Ouderen en wonen: het verzorgingstehuis; Uitstapje naar de bowling vervalt

De gevolgen van de snel vergrijzende bevolking - van 1, 9 miljoen 65-plussers in 1990 naar ruim 3, 8 miljoen in 2038 - zijn vooral voelbaar in bejaarden- of verzorgingstehuizen waar erg veel mensen zitten die in een verpleeghuis thuishoren. Tegelijkertijd wordt het aantal plaatsen in verzorgingshuizen verminderd. Waar laat Nederland zijn bejaarden? In het eerste van enkele artikelen een beeld van het traditionele verzorgingshuis. SINT-MAARTENSDIJK, 30 jan. - Een keer per jaar stopte om negen uur in de ochtend de touringcar voor bejaardentehuis Sint-Maartenshof, aan de rand van het Zeeuwse Sint-Maartensdijk, om nagenoeg alle bewoners op te pikken. Niet voor elf uur 's avonds keerde het gezelschap van het jaarlijkse uitstapje terug. De dagreisjes behoren inmiddels tot het verleden omdat bijna niemand van de 75 bewoners lichamelijk of geestelijk nog in staat is zelfs maar een dag het land in te trekken. Voor velen van hen houdt de wereld op bij de voordeur van het bejaardenhuis.

Ongeveer 50.000 van de 133.000 bewoners van bejaardenoorden, waaronder een aantal uit Sint-Maartenshof, ondertekende onlangs een petitie om de eisen van ouderenorganisaties voor een beter woon- en leefklimaat in bejaardenoorden kracht bij te zetten. De meeste bejaardenhuizen hebben zich de afgelopen decennia ongewild ontwikkeld tot semi-verpleeghuizen, vooral als gevolg van de 'dubbele vergrijzing', waarbij het aantal hoog-bejaarden toeneemt, en de lange wachtlijsten voor een plaats in het verpleeghuis.

Maartenshof-directeur A. A. M. van Loon beaamt dat de samenstelling van zijn bejaardenhuis sinds de opening in 1972 'drastisch' is gewijzigd. De doorsnee-bewoner was daar aanvankelijk een betrekkelijk vitale bejaarde, met een gemiddelde leeftijd van ongeveer 75 jaar. Regelmatig waren er in het tehuis allerlei activiteiten, varierend van dia-presentaties, zangavonden en lezingen tot eigen toneelvoorstellingen. Sommige bewoners gingen zelfs de bowlingbaan op, iets wat volgens Van Loon nu ondenkbaar is. De activiteiten staan nu op een laag pitje. De gemiddelde leeftijd is 85 jaar, geheel in lijn met de landelijke cijfers.

Om Sint-Maartenshof nog enige dynamiek te laten behouden, worden niet meer automatisch de 'zwaarste gevallen' opgenomen. Maar in de praktijk komt dat er op neer dat vrijwel uitsluitend mensen worden toegelaten “die hier eigenlijk al lang hadden moeten zitten”, aldus Van Loon.

Net als in de meeste van de ongeveer 1.500 verzorgingstehuizen in het land nam in Sint-Maartenshof met de jaren het aantal mensen toe dat verpleging nodig had. Maar de verpleeghuizen groeiden niet in hetzelfde tempo mee. Pas in deze kabinetsperiode is een inhaalmanoeuvre in gang gezet om het aantal plaatsen in verpleeghuizen uit te breiden. “Begin jaren tachtig werden bejaarden niet eens aangemeld voor een plaats in het verpleeghuis. Dat werd als vergeefse moeite beschouwd”, zegt Van Loon.

Van elke vier bewoners in bejaardentehuizen heeft er een recht op een plaats in een verpleeghuis. Sint-Maartenshof kende drie jaar geleden een uitschieter met 25 'verpleegbehoeftige' bewoners op een totaal van 75 bejaarden. Dergelijke verhoudingen maken het voor een inspraakorgaan als een bewonerscommissie steeds moeilijker capabele krachten te vinden.

Bij de mensen die verpleging nodig hebben, gaat het meestal om dementerende bejaarden, die bijvoorbeeld de dag en de nacht door elkaar halen. Of die erg vergeetachtig zijn en eigen familie of personeel niet meer herkennen. Van Loon: “Die mensen zaten aanvankelijk over het hele tehuis verspreid en kregen relatief veel meer aandacht dan de andere bewoners. Die werden op hun beurt onrustig, voelden zich steeds minder op hun gemak”.

Een oplossing voor Sint-Maartenshof kwam drie jaar geleden in de vorm van het 'substitutieproject verpleeghuiszorg'. Dank zij deze regeling van de Ziekenfondsraad kon er extra personeel worden aangetrokken voor de bejaarden die verpleging nodig hebben. De meeste 'verpleegbehoeftige' bejaarden wonen sindsdien in een aparte vleugel, de 'meerzorgafdeling'. “In de rest van het tehuis is de rust teruggekeerd”, zegt Van Loon. Hij hoopt dat de regeling van kracht blijft totdat er in de regio een verpleeghuis staat. Op zijn vroegst is die er volgens hem eind 1992, maar, voegt de directeur er aan toe, daar wordt al meer dan tien jaar over gesproken.

Dat niet alle verzorgingshuizen even gemakkelijk extra personeel kunnen aantrekken, blijkt onder meer uit de maatregelen waartoe de directie van een verzorgingstehuis in Voorschoten zich onlangs genoodzaakt zag. Door personeelstekort, volgens de leiding van het tehuis een gevolg van de toenemende aandacht die verpleegbehoeftige bewoners vergen, is de verzorging tot de meest noodzakelijke werkzaamheden beperkt. Voorlopig wordt er bijvoorbeeld minder schoongemaakt, bejaarden kunnen niet of nauwelijks in bad en wasgoed wordt onregelmatig en geimproviseerd uitgezocht. Bewoners die het met de maatregelen niet eens zijn worden door de directie verwezen naar de klachtencommissie van Zuid-Holland.

    • Ward op den Brouw