PCI begint aan haar ontploffingscongres; De paus is de nieuwe held van de communisten

ROME, 30 jan. - Morgen begint in Rimini eindelijk het veertien maanden geleden aangekondigde ontploffingscongres van de Italiaanse communistische partij (PCI).

Het had een knal moeten worden die in heel de Italiaanse politiek zou weerklinken en het krakende systeem op zijn grondvesten zou laten schudden. Maar de nieuwe linkse partij die uit de communistische as moet oprijzen, komt waarschijnlijk niet met vuurwerk ter wereld, maar met een zacht plofje.

Toen partijleider Achille Occhetto op 14 november 1989 de naamsverandering aankondigde, stelde hij een eenheidspartij in het vooruitzicht voor alle progressieve krachten. Bijna een jaar lang is die nieuwe partij zo onbestemd gebleven dat zij werd aangeduid als la Cosa, de zaak, het ding. Sinds oktober heeft zij een naam: Democratische partij van links, PDS. Maar waar de PDS voor staat, is nog steeds onduidelijk.

Tekenend voor het dubbelzinnige karakter is het symbool van de PDS. Dit is een forse eik met een groen bladerdak, maar de wortels gaan schuil achter het oude embleem: de rode vlag over de Italiaanse driekleur, en daarop hamer, sikkel en ster.

De andere linkse groepen voor wie Occhetto zijn armen spreidt, zijn argwanend op een afstand gebleven. De socialistische leider Bettino Craxi gooit het liever met premier Andreotti op een akkoordje dan met Occhetto. Leoluca Orlando, de voormalige christen-democratische burgemeester van Palermo die onlangs een eigen partij heeft opgericht, voelt niets voor Occhetto's omhelzing. De meeste parlementsleden voor Onafhankelijk links, gekozen op de lijst van de PCI, hebben twijfels uitgesproken over de PDS. En de verschillende groene groepen vinden dat het muf blijft ruiken op de afdelingsvergadering van de 'post-communisten' en dat je er nog teveel versleten ideologisch jargon hoort.

Het veranderingsproces gaat traag en aarzelend en lijkt vooral op het overgieten van de oude wijn in nieuwe zakken, bijzonder omzichtig om geen communistische aanhang verloren te laten gaan. In zijn angst voor een splitsing heeft Occhetto, die steeds melancholieker boven zijn grote snor ging uitkijken, extra vergaderingen ingelast, besluiten uitgesteld, concessies gedaan ook. Volgens veel waarnemers zou hij er verstandiger aan hebben gedaan een duidelijker lijn uit te zetten en dan maar het risico te nemen dat niet iedereen hem wil volgen. De nieuwe partij was dan misschien kleiner, maar zeker sneller, compacter en overtuigender uit de startblokken gekomen.

Desondanks bestaat de mogelijkheid van een splitsing nog steeds. De honderden uren van discussie hebben nauwelijks nieuwe bekeringen opgeleverd. De partij is even verdeeld als in november 1989, toen Occhetto zijn voorstel voor opheffing deed. Van de bijna 1500 afgevaardigden in Rimini is 68 procent voor Occhetto en de PDS. Ruim 25 procent wil heroprichting van een communistische partij, en zes procent pleit voor een schemerige derde weg.

Door die obsessie met het handhaven van de eenheid is van inhoudelijke profilering weinig terecht gekomen. De partij is nog steeds bijeen, maar waartoe? Er is in Italie bepaald geen gebrek aan problemen en misstanden, maar de PCI heeft niet een ervan weten aan te grijpen om haar aantrekkingskracht te vergroten, en er is geen aanwijzing dat het met de PDS anders zal gaan. De twee grote regeringspartijen, de christen-democraten en de socialisten, maken zich meer zorgen over de proteststemmen op regionale liga's in het rijke noorden dan over de bedreiging door de (ex)com munisten.

In deze verwarde situatie is de Golfoorlog bijzonder ongelegen gekomen. Niet alleen zullen de media meer aandacht geven aan de explosies in Irak dan aan het plofje in Rimini, de oorlog heeft ook de interne scheidslijnen nog eens aangezet en de verdeeldheid onderstreept.

Veel meer dan andere linkse Europese partijen waarmee de PCI zegt zich verwant te voelen, heeft de partij zich gedistantieerd van de Golfoorlog. Zij bepleitte onmiddellijke terugtrekking van het Italiaanse contigent in de multinationale macht. Na kritiek hierop vorige week begon Occhetto voornamelijk te praten over de noodzaak van een staakt-het-vuren om opnieuw een onderhandelingspoging te wagen.

De verdeeldheid ter linkerzijde blijft groot. Een grote minderheid, die ongeveer samenvalt met de tegenstanders van de naamsverandering van de PCI, wil nog steeds dat Italie zich onmiddellijk terugtrekt. Anderen volgen Norberto Bobbio, de filosoof die gaandeweg de grand old man van Italiaans links is geworden en die heeft geschreven dat oorlogen getoetst moeten worden op doel en middelen en dan in bepaalde gevallen gerechtvaardigd kunnen zijn.

En ook de medestanders van Occhetto moeten even wennen aan de nieuwe inspiratiebron. Want na Stalin, Lenin en de onlangs eveneens van het altaar gehaalde voormalige communistische leider Togliatti, ooit aangeduid als Il migliore, de beste, heeft de partij nu een onverwachte nieuwe held: Johannes Paulus II.

Sinds kort roept Occhetto om stilte als de paus op tv komt en maakt de Osservatore romano deel uit van zijn dagelijkse persdieet. Zijn tweede man, Massimo d'Alema, staat 's zondags op het Sint-Pietersplein te luisteren naar de boodschap van de paus.

Tot voor kort gold de paus in communistische kringen nog als een reactionair, maar na de herhaalde oproepen vanuit het Vaticaan voor vrede in het Midden-Oosten zegt Occhetto keer op keer dat er veel waars zit in de woorden van de paus. De paus en de Golfoorlog zouden als bindmiddel kunnen fungeren tussen (ex)communisten en progressieve christen-democraten, een sleutelalliantie in de koers naar een regeringsalternatief.

Deze flirt met het Vaticaan wordt fel aangevochten. Gianfranco Pasquino, een senator voor Onafhankelijk links, zei: “We zijn achter de paus aan gaan lopen. En daarin vergissen we ons. Want hij zal het Rijk der Hemelen hebben, en wij helemaal niets.”

Pasquino refereert aan het feit dat Occhetto in het anti-oorlogsfront niet samen loopt met de progressieve christen-democraten, maar met een beruchte man als Vittorio Sbardella, een christen-democraat met zo'n slechte reputatie dat hij “de haai van Rome” wordt genoemd. Daarom lijkt de eensgezindheid tussen bepaalde katholieke groepen en de communisten meer een gelegenheidsakkoord dan een duurzame relatie.

Volgens de rechtervleugel van de partij, geleid door Giorgio Napolitano, maakt Occhetto een enorme vergissing met zijn opstelling in de Golfoorlog. Wij zullen nooit uitzicht op regeringsmacht krijgen als we ons niet ondubbelzinnig aansluiten bij het Westen, aldus Napolitano.

Ook de leider van de kleine Republikeinse partij, Giorgio La Malfa, zei bijzonder teleurgesteld te zijn over het standpunt van de PCI. Zijn partij zou nodig zijn om een alternatief voor een regering met de christen-democraten mogelijk te maken. Maar volgens La Malfa is dit alternatief nu nog verder weg dan het al was, omdat de PCI-PDS met zijn Golfstandpunt een flink stuk van zijn geloofwaardigheid is kwijtgeraakt.

Het zal moeite kosten om in Rimini die geloofwaardigheid te herstellen. Het is de bedoeling dat het congres in het 'ouderwetse' rood begint, met veel hamers en sikkels. Pas als de afgevaardigden hebben besloten tot de formele oprichting van de PDS, komen de bomen van de nieuwe partij in de congreszaal. Maar deze visuele gedaanteverandering van de congreszaal zal worden uitgevoerd als niemand kijkt, volgens De Ponte “om geen trauma's te veroorzaken”. Voor een publiekelijke streep door het verleden voelde de PCI zich kennelijk niet sterk genoeg.