Israel slaat terug na Palestijnse beschieting

SIDON-JERUZALEM, 30 jan. - Israelische marineschepen en artilleriestellingen in de veiligheidszone in het zuiden van Libanon hebben gisteravond bombardementen uitgevoerd op Palestijnse posities als vergelding voor het afvuren van enkele tientallen Katjoesja-raketten op vijf nederzettingen in het noorden van Israel.

Die raketten troffen geen doel, maar kwamen merendeels terecht in de veiligheidszone in het zuiden van Libanon. Ook vanmorgen kwamen daar weer enkele Katjoesja's terecht zonder schade aan te richten.

Bij de beschieting van het Palestijnse vluchtelingenkamp Rashidiyeh, 75 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Beiroet, zouden twee mensen om het leven zijn gekomen en acht gewond zijn.

Palestijnse kringen in Libanon verklaarden gisteren ter toelichting op de beschietingen van het noorden van Israel: “Onze kleine en primitieve raketten moeten doen wat de Iraakse Scud-raketten tot dusver niet hebben kunnen doen - namelijk Israel betrekken bij de oorlog in de Golf.”

De Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) heeft gisteren tegengesproken dat PLO-leider Yasser Arafat opdracht zou hebben gegeven tot de beschietingen, zoals Zeid Wehbeh, die zichzelf al jaren de vertegenwoordiger van Arafat in Libanon noemt, eerder verklaarde. Zowel Wehbeh als luitenant-kolonel Omrane, lid van het militaire commando van de PLO, zei maandag en dinsdag dergelijke instructies van Arafat te hebben ontvangen, om op die manier steun te geven aan de strijd van de Iraakse leider Saddam Hussein.

Een woordvoerder van de PLO in Tunis zei dat Wehbeh alleen zijn eigen mening had gegeven en dat de organisatie niet had besloten een tweede front tegen Israel te openen. Hij zei dat Wehbeh een officiele reprimande had gekregen voor het doen van uitspraken in naam van Arafat, een reprimande die de PLO-functionaris omschreef als een “laatste waarschuwing”. PLO-kringen in Tunis zeiden verder dat Arafat helemaal geen vertegenwoordiger in Libanon heeft. (AFP, Reuter)