De ridder keert het verzengende staal de rug toe

Tentoonstelling: Vervolg Project Hoogovens, t-m 17 feb. in Rijksmuseum Twenthe, Lasondersingel 129. Enschede. Di t-m vr 10-17u, za 13-17u.

De schilderkunstige wegen van Willeke van Tijn en Gerbrand Volger (beiden vijftig jaar) kruisen elkaar al een jaar of tien. Hun routes worden gemarkeerd door knooppunten met gezamenlijke projecten, waarna ze ieder weer hun eigen baan volgen. Wederzijdse beinvloeding verkeert in een zich tegen elkaar afzetten, zodat de gemeenschappelijk gekozen thematiek tot zeer verschillende resultaten leidt.

Hun tentoonstelling in het Rijksmuseum Twenthe in Enschede laat zien hoe principieel anders ze reageren op het uitgangspunt dat ze enkele jaren geleden vonden bij de Hoogovens in IJmuiden. In de smelterijen, walserijen en pletterijen lieten ze zich inspireren door de elementaire krachten die te pas komen aan het produceren en verwerken van staal. Hoewel de noodzakelijke processen in een moderne fabriek grotendeels worden gestuurd door computers in gesloten ruimten, was er blijkbaar voldoende te zien en te ondergaan (al was het maar via de verbeelding prikkelende controle-apparatuur) om in de ban te raken van roodgloeiend stromend staal, de agressie van verschroeiende gassen, het geweld van rondtollend stoom. Metaforen te over in de gestuurde oerkrachten, het vuur en de kwetsbaarheid van de alles regelende mens, die een generatie geleden schilders als Herman Heijenbrock tot een figuratie brachten waarin eerbied en trots, vrees en verwachting dooreen tuimelden.

Deze tentoonstelling in Enschede kan worden gezien als een afronding van hun Hoogovens-project en een aanduiding van nieuwe richtingen. Volger reageert vooral op het verzengende hellevuur, op het spatten en sissen van in hittestralen wegschietende golven materie, die in emotionele, grote bijna-abstracties worden verbeeld.

Ook in een reeks tekeningen in zwart en wit gaat Volger in op de processen. Er zijn af en toe menselijke gestalten te zien en de tentakels van kranen en grijpers. En dan is het genoeg geweest: zijn meest recente tekeningen vertonen de vrijwel levensgrote figuur van Don Quichotte op zijn schamele paard. De ridder verwijdert zich duidelijk van IJmuiden, wellicht op weg naar een romantiek die ook zijn aardige en inspirerende kanten heeft.

Willeke van Tijn verwerkt haar industriele impressies vooral in figuratiever voorstellingen, waarin gloeiende elementen van het smelten en pletten terugkeren in klassieke zuilen, toortsen en rode mythologische figuren. Rollen staalplaat zweven rond in een droomwereld waarin ze een relatie aangaan met vrouwenbeelden die uit het oude Griekenland afkomstig lijken. Daarnaast zijn er enkele directer op de Hoogovens gerichte doeken, tegen het vuur gesilhouetteerde omtrekken van arbeiders, gestileerd in hun dwingende onverzettelijkheid. In het op IJmuiden volgende werk, in gemengde technieken en olieverf, overheersen de gesloten vormen van slanke vazen. Ook hier grote formaten en een hang naar klassieke elementen. De goudkleurige vazen, soms overgaand in mensfiguren, zijn dikwijls gevangen in brede, zwarte contouren, waardoor hun monumentale werking extra nadruk krijgt.

Het is moeilijk voorstelbaar dat Willeke van Tijn (opgeleid aan de Haagse academie) ooit veel succes had met kleine schilderijtjes, soms bijna-miniaturen met een fijngeschilderd anekdotisch realisme. Die periode werd gevolgd door een voorkeur voor het abstraherende spel van lijnen en vlakken in de exterieurs en interieurs van grote gebouwen. Haar formaten werden en bleven groter.

Ook Gerbrand Volger (Rietveld- en Rijksacademie in Amsterdam) kent een stijlbreuk in zijn carriere. Omstreeks 1980 voelde hij zich vastgelopen in het landschap en portret, die hem eerder hadden beziggehouden. Op reis naar Spanje en Portugal zocht hij nieuwe uitgangspunten in verlaten fabriekscomplexen. Terug in Nederland bleef deze belangstelling voor het 'postindustriele landschap' dat in de recessie van toen leek te ontstaan.

In het verlaten en al gedeeltelijk gesloopte fabriekscomplex van Van Gelder Papier in de Zaanstreek kwam het tot het eerste gezamenlijke project met Willeke van Tijn. Ook zij raakte gegrepen door de ruige dramatiek van het verval, de afschilfering, de verlatenheid van de ontmantelde fabriekshallen. Hoogovens leverde een logisch vervolgobject: na het pessimisme van het verval het optimisme van de nieuwe kansen in een opleving, die ook schilderkunstig toegang gaf tot nieuwe wegen. Zoals in Enschede is te zien.

    • Bas Roodnat