen zijn tanden kwam liet hij, evenals zijn onafscheidelijke pijp, niet meer los totdat er een veroordeling volgde.

Een man met het uiterlijk van een Engelse gentleman, een opvallend uitstaande grijze kuif, gek op zijn meer dan 20 jaar oude Volvo. “De Horowitz van het openbaar minsterie”, zoals hij gisteren in het Roermondse paleis van justitie werd genoemd.

“Een harde, kundige en nauwgezette officier van justitie.” Zo omschrijft hem de Maastrichtse advocaat mr. M. Moszcowicz sr., die in de zittingzalen in het Zuiden Booster herhaaldelijk als tegenstander ontmoette. Dan rechtten zich de ruggen van de rechters en van de toegestroomde advocaten om niets van het woordenspel te missen. Twee mannen die aan elkaar waren gewaagd.

“We zijn elkaar behoorlijk in de haren gevlogen”, aldus Moszcowicz. “Je moest hem als advocaat soms in toom zien te houden anders hield hij niet meer op. Tijdens processen was hij nogal dominant aanwezig. Het ware overigens te wensen dat er meer van dit soort vertegenwoordigers van het openbaar ministerie waren: dan zouden er minder fouten worden gemaakt.”

Booster was grossier in ophefmakende zaken. Zowel in zijn Bossche periode, waar hij in 1960 was begonnen als subsituut-officier als in Maastricht en later in Roermond, waar hij in 1980 hoofd van het parket werd. Een dubbele moordzaak in Sprang-Capelle, de gifmengster Schijndelse Riet, de Kerkdrielse moordzaak en in de jaren zeventig in Maastricht de zaak tegen de Kerkraadse verpleger Frans H., die met insuline minimaal een negental bejaarden aan een vroegtijdig einde hielp.

“Hij heeft”, zegt zijn voormalige Maastrichtse collega, hoofdofficier van justitie mr. J. Fransen, “landelijke vermaardheid gekregen doordat grote, ophefmakende zaken aan hem toevielen. Je kunt zeggen dat ze zijn specialiteit waren en dat hij nu eenmaal het 'geluk' had dat ze zich in zijn territoir afspeelden.” De inmiddels overleden patholoog-anatoom dr. J. Zeldenrust zou later zeggen: “Sinds hij in Den Bosch weg is, heb ik daar nooit meer gifzaken gehad.”

Een man, aldus Fransen met “een groot doorzettingsvermogen, vasthoudendheid en een opvallende retoriek in het houden van zijn requisitoirs”. Tegen Frans H.: “U spoot ze met uw insuline de grond in. U bent een lafhartige moordenaar, die maling aan uw patienten had. U was de heerser over leven en dood.”

Opvallend aspect tijdens deze rechtzitting was de dominante houding van Booster. Naar aanleiding daarvan werd er veel kritiek over zijn hoofd uitgestort. Nu zegt hij: “Ik heb het niettemin allemaal op die manier gedaan ten behoeve van een goede rechtsgang.”

Collega Fransen omschrijft Booster als “een goede collega. Een heel aardige vent met een groot gevoel voor humor. Het was ook uiterst genoeglijk om samen een borrel te drinken. Er zijn wel eens mensen die uitgerekend op zijn retoriek kritiek hebben gespuid. Altijd wist hij zijn eigen persoonlijkheid te bewaren.”

Een van de meest opvallende eigenschappen was dat hij zich van het begin af aan persoonlijk bemoeide met zaken. Vaak was hij zelf bij de verhoren aanwezig. Advocaten en verdachten maakten er tijdens de zittingen herhaaldelijk bezwaar tegen dat hij daarbij de uitputtingsmethode gebruikte. “Tijdens de verhoren”, zo schreef deze krant in 1972, “speelt hij een knap psychologisch spelletje, waarbij hij van de sentimentele toer plotseling overschakelt op de harde ondervraging.”

Een andere eigenschap was dat hij soms afging op dorpsroddels. Het geval van de Kerkdrielse moordzaak (een man reed zijn ontrouwe echtgenote en haar vriend in de Zuid-Willemsvaart waardoor ze verdronken) kwam hij op het spoor doordat het Kerkdrielse zangkoor weigerde op te treden toen de man wilde hertrouwen. Maar altijd volgde in die grote zaken veroordelingen.

Booster werd in Rotterdam geboren. Onderbrak zijn rechtenstudie in Leiden voor dienstneming als luitenant in het Korps Mariniers, waarmee hij naar Indie trok. Hij is gereformeerd. Nochthans staat hij op goede voet met bisschop dr. J. M. Gijsen van Roermond, iemand die hij “tegelijkertijd een gewone en een buitengewone man noemt”.

Ondanks zijn calvinistische achtergrond is hij een carnavalsvierder, die zich voor die gelegenheid tooit met een gouden oorbel in een van zijn oren.

Hij is iemand, die volgens eigen zeggen een aantal van zijn 'slachtoffers' niet vergeet. Dat is onder meer het geval met de Brabantse Toontje K., medeplichtige aan een roof met dodelijke afloop in Berghem bij Oss en daarvoor tot 6 jaar veroordeeld. “Hij stuurde me eens een houtsnijwerk. Met mijn vrouw heb ik hem daarna opgezocht in de inrichting, waar hij zat. Toontje is nu weer in de maatschappij teruggekeerd als een eerzame burger. Sindsdien gaat er geen jaar voorbij of we wisselen met Kerstmis wensen uit.”

    • Max Paumen