'Een kleine sport moet af en toe een stunt uithalen'

AMSTERDAM, 30 jan. - In de tuin van Philip van der Ven, voorzitter van de Nederlandse Squash en Rackets Bond, in Zoeterwoude zullen binnenkort een paar leeuwen rondwandelen.

De 45-jarige geboren Hagenaar vond dat wel een gepaste aankleding van het feest dat hij voor vrienden en kennissen geeft ter gelegenheid van de opening van de wijnhandel van zijn vrouw. Van der Ven: “Ik kan ook zeggen: jongens, kom allemaal even gezellig een glaasje drinken. Maar ik maak er gewoon een dierentuin van. Dat leek me wel aardig.”

Zo'n stunt past bij Philip van der Ven, eigenaar van een assurantiebureau in Den Haag. Hij zoekt altijd naar iets opvallends. “Er wat lawaai omheen maken”, noemt hij dat. Afgelopen zondag had Van der Ven bij de prijsuitreiking van de nationale kampioenschappen in Amsterdam ook meer weg van een circusdirecteur dan van een bondsvoorzitter. Zijn stem galmde door de zaal, af en toe gevatte opmerkingen makend. “Ik erger me vaak als ik ergens op een partij of receptie kom. Dan vraag ik me af waarom die mensen niet vijf minuten langer hebben nagedacht. Met een beetje fantasie kan je iets leuk aankleden. De mensen moeten er met plezier aan kunnen terugdenken. “

De 45-jarige Van der Ven was ook de man achter het idee om een squashtoernooi in het Kurhaus te organiseren. De Stichting Haagsche Squash Belangen, waarin hij de functie van voorzitter bekleedde, liet in 1989 onder de kroonluchters in het monumentale Haagse gebouw een glazen baan neerzetten en verbaasde hotel- en casinobezoekers schrokken van het geluid van stuitende squashballen. Lang niet iedereen in de squashwereld kon dat waarderen. “Het zou te elitair zijn”, blikt Van der Ven terug. “Dat was het dus niet, verre van dat. Oke, er stonden tafels rondom de baan die voor 3.000 gulden werden verkocht. Dat moesten we wel doen om alles financieel mogelijk te maken. Maar verder kon iedereen voor 25 gulden per dag topsquash zien. En de voorronden waren zelfs gratis te bezoeken.”

Van der Ven spreekt achteraf van het meest succesvolle squashevenement dat ooit in Nederland werd gehouden. “Het heeft het squash bergen publiciteit opgeleverd. Bovendien heeft het niemand geld gekost.” Hij wil dus graag nog een keer zo'n spektakel regelen. Carre lijkt hem een geschikte locatie voor de Dutch Open. “Dat zie ik al voor me, met die oplopende tribunes. Helaas is Carre niet geinteresseerd. Ze willen daar geen sport meer. Alleen eens in de drie jaar boksen.”

Bij zijn aantreden als voorzitter, vorig jaar mei, sprak Philip van der Ven de zeer gewaagde verwachting uit dat de squashbond binnen vijf jaar 100.000 leden zal hebben. Nu heeft men er ongeveer 16.000. Maar de meeste mensen die squashen in Nederland zijn geen NSRB-lid. Dat moet met behulp van de baaneigenaren gaan veranderen. “Ik zie dat aantal van 100.000 ook als uitdaging voor mezelf. Het motiveert”, aldus Van der Ven. “Ik zou zoiets nooit zeggen”, bekent Fred Nijkerk, Van der Vens voorganger als NSRB-voorzitter. “Ik weet dat ik het niet kan waarmaken. Geen mens gelooft daar natuurlijk in.” Nijkerk is desondanks vol lof over Van der Ven.

Nijkerk: “Philip loopt dwars door muren heen. Hij kan heel veel voor elkaar krijgen. Hij heeft wat ik zou willen noemen een Bourgondische stijl; een hapje, drankje, praatje. Maar daardoor wordt hij ook wel onderschat.” Van der Ven weet dat hij door zijn opvallende handelswijze ook veel tegenstanders heeft. “Dat is onvermijdelijk. Maar ik hanteer dan een simpel rekensommetje. Ongeveer tien procent zal tegen me zijn, de anderen, negentig procent, vinden me wel aardig. En dat is nog altijd meer dan de dertig procent die normaal gekomen zou zijn. Ik ben wel wat gewend. Ik kan m'n eerste vergadering bij HSRC nog herinneren. Er werd gestemd over de nieuwbouw. Er was een iemand voor, ik dus, en de rest, een paar honderd man, was tegen. Dan hebben we hele zware klus, dacht ik toen nog. Ik weet ook dat heleboel mensen sceptisch zijn nu ik voorzitter van de bond ben geworden. Ik heb een grote bek, ja. Dat geeft toch niet. We zijn een kleine sport. Dan moet je gewoon af en toe eens een stunt uithalen, pang.”

Van der Ven raakte tijdens zijn periode in Engeland, waar hij negen jaar werkte, geboeid door het squash, toen nog een nieuwe sport. Terug in Nederland meldde hij zich aan bij een van de vier squashverenigingen, HSRC, die er destijds bestonden. Op 29-jarige leeftijd was Van der Ven er al voorzitter. “Het klinkt heel theatraal, maar ik vind dat ik iets voor de medemens moet doen. Dat gebeurt nu toevallig in het squash. Maar ik ben bijvoorbeeld ook penningmeester van dertig katholieke kerken geweest. Tot zijn grote spijt kan hij zelf niet meer squashen. Zijn knieen laten dat niet meer toe. Van der Ven golft nu, handicap 22. Hij heeft zelf een golfclubje van vrienden opgericht. In de laatste hole wordt altijd een fles champagne gestopt en als de bal er tegenaan komt, is het tijd voor andere gezellige zaken.”

Philip van der Ven weegt ongeveer 150 kilo. Precies weet hij het niet. “Ik word alleen gewogen als ik bloed geef bij het Rode Kruis. Hij is met zijn postuur altijd het levende bewijs geweest dat squash door iedereen kan worden gespeeld. “Een squasher valt niet te typeren. Je vindt ze overal. Het is een heerlijk tijdverdrijf. Er squashen naar schatting zo'n 300.000 mensen in Nederland. Ik ben ervan overtuigd dat dat aantal naar een miljoen zal groeien.”

    • Hans Klippus