Onvrede bij vier op tien huurders over beleid van woningcorporaties

DEN HAAG, 30 jan. - Vier van de tien huurders van een woningcorporatie zijn ontevreden over de staat van onderhoud van hun woning.

Dit blijkt uit een onderzoek van Konsumenten Kontakt. Eveneens 40 procent vindt de woning in verhouding tot de kwaliteit ervan te duur.

De Nationale Woningraad (NWR) en het Nederlands Christelijk Instituut Volkshuisvesting (NCIV), de twee overkoepelende organisaties van woningbouwverenigingen, namen gisteren onmiddellijk afstand van het onderzoek. NWR-directeur Van Velzen omschreef het als “knullig”.

Het onderzoek heeft volgens Konsumenten Kontakt aangetoond dat dienstverlening van woningcorporaties op een aantal punten kan worden verbeterd. De consumentenorganisatie noemt als voorbeelden huurcontracten, de zeggenschap van de huurders, de procedure voor het indienen van klachten over het onderhoud en het isoleren van woningen. Konsumenten Kontakt heeft over al deze punten aanbevelingen gedaan.

Uit het onderzoek bleek dat van de ondervraagde huurders 46 procent lid is van een woningbouwvereniging en dat drie kwart daarvan (zeer) ontevreden is over de zeggenschap. Verder bleek dat bij toewijzing van de woningen 78 procent van de onderzochte corporaties het woongedrag van de betrokkene een (tamelijk) belangrijke rol speelt. Daarover winnen zij informatie in bij de huidige verhuurder, de gemeente en de buren. Van de corporaties vindt 21 procent de etnische achtergrond van belang.

Volgens Konsumenten Kontakt werd bij het onderzoek gebruik gemaakt van de gegevens van 61 corporaties die samen 363.700 woningen beheren, 22 procent van het totale bestand aan corporatiewoningen. Verder vulden 765 huurders een vragenlijst in.

De Nationale Woningraad heeft grote twijfel over de representativiteit van het onderzoek. “Een twijfelachtige onderzoeksmethode, gecombineerd met een gebrekkige kennis van de volkshuisvesting, leidt tot conclusies die op een grote meerderheid van de corporaties niet van toepassing zijn”, aldus NWR-directeur Van Velzen.

Hij meent dat de vraagstelling tendentieus was en dat de uitspraken slechts van toepassing zijn op een relatief klein aantal woningcorporaties: die in de grote steden. Dat daar verouderde woningen staan en de omgeving dreigt te verloederen, is iets waar de corporaties nauwelijks invloed op hebben, stelt Van Velzen. Hij laakt verder de selectie van de huurders die aan het onderzoek meewerkten. Dat gebeurde via de bestanden van de Woonbond, de organisatie die voor de belangen van huurders opkomt.