Iraaks elitekorps zeer moeilijk te bestrijden

ROTTERDAM, 30 jan. - De oorlog in de Golf is vandaag ongeveer 29.000 geallieerde vliegtuigmissies oud.

Elke dag wordt in het Pentagon en in de centrale commandopost van Desert Storm in Riad de balans opgemaakt van de tot dan toe uitgevoerde bombardementsvluchten. De capaciteit van de Iraakse petrochemische industrie zou met driekwart zijn afgenomen. Ministeries, kazernes, communicatiecentra en hoofdkwartieren zouden voor een groot gedeelte met de grond zijn gelijkgemaakt. En de ingegraven Iraakse strijdkrachten zouden het zwaarste bombardement uit de geschiedenis te verduren hebben gekregen. Dat is ongeveer het resultaat van de veertiendaagse luchtoorlog zoals dat is af te leiden uit de informatie die tijdens persconferenties in Riad en Washington werd gepresenteerd.

“We isoleren ze en maken ze af”, zei Colin Powell, de Amerikaanse voorzitter van de verenigde chefs van staven toen hij de geallieerde strategie om het leger van Saddam Hussein uit Koeweit te verdrijven probeerde samen te vatten. Toch riepen de briefings meer vragen op dan zij beantwoordden. Videobanden lieten zien hoe raketten door de voordeuren van energiecentrales vlogen of tegen afsluiters in raffinaderijen explodeerden. Het exacte verloop van een reddingsactie voor een piloot die boven de Iraakse woestijn was neergeschoten werd van minuut tot minuut beschreven en zelfs het aantal granaten werd genoemd dat tijdens schermutselingen werd verschoten. Maar alle militaire acties die met behulp van grafische voorstellingen en interviews met betrokkenen gedetailleerd aan de pers werden voorgelegd speelden zich af in de marge van het centrale doel van operatie Desert Storm: Koeweit bevrijden.

Het verloop van de strijd tegen de belangrijke obstakels op de weg naar een bevrijd Koeweit is in nevelen gehuld. Zo zei generaal Kelly in het Pentagon eergisteravond nog dat de geallieerde luchtstrijdkrachten luchtoverwicht boven Irak bezaten. Maar meer dan honderd van de modernste Iraakse gevechtsvliegtuigen en transportvliegtuigen stegen op van diverse vliegvelden in Midden-Irak en wisten naar het neutrale Iran te ontkomen. Kennelijk niet gehinderd door de Amerikaanse en Engelse onderscheppingsjagers. De Washington Post citeerde onlangs welingelichte bronnen binnen de Amerikaanse inlichtingendiensten. Zij meldden dat van de dertig vaste Scud-lanceerinrichtingen er maar acht totaal waren vernield. Het grootste aantal luchtafweerstellingen was volgens de zegslieden ongeschonden uit de strijd gekomen en dank zij mobiele communicatiefaciliteiten zou Saddam Hussein met zijn commandanten te velde kunnen overleggen. Deze gegevens zijn in flagrante tegenspraak met wat tijdens eerdere persconferenties werd beweerd of voorgespiegeld.

Maar het schrijnendste voorbeeld van onduidelijkheid over operationele vorderingen geldt de min of meer op zichzelf staande campagne tegen de Iraakse Republikeinse Garde. Deze Garde wordt algemeen gezien als het elitekorps van Irak en kan het beste met de Waffen-SS worden vergeleken. Zij is opgebouwd uit vier infanteriedivisies, drie pantserdivisies en een divisie waarin parachutisten en commando's zijn ingedeeld. Elke divisie omvat ongeveer 14.000 man. De Republikeinse Garde heeft de beste tanks, de beste artillerie en is het best getraind en gemotiveerd.

De acht divisies opereren als een geheel, zoals uit de bliksemsnelle verovering van Koeweit bleek, en de commandanten zijn niet gebonden aan de Sovjet-doctrine - de leidraad in de rest van het Iraakse leger - die voorschrijft dat voor elk bevel bij meerderen toestemming moet worden gevraagd. In de oorlog met Iran bleek dat een grote mate van zelfstandigheid voor de commandanten van de Garde de Iraakse verdediging een belangrijk voordeel gaf. De bevelhebbers hebben ook geen toestemming van hun meerderen in Basra en Bagdad nodig om chemische wapens in te zetten.

De Republikeinse Garde heeft zich, verspreid over een groot gebied, ingegraven in het grensgebied van Irak en Koeweit. Bij een geallieerde doorbraak door de fortificaties aan de grens met Saoedi-Arabie zullen de gardisten proberen het gevallen gat te stoppen. Amerikaanse generaals hebben bij herhaling gezegd dat de herovering van Koeweit staat of valt met het succes van de strijd tegen de Republikeinse Garde.

Dat was de reden dat de ingegraven Garde vanaf de eerste dag van Desert Storm werd bestookt. Op donderdagochtend na de eerste bombardementen zei een Amerikaanse woordvoerder dat de gardisten “een onrustige nacht” hadden gehad. Zij waren bestookt met moderne grond-grond-raketten zoals de ATACMS en de T-Lance die tegen de andere Iraakse troepen - veelal bestaande uit dienstplichtigen - nog niet zijn ingezet. Kort daarop begonnen onder andere de B-52's met hun around-the-clock bombardementen met alle typen bommen die in de geallieerde arsenalen te vinden waren.

“Als we de Garde niet binnen vier of vijf dagen op de vlucht hebben gejaagd of tot overgave hebben gedwongen wordt het een lange oorlog”, zei een hoge Amerikaanse officier aan het begin van de campagne. Na dertien dagen en nachten bombarderen wijst niets erop dat de Iraakse elitetroepen binnen afzienbare tijd de witte vlag zullen hijsen. Op de persconferenties wordt hierover in ieder geval niets gezegd.

Waarom zwijgen de bevelhebbers van Desert Storm over de strijd tegen de Presidentiele Garde? Er zijn drie mogelijkheden. Allereerst bestaat de kans dat met de allesbehalve chirurgische aanvallen de Republikeinse Garde zware verliezen worden toegebracht. Overwinningen die met grof geweld moeten worden behaald liggen slecht bij de publieke opinie en het zou dus voor de hand liggen dat aan de bombardementen weinig ruchtbaarheid wordt gegeven. Maar het is onwaarschijnlijk dat de geallieerde woordvoerders tijdens de briefings niet iets van het succes zouden hebben laten doorschemeren. En tot nu toe hebben ze dat niet gedaan.

Een tweede mogelijkheid is dat er helemaal geen schade is toegebracht aan de stellingen van de Garde en dat dus met mededelingen over deze campagne gewacht wordt tot er wel resultaat is geboekt. Het uitstellen van een grondoorlog tot eind volgende maand, zoals de Amerikaanse minister van defensie, Cheney, zich eergisteren liet ontvallen, zou ruimte bieden om de ineffectieve bombardementen te herzien en de tactieken aan te passen. De derde en meest waarschijnlijke mogelijkheid bevindt zich ergens tussen deze twee mogelijkheden in.

Strategische bombardementen hebben nog nooit een doorslaggevende rol gespeeld bij het verslaan van de vijand. Bij de Garde, die zich over een gebied van 100 bij 100 kilometer heeft ingegraven, zal dat nu evenmin het geval zijn.

De vaststelling van de schade (damage assessment) die de bombardementen hebben veroorzaakt is buitengewoon vaag. Piloten die over het gebied hebben gevlogen zeggen dat op de plaatsen waar de B-52's hun bommen hebben afgeworpen lange stroken zwart geblakerde woestijn, zover het oog reikt, te zien zijn. Toch zouden volgens het Pentagon maar 25 tot 50 van de meer dan 800 tanks van de Garde vernield zijn. Dat zijn dus ten hoogste 3 a 4 tanks per dag. Franse Jaguar-bommenwerpers zouden een gemechaniseerde colonne van de Garde en bruggen over wadi's hebben getroffen, maar daarvan is niets op video vastgelegd.

Er zal dus wel wat schade zijn toegebracht, maar deze valt bijzonder tegen in verhouding tot de hoeveelheid explosieven die - al of niet geleid - is afgeworpen. De eerste harde bewijzen van successen in de strategisch belangrijke strijd tegen de Republikeinse Garde moeten nog worden overgelegd. Tot nu toe hebben marginale gevechtsacties te veel aandacht gekregen. Het verloop van een oorlog met meer dan een miljoen man tegenover elkaar laat zich niet beschrijven met het turven van granaten of met het overbelichten van reddingsacties. Zulke onbelangrijke successen scheppen vals optimisme.