Iraakse legereenheden doen drie invallen in Saoedisch gebied

RIAD- NICOSIA- WASHINGTON, 30 jan. - Iraakse troepen hebben drie invallen gedaan op Saoedisch gebied, waarbij ze tot in de verlaten Saoedische plaats Khafji zijn gekomen, maar zijn uiteindelijk met zware verliezen teruggeslagen.

Aan geallieerde zijde zijn daarbij lichte verliezen geleden, zo heeft het Pentagon vanmiddag meegedeeld. Irak heeft voorts de dood van een krijgsgevangen piloot gemeld bij een geallieerd bombardement.

Volgens militaire zegslieden in Saoedi-Arabie zijn de Irakezen, die op drie verschillende plaatsen de grens over waren getrokken, met anti-tankwapens en luchtaanvallen teruggedreven. Daarbij waren verscheidene Iraakse tanks en voertuigen vernietigd. Het was, voor zover bekend, de belangrijke Iraakse offensieve actie sinds de oorlog in het Gofgebied twee weken geleden begon.

Radio Bagdad meldde eerder dat Iraakse troepen tot op 20 kilometer op Saoedisch grondgebied waren doorgedrongen en dat ze om middernacht Khafji waren binnengedrongen na een slag met geallieerde troepen. Volgens een legercommunique dat door radio Bagdad werd voorgedragen waren grote successen geboekt en ging het slechts om “het topje van de ijsberg”. “Onze troepen kwamen in actie om de agressors een lesje te leren en ondernamen een bliksemsnelle aanval onder de vlag van Allahu Akbar (God is groot) en troffen de ongelovige troepen terwijl ze oprukten”, meldde het radiostation.

Tevoren had radio Bagdad al gemeld dat Iraakse troepen raffinaderijen in Khafji in brand hadden geschoten. De kleine raffinaderij in het plaatsje is overigens al sinds het begin van de oorlog na een Iraakse aanval buiten werking gesteld. De plaats is toen ook ontruimd.

Geallieerde vliegtuigen hebben gisteren in 24 uur meer dan 2.600 operaties tegen Iraakse doelen uitgevoerd. Daarbij is onder andere een konvooi van 24 Iraakse tanks en pantservoertuigen vernietigd. De Israelische minister van defensie Arens heeft gezegd dat onder de vliegtuigen die de afgelopen dagen naar Iran zijn gevlogen, al Iraks Soe-24 bommenwerpers zijn. Volgens een Amerikaanse zegsman probeert Irak lanceerinstallaties van Iran te kopen.

Volgens Amerikaanse officieren was het konvooi ontdekt in de buurt van de Saoedisch-Koeweitse grens en Harrier-vliegtuigen van de Amerikaanse mariniers hadden vervolgens de aanval ingezet. “Ze branden nu Ze werden onvoorzichtig en ze werden gepakt”, zei kolonel der mariniers Ron Richard.

Pag. 6: .

Iraakse troepen lanceren aanvallen op Saoedi-Arabie

Geallieerde helikopters vielen 17 Iraakse patrouillescheepjes aan, waarvan enkele tot zinken werden gebracht. Vliegtuigen van de anti-Iraakse coalitie bombardeerden de marine-haven Umm al-Qasr en stellingen van de Republiekeinse Garde in en bij Koeweit. Maar een Amerikaanse militaire woordvoerder onderstreepte dat men nog steeds niet weet hoeveel schade deze elite-eenheden is toegebracht bij de aanhoudende aanvallen van de afgelopen dagen.

De Britse bevelhebber in Saoedi-Arabie luitenant-generaal Peter de la Billiere schatte gisteren dat de geallieerde luchtmacht tot dusverre 75 tot 80 procent van de Iraakse raffinage-capaaciteit heeft verwoest. Het afgelopen weekeinde zei de Britse minister voor de stijdkrachten Archie Hamilton dat Irak nog maar over de helft van zijn raffaniage-capaciteit beschikte als gevolg van geallieerde luchtacties.

Irak meldde gisteren de dood van een krijgsgevangen piloot - een van de krijgsgevangenen die het als menselijk schild naar strategische doelen zegt te hebben gestuurd - bij een bombardement op Bagdad. Verscheidene piloten zouden zijn gewond. Het schoof de verantwoordelijkheid voor deze “misdaad” naar de Verenigde Staten, die burgerdoelen aanvielen. De naam van de piloten noch hun nationaliteit werd bekendgemaakt.

Het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken ontbood onmiddellijk de Iraakse zaakgelastigde om hem om opheldering te vragen en een nieuw protest te overhandigen tegen het gebruik van krijgsgevangenen als menselijk schild. Dat laatste is een ernstige oorlogsmisdaad, aldus een verklaring van het State Department. (Reuter, AP, UPI)