Beschaving in soorten

Heeft u aan giro 555 gegeven omdat die Vara-actie voor de Russen bij de verkeerde mensen terecht zou komen? En bedacht u toen na afloop van die opwelling dat het wel een beetje sentimenteel was, want dat het in Afrika na al die acties, niet echt beter gaat? Ontwikkelingshulp heeft vaak meer met ons zelf te maken dan met al die arme, uitgeputte mensen daarginds.

In de Golf slaan we erop los voor het goede doel, in de warmte van de bureaulamp demonstreren we onze Westerse beschaving per giro.

Nederland reageerde spontaan op 'Roemenie' toen Linda daar op RTL4 om vroeg. Geld en kleren, en daarmee basta. De kleren hadden we toch niet meer nodig, en bovendien blijken ze later deels te zijn doorverkocht. Britten hebben een grotere traditie van liefdadigheid, vooral ten bate van dieren en kinderen. Op dat laatste front hebben zij zich voor Roemenie overtroffen. Hun gevoel voor beschaving is daarom dieper gekwetst nu ook hun goedertierenheid de Roemenen niet veranderd lijkt te hebben.

Die conclusie spreekt althans uit een uitvoerige reportage in The Sunday Times Magazine (20 januari 1990) over de Britse vrijgevigheid die vorig jaar opwelde nadat de omvang van de ramp in de Roemeense kindertehuizen en aidsklinieken aan het licht was gekomen. Vele honderden Britse dokters, verpleegkundigen, teddyberen en medische uitrustingen verhuisden naar het bevrijde land. Een half jaar later overheerst de teleurstelling.

Zo vlug kan een systeem ook niet overstag, erkennen de Britten, maar waar de charitatieve reizigers zo geschokt door zijn is de ontdekking dat naastenliefde geen internationaal verschijnsel is. Diverse weeshuizen, opbergkastelen en ziekenzalen liggen er nog even bar bij als voor hun eerste komst. Een hulpverleenster kwam op haar tweede reis een lokale organisator tegen die goede handel dreef met de partij van driehonderd kunstledematen die zij voor haar eerste tocht met moeite had verzameld. In allerlei kinderinstellingen verspreid door het land lijkt het alsof het Engelse speelgoed is gestolen, of ongebruikt in de kast ligt omdat de plaatselijke overheden het nog steeds niet de moeite vinden voldoende personeel aan te stellen dat de kinderen uit hun bedden bevrijdt en laat spelen met de plastic parkeergarages en barbipoppen.

“Het Roemeense systeem is deze hulp niet waard. Het is moeilijk hardop te zeggen, maar dit zijn mensen die niet hebben laten zien dat zij om elkaar geven”, verzucht een Britse arts, die vol goede moed op en neer is gereisd en alle mogelijke praktische hulp op touw heeft gezet. “Het lijkt of de medemenselijkheid in hun hart is afgestorven. Een Engelse verpleegster, die een stervende baby in haar armen hield, kreeg van een Roemeense collega te horen: 'Waarom doe je dat? Het is jouw kind toch niet? ' Hoe kan dit? Het is niet zomaar een kwestie van armoede; je ziet vrouwen in Soedan die op sterven na dood zijn en toch hun stervende kind met zich meeslepen, tot een van hen er bij neervalt.”

De reportage in de Sunday Times is verontwaardigd, maar ziet er niet verzonnen uit. Desondanks: Peter Michielsen en Vincent Mentzel van deze krant waren onlangs in het zelfde Colentina ziekenhuis in Boekarest. Hun indruk was positiever, de zorg leek goed, de kindertjes stoven op de dokter af toen die binnenkwam. In de andere genoemde tehuizen zijn zij niet geweest.

De vraag is gewettigd of de Britten zich voldoende realiseren wat de recente sociale en medische geschiedenis is van Roemenie. Een land dat bij zijn bevrijding in 1989 was verworden tot “een geestelijke, morele, economische, culturele en politieke woestijn, een brakke dode vijver in Europa”, zoals Michielsen de erfenis van Ceausescu samenvat in Verworpen en ontwaakt, zijn boek over de Oosteuropese satellietstaten. Hij beschrijft daarin de aberraties die het land jaren moest dulden. Zoals de plicht voor vruchtbare vrouwen tenminste vier kinderen te baren - wie tekort schoot werd op het karig maandloon gekort -, het chronisch gebrek aan eten en de noodzaak vele winters bij een maximale binnentemperatuur van veertien graden door te brengen. Met andere woorden: wie wil oordelen over Roemeense onverschilligheid nu, moet de jarenlange wanhoop van de Roemenen voldoende kennen. Een kind wegbrengen kan een laatste daad van liefde zijn.

In dat onbeschaafde Roemenie van toen was ziekenhuiszorg voor bejaarden niet weggelegd, maar in familieverband speelden zij een belangrijker rol dan veel leeftijdgenoten in het Westen. Dat hoor je in veel Oosteuropese landen. Voor werkende kinderen is oma de enige die de hele dag tijd heeft om eten bij elkaar te sprokkelen. Het zijn verhalen van armoede en solidariteit die hier soms aan 'de oorlog' doen denken. Ook dat soort verhoudingen veranderen niet in een jaar.

Weemoed bij de centrale verwarming is verraderlijk. Wij knuffelen onze zuigelingen en kleuters ook pas een paar generaties. Maar is het bejaardenleven dat aan deze kant van Europa gewoon is geworden alleen maar beschaafder? Hier heeft niemand honger en staat niemand in de rij te kleumen. En toch. Wij hebben onszelf het ideaal aangepraat dat iedereen voor zichzelf zorgt, en dat wie dat niet meer kan, zorg er bij koopt of krijgt. Van de staat, een stichting of de gemeente. Vrij veel eenzaamheid is in de prijs inbegrepen.

Nederlandse bejaarden worden door het systeem over een kam geschoren. Omdat men gemiddeld steeds ouder wordt, wonen in bejaardenoorden veel mensen die verpleegd moeten worden. Dat is niet opwekkend voor huisgenoten die daar nog niet aan toe zijn. Bewonerscommissies en ouderenbonden haalden de afgelopen weken vijftigduizend handtekeningen op om verandering in die toestand te brengen.

Wat hier de staat doet, doet in Roemenie je moeder. Volwassen kinderen hebben het in beide staten vaak te druk om iets 'terug' te doen. Maar als je bedenkt dat tien procent van de Westerse 65-plussers tegenwoordig kinderen hebben die ook boven de 65 zijn, dan doemt een samenleving op vol volwassenen. Die zullen meer met elkaar te maken moeten krijgen, de vier-generatie familie. Afhankelijker, maar misschien ook vriendschappelijker. Het wordt nog een hele toer een beschaafde opvolger te organiseren voor de hoeksteen van onze samenleving.

    • Marc Chavannes