Belgen in Turkije voor 'ontrading'

DIYARBAKIR, 30 jan. - Net als op de landkaart zijn de Belgen op de NAVO-basis van Diyarbakir de buren van de Nederlanders. Ze delen een logistiek gebouw, hebben een gezamenlijke medische dienst en helpen elkaar waar mogelijk.

Maar in tegenstelling tot de Nederlanders zijn de Belgen hier niet om Turkije te verdedigen tegen Iraakse agressie. “Onze taak is in de eerste plaats 'ontrading' ”, verklaart luitenant-kolonel A. Gielis, de commandant van het Belgische detachement van achttien Mirages. “We voeren patrouilles uit en laten zien dat we er zijn, zodat Irak wordt ontraden aan te vallen. Verder oefenen we net als in vredestijd.”

De Nederlandse Patriots moeten schieten op elk binnenkomend vijandelijk vliegtuig of projectiel, de Belgen mogen dat niet. Ze mogen alleen zichzelf verdedigen. Als een Mirage-piloot een met bommen beladen Iraaks toestel tegenkomt in het Turkse luchtruim mag hij het geen Sidewinder-raket in de flank boren. Bij een aanval op Turkije moet het Belgische kabinet eerst worden bijeengeroepen. Pas nadat het kabinet daartoe heeft besloten mogen de Belgen verdedigende taken op zich nemen.

Gielis heeft er geen moeite mee onder deze restricties te werken. Hij geeft toe dat het vervelend is zijn Turkse collega's eventueel in de steek te moeten laten als het er op aan komt. “Maar”, zegt hij, “het is voor de Belgische ministers zeker zo vervelend om hun standpunt aan de Turkse collega's uit te leggen.”

De Belgen zitten hier al anderhalve week langer dan de Nederlanders en hebben hen in het begin geholpen met zaken die de Nederlanders nog niet op orde hadden, zoals de voedselvoorziening. Samen met de Patriot-squadrons hebben ze een procedure opgesteld om iedereen te waarschuwen bij een luchtaanval. De medische voorzieningen zijn inmiddels samengevoegd.

In de samenwerking met de Turken ondervinden de Belgen dezelfde soort problemen als de Nederlanders: de militaire cultuur in Turkije is veel hierarchischer dan in West-Europa. Gielis: “Dat is ook logisch. Turkije heeft een immens leger met voornamelijk dienstplichtigen. Die hebben striktere opdrachten nodig dan een kleine eenheid van geschoolde beroepsmilitairen.” Voor de Belgen is de Turkse militaire cultuur echter niet vreemd meer, want de Mirages hebben de afgelopen jaren regelmatig in Turkije geoefend.

Het Belgische Mirage-detachement bestaat uitsluitend uit beroeps, zo'n 200 in getal. Zij worden ongeveer om de vier weken afgelost, vandaar dat ze nu ook al aan hun tweede commandant bezig zijn. Gielis' voorganger, kolonel J. Joly, mocht deze week al naar huis.

Menig Belgisch militair beziet de Nederlandse gasmaskers met enige afgunst en probeert er soms met succes een te bemachtigen. Ze zijn moderner en comfortabeler dan de Belgische. Die dateren uit de militaire oudheid. Gielis herinnert zich dat 25 jaar geleden precies dezelfde gasmaskers al in gebruik waren. “Ze zijn oud, maar degelijk. Het filter zit in het midden, zodat je daarvan geen hinder hebt bij het mikken. Maar voor functies waarbij dat niet nodig is zou het Nederlandse masker wel comfortabeler kunnen zijn.”

Zelf gelooft Gielis niet meer in een Iraakse aanval op Turkije, vooral gezien de overmacht van het Turkse leger langs de grens. “Ik zou het niet doen, als ik Saddam Hussein was.”

    • Dick van Eijk