De terugkeer van de afgestudeerde butler

Ivor Spencer van de Britse Academie voor Butlers reageert enthousiast als hij hoort dat de verslaggever uit Nederland komt. “Wist u dat wij onlangs een jonge Nederlander tot butler hebben opgeleid? Een van de beste als u het mij vraagt!”

Het Londense Grosvenor House Hotel is een van de vele lokaties in de wereld waar men een zes weken durende stoomcursus 'butler' kan volgen. 'Trained British Style', zo vermeldt de brochure ten overvloede. Directeur Spencer (gedekt grijs kapsel, onberispelijk streepjeskostuum) maakt er geen geheim van dat hij verantwoordelijk is voor de terugkeer van de ouderwetse huisknecht.

Ooit telde het Verenigd Koninkrijk 30.000 butlers, tien jaar geleden waren dat er nog maar dertig. Aanvankelijk was hun taak het op peil houden van de wijnvoorraad. Het woord 'butler' is dan ook afgeleid van 'bottelier'. Na de Tweede Wereldoorlog raakte de huisknecht grotendeels uit de gratie wegens de hoge successierechten. “De belasting op nalatenschappen in dit land is dermate hoog dat grote huizen verkocht moeten worden en de butler aan de kant wordt gezet”, zegt Spencer onder het genot van een Britse afternoon tea. “Britse butlers werken hoofdzakelijk voor het koninklijk huis en rijke Arabieren.”

VEELZIJDIG

In 1980 zocht een filmproducer uit Hollywood een Britse butler, maar geen van de 85 door Spencer benaderde sollicitanten bleek geschikt. “Ze waren loyaal en discreet, maar niet veelzijdig genoeg”, zegt Spencer. “Een butler moet tegenwoordig personeel kunnen organiseren, reizen kunnen boeken en maatoverhemden kunnen bestellen. Ook moet hij voldoende verstand hebben van drank en voedsel. Een van onze mensen heeft voor zijn werkgever zelfs zijn prive-vliegtuig uitgezocht. Bijna alle sollicitanten vonden dat echter een veel te zware opgave. Toen dacht ik: ik kan ze beter zelf opleiden.”

Hoewel de opleiding tot butler toch al gauw zo'n 10.000 gulden kost, exclusief reis- en verblijfkosten, geven allerlei mensen zich als cursist op: van rustende kapiteins en schoolhoofden tot bankemployes die wel eens wat anders willen. Ook heeft Spencer jongeren uit kansarme buurten in Liverpool tot bediende opgeleid. Twee van hen vonden emplooi bij Buckingham Palace. Tot dusver hebben twee Nederlanders de cursus gevolgd: in 1988 werd de Utrechtse schoolverlater Sebastian Archbold uit ruim vierhonderd gegadigden geselecteerd, een jaar later was het de beurt aan de destijds 30-jarige Rob Wennekes uit Tiel, die thans voor een multimiljonair uit Portland werkt.

Cursisten leren kaarsrecht te lopen door een kristallen glas op het hoofd te balanceren en maken in luxueuze Londense warenhuizen als Harrods en Fortnum en Mason kennis met kwalititeitsprodukten als gerookte zalm en Stiltonkaas. De livreiers leren zelfs met vuurwapens omgaan, want hun rijke werkgevers zouden eens fysiek bedreigd kunnen worden. “Allemaal aspecten waarmee de cursisten in hun eigen leven vermoedelijk nooit in aanraking zijn gekomen”, zegt Spencer, die zelf in een van de armste delen van Londen werd geboren.

Nadat hij in het chique Rochester Hotel had gezien hoe een feestmaal was aangericht voor Winston Churchill (inclusief smetteloos linnengoed en de weelderige fruitschalen) besloot Spencer zich op te werken tot ceremoniemeester. Nog altijd organiseert de Brit, die zichzelf graag afficheert als “the foremost expert on entertaining in Great Britain and possibly the world”, grote diners en laat hij zich inhuren als tafelredenaar. Wel eisen de cursussen steeds meer aandacht op. Nieuw is bij voorbeeld de opleiding tot hotelbutler. Spencer: “In vijf-sterren-hotels kun je tegenwoordig een kamer met butler huren: hij pakt je koffers uit, serveert koffie of thee, wast je kleding en doet inkopen”.

Niet iedereen is geknipt voor de functie van butler. Soms moeten cursisten naar huis worden gestuurd. Er wordt veel van hen verlangd. Decorum is erg belangrijk: men dient zich onberispelijk en hoffelijk te gedragen, men poetst ten minste acht maal per dag zijn tanden, men laat zijn nagels bij de kapper manicuren en en men gebruikt nimmer knoflook of andere sterk geurende voedingsstoffen. De werkdagen zijn lang: de butler dient vierentwintig uur per dag beschikbaar te zijn, ongeacht de wensen van vrouw, vriend of vriendin.

Spencer: “Als je werkgever je nodig heeft, dan is het: Ja meneer, graag meneer. We zeggen nog altijd Sir en My Lord, strijken de ochtendkrant met het strijkijzer opdat Mijnheer geen vieze vingers krijgt, we houden het glas bij de steel vast en we dragen het bord op de handpalm. We doen precies hetzelfde als de vroegere butler, maar we kunnen ook voor pakweg duizend personen een champagnefeest organiseren”. De butler wacht nimmer gedienstig de bevelen van de werkgever af; hij anticipeert. Als Mijnheer de trein van 09.20 naar Brussel neemt, reserveert de butler voor alle zekerheid ook plaatsen voor de trein van 08.20 en 10.20 uur. De werkgever mocht eens van gedachten veranderen.

Gelukkig worden butlers goed betaald, in de Verenigde Staten athans: al gauw 80.000 gulden bruto per jaar. De Britse aristocratie betaalt nog altijd erg slecht. Spencer: “Een van de gepensioneerde butlers moest bij zijn zuster intrekken omdat hij zich geen hypotheek kon veroorloven”.

AUTOMATEN

“Een butler moet beter zijn opgeleid dan zijn werkgever, maar hij mag dat niet laten merken”, verklaart Spencer. Hij verwacht niet dat butlers door automaten zullen worden vervangen. De Japanners mogen dan een robot hebben ontwikkeld die volautomatisch drank kan serveren, de huisknecht is volgens Spencer in eerste instantie mens. “Stelt u zich voor: u komt laat thuis, u heeft een rotdag gehad of ruzie met de vrouw; u kunt uw verhaal niet aan de robot kwijt. De butler is een vertrouwenspersoon, aan wie u desnoods uw grootste geheim kunt vertellen. Discretie verzekerd.”

Spencer houdt contact met al zijn oud-cursisten. Hij stuurt hun serviesgoed als zij daarom vragen, boekt hotels voor hun bazen en contracteert operasterren voor hun feesten. “Iedereen weet ons te vinden. Nergens anders vind je een opleiding als deze. Negen concurrenten zijn inmiddels failliet gegaan.”

Om het instituut te promoten heeft Spencer onlangs t-shirts met de naam van zijn school laten maken. Op de rug staat geschreven: It's a pleasure, Sir.

    • Jan Libbenga